De Vlaamse Regering heeft op voorstel van Jo Brouns drie bijkomende gebieden in de Denderstreek voorlopig aangeduid als watergevoelig openruimtegebied. Samen gaat het om 3,6 hectare open ruimte waar verdere bebouwing moeilijk te verzoenen valt met de belangen van het watersysteem. De maatregel kadert binnen de uitvoering van de stroomgebiedbeheerplannen en de Blue Deal 2.0, waarmee Vlaanderen sterker wil inzetten op waterbeheer en klimaatbestendigheid.
Volgens minister Brouns is de beslissing noodzakelijk om toekomstige waterproblemen te vermijden. “De voorbije jaren hebben we allemaal gezien wat wateroverlast kan betekenen voor gezinnen, dorpen en landbouwers. Daarom moeten we eerlijk durven zijn: sommige plaatsen zijn gewoon niet geschikt om te bebouwen. In de Denderstreek geven we water opnieuw de ruimte die het nodig heeft en vermijden we dat we nieuwe problemen bouwen voor de toekomst”, zegt hij.
De aangeduide gebieden maken deel uit van het Denderbekken en bevinden zich in zones waar het risico op wateroverlast vandaag al aanzienlijk is of door de klimaatverandering verder toeneemt. Door deze gebieden als watergevoelig openruimtegebied te bestemmen, wordt bijkomende bebouwing in principe uitgesloten.
Percelen die deze status krijgen, behouden voortaan een openruimtefunctie. Dat betekent dat ze gebruikt kunnen blijven worden voor landbouw, natuur, bos, waterbeheer of recreatief medegebruik. Bestaand en blijvend agrarisch gebruik blijft mogelijk. Waar nodig kan er in de toekomst lokaal extra waterbuffering worden voorzien om piekdebieten beter op te vangen en overstromingen te beperken.
Voor landbouwers die de gronden vandaag gebruiken, verandert er op korte termijn weinig. De aanduiding legt geen bijkomende beperkingen op aan het huidige agrarische gebruik. Wel vervallen bestaande verkavelingsvergunningen op de onbebouwde delen van de betrokken percelen, waardoor toekomstige bouwprojecten niet langer mogelijk zijn.
Minister Brouns benadrukt dat elke hectare open ruimte een verschil kan maken. “Elke hectare die we vandaag vrijwaren, kan morgen helpen om water op te vangen, dorpskernen te beschermen en schade te vermijden. Tegelijk zorgen we voor rechtszekerheid: eigenaars weten waar ze aan toe zijn en kunnen door de aanduiding aanspraak maken op een vergoeding, de gebieden blijven bouwvrij en lokale besturen krijgen duidelijkheid voor hun ruimtelijk beleid.”
De voorlopige vaststelling wordt nu gevolgd door een openbaar onderzoek van zestig dagen. Eigenaars van de betrokken percelen worden persoonlijk op de hoogte gebracht. Op basis van de ontvangen inspraakreacties zal de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid vervolgens een voorstel tot definitieve vaststelling voorbereiden.
In de Denderstreek gaat het concreet om drie locaties. In Aalst betreft het een gebied van 0,9 hectare aan de Watermolenstraat, een onbebouwde zone nabij de Wildebeek waar een verhoogde kans op wateroverlast bestaat. In Geraardsbergen gaat het om het gebied Meerslos, goed voor 1,5 hectare. Dat omvat drie deelzones rond de Molenbeek, momenteel in gebruik als weiland, akkerland en bos, met aanzienlijke pluviale overstromingskansen. In Lebbeke wordt de zone aan de Langestraat van 1,2 hectare beschermd. Die ligt langs de Vondelbeek, waar al langer lokale wateroverlast speelt en bijkomende ruimte voor wateropvang noodzakelijk is.
Met deze beslissing zet de Vlaamse Regering opnieuw een stap richting een klimaatbestendiger ruimtelijk beleid, waarbij water meer ruimte krijgt en kwetsbare zones gevrijwaard blijven van verdere verharding.