De gevolgen van de federale beslissing om de duur van het recht op werkloosheidsuitkeringen te beperken, kwamen uitgebreid aan bod tijdens de Herzeelse gemeenteraad. Gemeenteraadslid Filip De Bodt (LEEF!) stelde vragen over de manier waarop het OCMW van Herzele omgaat met langdurig werklozen die hun uitkering verliezen. Volgens De Bodt valt vooral het relatief lage aantal leeflonen dat in Herzele werd toegekend op.
De federale beperking van de werkloosheidsuitkeringen heeft ook in Herzele concrete gevolgen. Volgens de cijfers die De Bodt aanhaalde, verloren inmiddels 37 werklozen in de gemeente hun werkloosheidsuitkering. Van die groep kregen uiteindelijk vier personen een leefloon. Eén aanvraag werd afgewezen en twee betrokkenen hadden al een lopend contact met het OCMW.
Op basis van die cijfers komt De Bodt tot de conclusie dat zes van de 37 langdurig werklozen via een leefloon door het OCMW werden ondersteund. Dat komt neer op 16,22 procent.
Volgens het gemeenteraadslid ligt dat percentage opvallend lager dan in de andere gemeenten van het arrondissement Aalst. Wanneer dezelfde oefening voor het volledige arrondissement wordt gemaakt, komt men volgens de door De Bodt aangehaalde cijfers uit op 39,06 procent.
Bijkomende vergelijking met langdurig werklozen
Omdat het percentage volgens LEEF! opvallend laag ligt, werd volgens De Bodt nog een bijkomende analyse gemaakt. Daarbij werd gekeken naar werkloze gezinshoofden en alleenstaanden, zonder samenwonenden, die al langer dan twee jaar werkloos waren en in december 2025 nog een werkloosheidsuitkering ontvingen.
In die groep werden 39 personen geteld. De Bodt benadrukte dat niet noodzakelijk iedereen uit deze groep daadwerkelijk door de beperking van de werkloosheidsuitkering werd getroffen. Toch beschouwt hij de cijfers als een bijkomende indicatie. Ook in deze vergelijking kwam het aantal leeflonen volgens hem uit op zes. Dat zou overeenkomen met 15,38 procent van de onderzochte groep.
Voor het arrondissement Aalst wordt volgens De Bodt een percentage van 47,28 procent genoteerd, goed voor 400 van de 846 personen. De andere gemeenten uit het arrondissement zouden daarbij percentages tussen 36 en 55 procent laten optekenen. Die verschillen waren voor LEEF! aanleiding om de werking van het Herzeelse OCMW onder de loep te nemen.
Geen kritiek op OCMW-personeel
De Bodt benadrukte tijdens de gemeenteraad dat zijn vragen niet bedoeld waren als kritiek op de medewerkers van het OCMW. “We willen op geen enkel vlak enige steen gooien naar de personeelsleden van het OCMW van Herzele, die dagelijks hun best doen om de mensen te helpen”, was de teneur van zijn tussenkomst.
Tegelijk vindt LEEF! de cijfers wel aanleiding geven om na te gaan waarom het bereik in Herzele zoveel lager zou liggen dan in de rest van het arrondissement. Daarbij stelde De Bodt zowel vragen over mogelijke verklaringen als over de inspanningen die het OCMW levert om mensen die hun werkloosheidsuitkering verliezen actief te bereiken.
De gemeenteraadsfractie wilde onder meer weten of het OCMW, vanuit zijn proactieve rol in de armoedebestrijding, voldoende inspanningen heeft geleverd om de uitgesloten langdurig werklozen op een passende manier te informeren en te begeleiden. Daarnaast vroeg De Bodt of voor iedereen die informatie vroeg over een mogelijk recht op een leefloon ook daadwerkelijk een dossier werd opgesteld en voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
Ook wilde hij weten welke proactieve stappen Herzele heeft gezet om de betrokken werklozen maximaal te informeren over hun rechten en hoe het grote verschil met de andere gemeenten uit het arrondissement Aalst kan worden verklaard.
OCMW: “We krijgen geen lijst met uitgesloten werklozen”
Schepen van OCMW Hilde Van Impe (Anders.Herzele) wees er tijdens haar antwoord op dat het sociaal huis niet automatisch beschikt over de persoonsgegevens van inwoners die hun werkloosheidsuitkering verliezen. “Net zoals altijd wordt elke aanvraag binnen het sociaal huis met zorgvuldigheid behandeld”, stelde Van Impe.
Volgens de schepen worden langdurig werklozen door hun uitbetalingsinstelling op de hoogte gebracht van het verlies van hun werkloosheidsuitkering. Daarbij krijgen zij ook informatie over de mogelijkheid om contact op te nemen met het sociaal huis.
Het OCMW krijgt echter zelf geen lijst met de persoonsgegevens van de personen die worden uitgesloten van een werkloosheidsuitkering. Daardoor kan het sociaal huis niet zomaar iedere betrokken inwoner individueel contacteren. “Als sociaal huis weten wij wel niet over wie dit gaat, krijgen we geen lijst met de persoonsgegevens van de personen die worden uitgesloten, en bepaalt de cliënt zelf of men het noodzakelijk vindt om dit contact te leggen”, verduidelijkte Van Impe.
Dat betekent volgens de schepen dat het initiatief in eerste instantie bij de betrokken persoon ligt om zich bij het sociaal huis aan te melden.
