Op zaterdag 2 augustus is het opnieuw koersdag in Denderbelle, een deelgemeente van Lebbeke die inmiddels stevig verankerd is in het Oost-Vlaamse wielergebeuren. Maar deze editie wordt geen gewone koersdag. Organisator Gilbert Philips blaast dit jaar tien kaarsjes uit als bezieler van de Denderbelse wielerwedstrijden, en dat jubileum viert hij met een bijzondere aanpak: voor het eerst staan er twee koersen op het programma, één voor nieuwelingen en één voor junioren. Het belooft een feestelijke, maar tegelijk ook kritische editie te worden, want achter de schermen botst Gilbert steeds vaker op onbegrip en onwil bij de wielerinstanties.

Een decennium koerspassie in Denderbelle.
Wat begon als een bescheiden organisatie is intussen uitgegroeid tot een vaste waarde op de wielerkalender in Zuid-Oost-Vlaanderen. Tien jaar lang zorgde Gilbert Philips, met nauwelijks hulp van buitenaf, voor de opbouw van het parcours, de administratieve afhandeling, contacten met de bond, de communicatie met sponsors en de logistiek op de wedstrijddag zelf. “Ik doe dit uit liefde voor de koers en voor de jeugd”, vertelt hij. “Maar het wordt er niet makkelijker op.”
Die liefde wordt echter niet altijd beantwoord. Philips uit scherpe kritiek op de wielerbond van Oost-Vlaanderen en voelt zich onvoldoende ondersteund of erkend. “We steken hier bergen werk in, maar worden dikwijls gewoonweg genegeerd. Ook het feit dat er op dezelfde dag wedstrijden gepland zijn in Denderwindeke, op amper 28 kilometer van hier, toont weinig respect. Voor mij voelt dat als een mes in de rug.”
Toch blijft hij zijn rug rechten, gesteund door de vele positieve reacties uit het dorp en de regio. Op de wedstrijddag krijgt hij ondersteuning van onder meer de familie Van den Houte (de broers Tom en Bram zijn ex-renners), maar de rest is zijn verdienste. “Alles komt uit mijn handen. En op het einde van de dag ben ik trots, ook al is het met pijn in het hart.”

Sterk deelnemersveld en dubbel programma.
De jubileumeditie biedt een rijk gevuld programma met twee wedstrijden die allebei meetellen voor het regelmatigheidscriterium van ons nieuws- en mediakanaal Dender Journaal, waarbij dubbele punten te verdienen zijn. Voor de nieuwelingen is de koers bovendien een manche in de felbevochten Trofee Zuid-Oost-Vlaanderen, een organisatie van Cycling Vlaanderen afdeling Oost-Vlaanderen.
Nieuwelingen – Grote Prijs Garage Van Damme.
- Inschrijvingen: van 11u00 tot 12u00 in lokaal Sarakasi, Kapellenstraat.
- Start: 12u30.
- Parcours: 10 ronden van 6,75 km – totaal 67,5 km.
- Prijzengeld: €400,00.
Junioren – Grote Prijs Fidura Denderbelle.
- Inschrijvingen: van 13u30 tot 14u30, ook in lokaal Sarakasi.
- Start: 15u00.
- Parcours: 14 ronden van 6,75 km – totaal 94,5 km.
- Prijzengeld: €400,00.
- Goodiebag: voor de eerste 50 vooringeschreven renners.
De start en aankomst van beide wedstrijden bevinden zich in de Kapellenstraat, waar ook de prijsuitreiking zal plaatsvinden. De omloop is licht golvend, technisch in de bochten en vaak windgevoelig, wat steeds voor attractieve wedstrijden zorgt. De microreportage is in handen van Robin Van Melkebeke, en het gemeentebestuur, de politie, technische dienst en tientallen vrijwilligers en sponsors maken het evenement mogelijk.

