In de vervoerregio Dender heeft De Lijn begin januari enkele beperkte wijzigingen doorgevoerd in de lijnvoering van de versterkingsritten 253 en 254. Die ritten rijden uitsluitend tijdens de spitsmomenten en zijn vooral afgestemd op scholierenverkeer. Volgens politiek voorzitter Marleen Lambrecht (CD&V, Erpe-Mere) gaat het nadrukkelijk niet om besparingsmaatregelen, maar om een gerichte optimalisatie die het aanbod zelfs verbetert.
De voorbije dagen verschenen berichten dat De Lijn in verschillende vervoerregio’s aanpassingen zou hebben doorgevoerd omdat die boven hun budget zouden zitten. Voor de vervoerregio Dender klopt dat beeld niet, benadrukt Lambrecht. “In onze regio is er geen sprake van budgetoverschrijdingen. De beperkte aanpassingen die op 5 januari jongstleden ingingen, zijn het resultaat van een optimalisatie-oefening, en zelfs een verbetering, van twee specifieke ritten.”
Snellere verbinding, minder belasting voor Dorpsstraat.
Concreet gaat het om de functionele verbindingen 253 en 254. Die rijden voortaan niet langer door de Dorpsstraat in Erpe, maar blijven op de Oudenaardsesteenweg (N46). Op die manier worden enkele bussen uit het dorpscentrum gehaald, wat de verkeersdruk in de Dorpsstraat vermindert.
“Belangrijk is dat gebruikers hierdoor geen enkel aanbod verliezen,” legt Lambrecht uit. “Alle ritten blijven gewoon rijden. Er is enkel een kleine wijziging in het traject. Door die aanpassing zijn scholieren op deze versterkingsritten zelfs iets sneller op hun bestemming.” De wijziging betekent dus een win-winsituatie: minder busverkeer door het centrum én een vlottere doorstroming voor de reizigers.
Reguliere lijn 25 blijft ongewijzigd.
Voor alle duidelijkheid: de reguliere verbinding tussen Aalst, Erpe-Mere en Zottegem, lijn 25, blijft wel degelijk door de Dorpsstraat rijden. Die lijn bedient de bestaande haltes zoals dat al twee jaar het geval is. “Wie in de Dorpsstraat opstapt of afstapt, blijft dus gewoon bediend,” klinkt het. De wijziging heeft uitsluitend betrekking op de versterkingsritten tijdens de spits.
Regionale aanpak binnen Hoppin.
De aanpassing past binnen de bredere werking van de vervoerregio Dender, een van de vijftien vervoerregio’s die Vlaanderen telt. Deze regio bestaat uit elf gemeenten uit de Denderstreek en werd in 2019 opgericht om mobiliteitsuitdagingen op een bovenlokale, regionale manier aan te pakken. Dat gebeurt over de grenzen van steden en gemeenten heen, met oog voor efficiëntie, bereikbaarheid en duurzaamheid.
De oprichting van de vervoerregio’s kadert binnen Hoppin, een initiatief van de Vlaamse overheid dat inzet op een modal shift en een betere afstemming tussen verschillende vervoersvormen. Binnen de vervoerregio Dender werken onder meer het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, De Lijn, het Agentschap Wegen en Verkeer, het Departement Omgeving en De Vlaamse Waterweg nv samen met de betrokken lokale besturen. Dat zijn Hamme, Berlare, Dendermonde, Wichelen, Lebbeke, Lede, Erpe-Mere, Aalst, Denderleeuw, Haaltert en Ninove. Ook de provincie maakt deel uit van deze regiowerking.
Met de recente optimalisatie van de versterkingsritten 253 en 254 wil de vervoerregio aantonen dat bijsturingen niet automatisch besparingen betekenen. “Integendeel,” besluit Lambrecht, “het gaat hier om slimme keuzes die zowel de reiziger als de leefbaarheid in onze dorpen ten goede komen.”