30 mensen meldden zich bij het sociaal huis
Van Impe bracht tijdens de gemeenteraad ook recentere cijfers naar voren. Tot eind juli 2026 hadden 73 personen zich volgens haar in Herzele gemeld in het kader van de gewijzigde situatie rond de werkloosheidsuitkering. Van die 73 personen meldden 30 mensen zich aan bij het sociaal huis.
Voor iedere aanmelding werd volgens de schepen een sociaal onderzoek opgestart. Daarbij werd nagegaan of de betrokkene recht had op een leefloon en welke andere vormen van ondersteuning eventueel mogelijk waren. “Dit betreft een zeer intensief werk”, aldus Van Impe. Volgens haar worden cliënten daarbij nauwkeurig geïnformeerd, wordt indien nodig een huisbezoek uitgevoerd en worden zowel de rechten op andere vervangingsinkomens als eventuele andere sociale voordelen onderzocht.
De 30 aanmeldingen resulteerden volgens de schepen in 15 nieuwe leeflonen die werden toegekend. Dat betekent dat bij de helft van de personen die zich aanmeldden uiteindelijk een leefloon werd toegekend. Van Impe benadrukte bovendien dat ieder aanvraagdossier nauwkeurig werd onderzocht en voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
Niet iedereen heeft automatisch recht op leefloon
Volgens de schepen moet het aantal toegekende leeflonen dan ook niet zomaar worden beschouwd als een maatstaf voor de mate waarin het OCMW mensen bereikt.
Een leefloon wordt immers niet automatisch toegekend zodra iemand zijn werkloosheidsuitkering verliest. Voor elke individuele aanvraag wordt nagegaan welke bestaansmiddelen iemand heeft, of er andere inkomsten of vervangingsinkomens beschikbaar zijn en op welke andere sociale rechten iemand aanspraak kan maken. “Het kan ook niet de bedoeling zijn dat we een leefloon gaan uitbetalen als er voldoende bestaansmiddelen zijn of een andere vorm van inkomsten kan worden voorzien”, stelde Van Impe.
Vooraleer een leefloon wordt toegekend, wordt volgens de schepen dan ook een volledige analyse van de financiële en sociale situatie gemaakt. Daarbij worden ook andere mogelijke rechten onderzocht en wordt ingezet op activering.
Herzele benadrukt begeleiding naar werk
Van Impe verwees in haar antwoord ook naar de bredere werking van het sociaal huis. Herzele heeft volgens haar al jaren aandacht voor een totaalaanpak van het aanmeldingsprobleem en combineert financiële ondersteuning met begeleiding en activering.
Zo tekende de gemeente opnieuw in op het lokaal activeringspact. Dat project richt zich op mensen met een leefloon en moet hen ondersteunen in hun traject naar duurzame tewerkstelling. Binnen het project wordt onder meer gewerkt rond joboriëntatie, sollicitatievaardigheden en het organiseren van stages. Ook een zomerklas Nederlands maakt deel uit van het aanbod.
Volgens Van Impe levert die aanpak concrete resultaten op. In één jaar tijd zouden 35 mensen via het project zijn uitgestroomd naar duurzame tewerkstelling. De schepen noemt dat naar eigen zeggen een belangrijk resultaat, maar benadrukt tegelijk dat de gewijzigde federale regelgeving nieuwe uitdagingen met zich meebrengt voor het lokale bestuur.
Financiële gevolgen voor Herzele
Naast de sociale gevolgen wees Van Impe tijdens de gemeenteraad ook op de financiële impact van de beperking van de werkloosheidsduur.
Wanneer meer mensen hun werkloosheidsuitkering verliezen, kan een deel van hen immers bij het OCMW terechtkomen voor financiële of andere sociale ondersteuning. Tegelijk dreigt volgens de schepen de financiële compensatie vanuit de federale overheid op termijn af te nemen. “Wel dient gemeente Herzele alert te zijn voor de financiële impact dat de beperking in de werkloosheid zal hebben”, stelde Van Impe.
Volgens haar wordt de compensatie van de federale overheid in de toekomst verminderd en zou op termijn ook de subsidiëring van extra personeel volledig kunnen wegvallen. Dat kan volgens de schepen bijkomende druk leggen op de werking en de budgettering van de gemeente en het OCMW.
Herzele zegt de evolutie daarom nauwgezet te zullen opvolgen. “We volgen de cijfers nauwlettend op en houden de vinger aan de pols”, besloot Van Impe.
Discussie over bereik en aanpak blijft
De tussenkomst van Filip De Bodt en het antwoord van Hilde Van Impe leggen daarmee twee verschillende invalshoeken naast elkaar. LEEF! kijkt vooral naar het aandeel langdurig werklozen dat uiteindelijk via een leefloon wordt ondersteund en stelt vast dat de cijfers die het aanhaalde lager liggen dan in andere gemeenten van het arrondissement Aalst.
Het gemeentebestuur benadrukt dan weer dat een leefloon slechts na een individuele beoordeling kan worden toegekend en dat niet iedereen die zijn werkloosheidsuitkering verliest automatisch recht heeft op die vorm van ondersteuning. Bovendien kan het OCMW niet proactief alle betrokken personen aanschrijven omdat het geen persoonsgegevens ontvangt van de inwoners die hun uitkering verliezen.
De discussie maakt in ieder geval duidelijk dat de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen niet alleen een federale aangelegenheid is. Ook lokale besturen en OCMW’s krijgen te maken met de gevolgen ervan. Voor Herzele betekent dat volgens het gemeentebestuur vooral dat de evolutie van de aanvragen, de leefloonlast en de personeels- en werkingskosten de komende periode nauwgezet moeten worden opgevolgd.