Bij de nieuwelingenwedstrijd in Denderbelle gaat de volledige aandacht naar de jonge thuisrijder Nolan Meert, die met ambitie en veel goesting uitkijkt naar zijn thuiskoers. De renner van REV Brussels Cycling Academy hoopt er niet alleen zijn beste beentje voor te zetten, maar droomt stiekem ook van het podium. En wie weet… misschien wel van meer.
Nolan rijdt sinds dit seizoen voor REV Brussels Cycling Academy, het opleidingsteam dat gelinkt is aan Remco Evenepoel. En dat blijkt voor de jonge Oost-Vlaming een absolute meevaller te zijn. “Ik ben een zeer tevreden renner bij REV,” opent Nolan met een brede glimlach. “We worden 100% begeleid door het ganse team van coaches, mental coaches, diëtisten, enzovoort. Wat voor mij het verschil maakt, is dat ze écht belang hechten aan elke renner als individu. Dat zorgt ervoor dat ik mij niet zomaar een nummer voel, maar iemand met een traject, een verhaal. Dat schept een persoonlijke band met mijn coach. Ik voel me hier gelukkig, krijg ruimte om mezelf te zijn en mijzelf te ontwikkelen in de beste omstandigheden.”
Een opvallend detail: ook Remco Evenepoel zelf is nauw betrokken bij het team. “Dat weten velen niet, maar hij is persoonlijk heel begaan met dit project,” vertelt Nolan met bewondering in zijn stem. “Hij weet hoe het voelt om op jonge leeftijd onder druk te staan, en zorgt ervoor dat wij als jonge renners de beste omkadering krijgen. Dat siert hem. Echt. Hij maakt tijd voor ons en volgt onze evolutie. Dat geeft motivatie.”
Sportief gezien verliep het seizoen voor Nolan niet helemaal volgens plan. “Ik heb een moeilijk seizoen achter de rug. In de eerste maanden had ik te kampen met een ijzertekort, en dat heeft me serieus afgeremd. Ik voelde me vaak leeg en niet in topvorm. Het seizoen liep daardoor niet zoals ik gehoopt had. Maar ik ben nu volledig hersteld en werk keihard om alsnog mooie resultaten te behalen. Vraag mij na het seizoen gerust nog eens of ik tevreden ben, want ik ben nu pas écht vertrokken,” klinkt het strijdvaardig.
Tot nu toe staan er nog geen overwinningen op het palmares van de jonge thuisrijder, al is hij zeker niet onzichtbaar in het peloton. “Mijn beste resultaten zijn een vierde plaats in Villers-le-Temple en een vijfde plaats in Herzele-Borsbeke. Daar ben ik tevreden mee, want dat waren stevige koersen met een goed deelnemersveld. Maar ik wil op dat podium geraken. Die honger is groot.”
De focus ligt nu volop op de thuiskoers in Denderbelle, waar Nolan met ambitie en een strak trainingsschema naartoe leeft. “Op 30 juli rijd ik nog Linter als voorbereiding, en daarna is het knallen in Denderbelle. Het is mijn dorp, mijn supporters, mijn familie, mijn buren. Ik wil hen fier maken. Mijn doel? Winnen natuurlijk. Maar als ik het podium haal, zal ik ook al gelukkig zijn. Gezien mijn seizoen is dat geen vanzelfsprekendheid, maar ik voel dat ik er stilaan helemaal door kom.”
Na Denderbelle volgt nog een goedgevulde kalender. “Het seizoen loopt tot in oktober. Ik sta nog aan de start in Bevel, Haaltert, Denderhoutem, Erpe, Brakel en waarschijnlijk nog enkele andere wedstrijden. Genoeg kansen dus om mij te tonen. Maar laat Denderbelle nu eerst maar komen, want daar ligt mijn hart, daar wil ik schitteren.”
Met zijn open blik, eerlijke antwoorden en grote motivatie is Nolan Meert niet alleen een renner om in de gaten te houden in Denderbelle, maar ook een jong talent met een groot hart voor zijn sport en zijn omgeving.

Lars Caethoven (16) is één van de renners die zaterdag aan de start zal verschijnen in Denderbelle, en dat doet hij met het nodige zelfvertrouwen én een duidelijk doel voor ogen. De jonge renner van het CT Keukens-Buysse Team kende een voorbeeldige voorbereiding en zag dat harde werk afgelopen winter ondertussen al ruimschoots beloond worden.
“Ik heb al een zeer constant seizoen achter de rug. Bijna elke wedstrijd reed ik binnen de top tien,” vertelt Lars met terechte trots. “Ook stond ik al twee keer op het hoogste schavotje: in Kuurne en in Assenede.” Twee zeges die er mogen zijn, want vooral in Kuurne lag het niveau bijzonder hoog. “Ik kon er in de laatste ronde wegrijden met drie medevluchters. In Assenede verliep de finale op een gelijkaardige manier, dus het toont aan dat ik op de juiste momenten alert en sterk genoeg was.”
De koers in Denderbelle komt op een sleutelmoment in het seizoen van de getalenteerde nieuweling. “Het wordt mijn laatste wedstrijd voor het Belgisch kampioenschap in Putte. Ik wil in Denderbelle nog één keer diep gaan en er een laatste goeie prikkel uithalen. Mijn verwachtingen liggen redelijk hoog. Als alles meezit en ik mijn niveau haal, dan moet ik er opnieuw kunnen bij zijn voorin. Zo kan ik met vertrouwen richting BK trekken.”
Dat kampioenschap vormt voor Lars een belangrijk hoogtepunt. “Ik hoop daar echt een mooie wedstrijd neer te zetten. Een top tien-notering is mijn grote doel. Het is één van de belangrijkste afspraken van het jaar en ik voel dat ik er klaar voor ben.”
Na het BK staat er even een rustperiode gepland, alvorens hij zich opnieuw voluit focust op het najaar. “Dan begin ik met een frisse kop aan de voorbereiding richting de Topcompetities in oktober.”
Lars Caethoven is duidelijk een renner die weet wat hij wil. Gedisciplineerd, doelgericht en met de juiste omkadering bij zijn team CT Keukens-Buysse lijkt hij klaar om nog meer stappen te zetten. Denderbelle wordt alvast een belangrijke test in aanloop naar wat hopelijk een topdag wordt in Putte.

