De gemeenteraad van Haaltert heeft maandagavond na een scherp debat groen licht gegeven voor de verkoop van het pastorijgebouw van de Sint-Goriksparochie, inclusief de bijhorende tuin. Aan de beslissing ging een felle discussie vooraf, mede door de ongerustheid bij inwoners over het verdwijnen van het openbare karakter van de pastorijtuin. Een petitie om minstens een deel van de tuin te behouden, werd in totaal 1.097 keer ondertekend.
De pastorie van de Sint-Goriksparochie is beschermd als monument. Die bescherming omvat niet alleen het hoofdgebouw, maar ook de ommuurde voortuin, het koetshuis en de achterliggende tuin. Volgens de erfgoedvoorschriften moet de volledige site als één geheel bewaard blijven, waardoor een opsplitsing juridisch niet mogelijk blijkt. Daarom kiest het gemeentebestuur ervoor om de volledige site te verkopen, met ruimte voor een nieuwe bestemming.
Volgens het lokaal bestuur heeft de pastorie vandaag geen volwaardige functie meer. Het gebouw staat grotendeels leeg en wordt slechts beperkt gebruikt. Bovendien dringt een grondige renovatie zich op. Door de beschermde erfgoedstatus lopen de renovatiekosten bijzonder hoog op, wat voor de gemeente een zware financiële last zou betekenen.
“Vandaag heeft het gebouw geen volwaardige functie meer. Het staat grotendeels leeg en wordt nog slechts beperkt gebruikt. Bovendien is een grondige renovatie nodig. Door de erfgoedstatus lopen die kosten hoog op. Omwille van de renovatiekosten en het beperkte gebruik van het gebouw werd beslist om het gebouw te verkopen”, klinkt het bij het gemeentebestuur.
De verkoop zal verlopen via Covast, een platform dat overheden ondersteunt bij vastgoedtransacties. Op die manier wil Haaltert een breed netwerk van makelaars en potentiële kopers in heel Vlaanderen bereiken. De instelprijs voor de site werd vastgelegd op 503.000 euro.
De voorbije weken groeide het protest tegen de verkoop, vooral met betrekking tot de tuin. Op initiatief van Haaltenaar Guy Roelandt werd een petitie opgestart om het openbare deel van de pastorijtuin te vrijwaren. Die actie verzamelde 1.097 handtekeningen en bracht het dossier extra onder de aandacht.
Het gemeentebestuur benadrukt dat het de bezorgdheid van inwoners begrijpt en aanvankelijk zelf onderzocht of het achterste deel van de tuin buiten de verkoop kon blijven. Na overleg met het Agentschap Onroerend Erfgoed bleek echter dat de pastorij en tuin samen één beschermd geheel vormen, waardoor een opsplitsing niet mogelijk is.
Schepen van Gebouwen Nathalie Meganck (Samen Haaltert) erkende tijdens de gemeenteraad de emotionele lading van het dossier. “De pastorijsite is voor veel mensen niet zomaar een gebouw met een tuin, maar een herkenbare plek in onze dorpskern, met erfgoedwaarde en ook met emotionele waarde”, zei ze. “Het is heel begrijpelijk dat er ongerustheid is wanneer zo’n plek zou veranderen. We nemen die bezorgdheid ernstig.”
Ze benadrukte ook dat bij de verkoop niet uitsluitend naar het financiële aspect gekeken zal worden. “We gaan niet voor een gewone verkoop zonder meer, waarbij alleen gekeken wordt naar de prijs, maar zullen ook rekening houden met de toekomstige invulling van de site.”
Oppositiepartij N-VA verzette zich fel tegen de verkoop en betreurde vooral het mogelijke verlies van de tuin als publieke ruimte. Raadslid Mark Beelaert wees erop dat de tuin jarenlang verborgen bleef voor het publiek en pas recent toegankelijk werd gemaakt. “Deze tuin was 238 jaar verborgen voor de burger”, stelde Beelaert. “Slechts vier jaar geleden werd hij opengesteld aan het Jeugdheem en de tuin heeft al meermaals zijn nut bewezen als meerwaarde voor de buurt.” Hij verwees daarbij naar kunsttentoonstellingen, erfgoeddagen, bib-voorleesmomenten, communiefoto’s en kleinschalige evenementen van verenigingen.
Beelaert spaarde daarbij de meerderheid niet. “Dat jullie niet kunnen instaan voor het onderhoud van een historisch pand is een blaam voor de gemeente”, klonk het scherp.
In de verkoopsvoorwaarden vraagt het lokaal bestuur aan de toekomstige koper om de omschreven bestemming van de site gedurende minstens vijftien jaar te respecteren. De N-VA-fractie diende amendementen in om die verbintenis permanent te maken, maar kreeg daarvoor geen meerderheid. “Deze pastorij is op het dorp een meerwaarde en kon net zoals de pastorij van Denderhouten een waardevolle invulling krijgen voor de verenigingen van Haaltert. Heldergem kreeg met het oud-gemeentehuis en het HOC twee extra gebouwen voor verenigingen. De pastorij van Kerksken konden we geen invulling geven. Het Sint-Martinusheem biedt daar mogelijkheden.”
Schepen Meganck reageerde fel op de kritiek en noemde de tussenkomst van N-VA populistisch. Ze verwees daarbij naar eerdere beslissingen van dezelfde partij. “Uw eigen partij heeft exact hetzelfde gedaan met de pastorij van Kerksken”, stelde ze.
Volgens Meganck is het bovendien onrealistisch om in private verkoopsvoorwaarden publieke toegankelijkheid af te dwingen. “Je kan moeilijk in de verkoopsvoorwaarden zeggen: ‘Je mag het kopen, maar je moet toelaten dat er af en toe mensen in je tuin passeren.’”
Ze wees ook op de historische verantwoordelijkheid van de oppositie. “Een gebouw raakt niet op anderhalf jaar tijd verwaarloosd. Hoelang heeft uw partij de laatste jaren in de meerderheid gezeten?”
Ook burgemeester Phaedra Van Keymolen (CD&V) mengde zich in het debat en herinnerde eraan dat onder eerdere bestuursperiodes eveneens pastorijen werden verkocht, waaronder die van Heldergem.
Oppositieraadslid Jan Schelfhout (Vlaams Belang) stelde op zijn beurt dat de eisen van N-VA juridisch moeilijk afdwingbaar zijn. Zijn fractie besloot zich daarom bij de stemming te onthouden.
Uiteindelijk werden de amendementen van N-VA verworpen en keurde de gemeenteraad de verkoop van de pastorijsite goed. Daarmee lijkt het dossier bestuurlijk beslist, al blijft de maatschappelijke discussie over de toekomst van deze historische site in Haaltert onverminderd verder leven.