Vandaag kregen de regio’s Dender en Vlaamse Ardennen internationaal bezoek in het kader van het Europese project PARSMO (Interreg Europa). Een delegatie van steden, regio’s en kennisinstellingen uit verschillende Europese landen trok door de streek om te leren uit het succes van de Hoppinpunten in kleinere gemeenten. Die tonen volgens de organisatoren hoe deelmobiliteit ook buiten grote steden een werkbaar en succesvol model kan zijn.
Het studiebezoek werd georganiseerd door Way To Go vzw, het Belgische expertisecentrum voor deelmobiliteit. Binnen het PARSMO-project wisselen internationale partners ervaringen uit rond parkeerbeleid en gedeelde mobiliteitsoplossingen.
Internationale delegatie op bezoek
De delegatie bestond uit vertegenwoordigers van verschillende Europese steden, regio’s en organisaties. Onder meer de stad Brindisi, de Zweedse regio Kronoberg, de University of West Attica, de Peloponnese Region, de Servische stad Kragujevac, de stad Hasselt, de Rzeszów Regional Development Agency en Way To Go vzw maakten deel uit van het gezelschap.
Tijdens hun bezoek wilden ze vooral inzicht krijgen in hoe deelmobiliteit in landelijke en kleinere stedelijke contexten kan worden uitgerold en geïntegreerd in het bestaande mobiliteitsaanbod.

Praktijkbezoek aan drie Hoppinpunten
De delegatie kreeg een rondleiding langs verschillende Hoppinpunten in de regio. Zo werden onder meer het Hoppinpunt van Mere Vijfhoek in Erpe-Mere, het station van Ede in Haaltert en de Markt van Sint-Lievens-Houtem bezocht.
Hoppinpunten zijn knooppunten waar verschillende vervoersvormen samenkomen. Ze combineren openbaar vervoer met deelwagens, deelfietsen en andere vervoersopties. Door die combinatie kunnen inwoners eenvoudiger overstappen tussen verschillende vervoersmiddelen.
De stijgende gebruikscijfers tonen volgens de organisatoren aan dat het concept ook in kleinere gemeenten aanslaat. De Hoppinpunten bieden inwoners meer mobiliteitskeuzes en maken het mogelijk om minder afhankelijk te zijn van de eigen wagen.
Deelconcept werkt ook buiten steden
Volgens Jeffrey Matthijs van Way To Go vzw bewijst de praktijk in de Denderstreek dat deelmobiliteit niet enkel een stedelijk verhaal is.
“Deze Hoppinpunten bewijzen dat deelmobiliteit ook in kleinere gemeenten werkt. Ze maken het dagelijkse leven van inwoners vlotter en dragen bij aan duurzamere mobiliteit in de regio.”
Ook Ewout Depauw van SOLVA benadrukt het belang van samenwerking tussen gemeenten en partners.
“De Hoppinpunten in de regio’s Vlaamse Ardennen en Dender tonen dat slimme mobiliteit niet enkel iets is voor grote steden. Hier bewijzen we dat samenwerking, nabijheid en zichtbaarheid de sleutels zijn om inwoners vlotter, duurzamer en met meer keuzevrijheid te laten bewegen.”

Trots in lokale besturen
De betrokken gemeenten zijn trots dat hun projecten internationale aandacht krijgen.
Marleen Lambrecht, schepen van mobiliteit in Erpe-Mere en voorzitter van de vervoerregio Dender, onderstreept het belang van de lokale inspanningen. “Dat we als kleinere gemeente sterk inzetten op deelmobiliteit maakt me bijzonder trots. Het gebruik groeit, en als voorzitter van de vervoerregio Dender ben ik blij dat we dit ook regionaal op de kaart hebben gezet. Dat er nu internationale aandacht voor is, bevestigt dat we met dit verhaal de juiste richting uitgaan.”
Ook Tim De Groote, schepen van mobiliteit in Sint-Lievens-Houtem, kijkt tevreden terug op de evolutie. “We zijn trots dat onze landelijke gemeente in 2020 als eerste de uitrol van dit project mocht opstarten. Door gerichte maatregelen die inspelen op onze lokale context – zoals betere fietsenstallingen en het aanbieden van deelfietsen en deelauto’s – bouwen we stap voor stap aan een toekomstgerichte mobiliteit.”
Europese uitwisseling van kennis
Het studiebezoek maakt deel uit van een internationale partnermeeting binnen het project PARSMO (Interreg Europa). In dat project wisselen Europese partners kennis uit over parkeerbeleid en deelmobiliteit, met als doel steden en regio’s te helpen bij de overgang naar duurzamere mobiliteitssystemen.
Met het bezoek aan de Denderstreek en de Vlaamse Ardennen wilden de partners vooral leren hoe innovatieve mobiliteitsoplossingen ook buiten grootstedelijke contexten succesvol kunnen worden uitgerold. De praktijkvoorbeelden in de regio tonen volgens de deelnemers dat slimme mobiliteit niet alleen een stedelijk verhaal hoeft te zijn, maar ook in kleinere gemeenten een belangrijke rol kan spelen in de mobiliteit van morgen.