Bij de junioren mogen we alvast Geraardsbergenaar Jasper Christiaens aan de start zien verschijnen. De jonge renner beleeft een seizoen met wisselende hoogtes en laagtes, maar blijft vastberaden om tot het laatste koersweekend alles te geven.
“Het seizoen begon lastig door een moeilijke winter,” vertelt Jasper eerlijk. “Ik was een paar keer ziek, en dat zorgde ervoor dat mijn trainingen werden verstoord en ik niet echt op dreef raakte. Het duurde tot april vooraleer ik weer echt op niveau kwam. Maar vanaf dan begon het te draaien.”
Zijn eerste zege van het seizoen kwam er in het Waalse Bury. Een opsteker van formaat, want het vertrouwen was meteen terug. “Ook tijdens de Ster van Zuid-Limburg voelde ik mij opnieuw goed in mijn vel. Ik had het gevoel dat ik terug de koersbenen had van voordien. Vanaf dan ging het enkel de goede kant op met mijn conditie.”
De stijgende vormcurve bracht hem zelfs tot een knappe overwinning in een UCI-wedstrijd in Polen – een bijzonder mooi wapenfeit voor een jonge renner. “Dat gaf me enorm veel hoop voor het Belgisch Kampioenschap. Ik voelde me klaar om iets te tonen.” Maar het lot had andere plannen. “Een week voor het BK werd ik opnieuw ziek. Vijf dagen moest ik de fiets volledig aan de kant laten. Ik was er op het BK wel bij, maar voelde dat mijn lichaam nog niet volledig hersteld was. Bovendien kreeg ik ook af te rekenen met veel pech in de wedstrijd zelf. Het werd een ontgoocheling.”
Toch laat de jonge Geraardsbergenaar het hoofd niet hangen. “Ondanks alles wil ik het seizoen zo goed mogelijk afsluiten. Het was een jaar met hoogtepunten zoals Polen en Bury, maar ook met dieptepunten zoals die ziekteperiodes. Dat maakt het mentaal niet altijd makkelijk, maar ik blijf doorgaan. Ik voel nu opnieuw dat mijn vorm aan het stijgen is.”
Er staan nog enkele belangrijke afspraken op de kalender. “Zondag rijden we in Berg bij Kampenhout en woensdag volgt de Trofee van Vlaanderen met de ploeg. Daarna richten we onze pijlen op de kermiskoers in Denderbelle. Ik gebruik zulke koersen om wedstrijdritme op te doen. Wedstrijden helpen mij om mijn conditie op peil te houden – dat lukt me beter dan met gewone intensieve trainingen.”
Toch beseft Jasper dat kermiskoersen vaak ondankbare wedstrijden zijn voor wie bij een grotere ploeg rijdt. “Wegrijden is moeilijk. Je wordt constant in het oog gehouden, en zodra er een gat valt, wordt er verwacht dat jij het dicht. Dat maakt winnen lastig, maar ik ga er alles aan doen om er te staan.”
Wat de rest van het seizoen nog brengt, blijft voor Jasper voorlopig afwachten. “Het hangt af van de selecties van de ploeg. Maar wat ook volgt, ik wil alles uit mijn benen halen wat er nog in zit. Dit seizoen heeft me mentaal sterker gemaakt, en ik ben klaar om te tonen wat ik in huis heb.”
Met die vastberadenheid en het geloof in zijn kunnen is het duidelijk: van Jasper Christiaens zullen we in de toekomst nog veel horen.

Erfgoed van koersliefde en een onzekere toekomst.
Het palmares van Denderbelle liegt er niet om. Rijders als Alec Segaert, Alexander Van Petegem, Gianluca Polfliet en Marieke Meert gingen hier eerder al met bloemen naar huis. Het is een koers waar jong talent zich toont en vaak de stap zet richting nationale top.
Of dat ook in 2026 nog het geval zal zijn, is onzeker. Organisator Gilbert Philips overweegt om ermee te stoppen. “Als er geen verandering komt in de houding van de bond, zie ik het niet zitten om dit nog eens te herhalen. Tien jaar is een mooie ronde getal. Misschien moet het hier eindigen.”
Maar de wielerliefhebbers uit Denderbelle hopen op meer. Want wat Gilbert hier op eigen kracht heeft opgebouwd, verdient geen stille zwanenzang, maar applaus op het hoogste schavotje. En wie weet… een elfde editie, met een iets warmere ruggensteun.
