De komende jaren trekken de gemeentebesturen binnen Brandweerzone Oost de kaart van veiligheid. Ondanks een financieel uitdagende context engageren de lokale besturen zich om extra te investeren in de uitbouw, modernisering en professionalisering van de brandweerzone. Het doel is helder: het wettelijk opgelegde takenpakket steeds vollediger opnemen, de veiligheid van de brandweermedewerkers verhogen en de dienstverlening naar inwoners verder verbeteren.
“Veiligheid is een kerntaak van de overheid. Onze inwoners moeten kunnen rekenen op een snelle, professionele en goed uitgeruste brandweer. Dat vraagt blijvende investeringen,” benadrukt Leen Dierick, burgemeester van Dendermonde en voorzitter van Brandweerzone Oost.
Professionalisering sinds 2015, maar ook achterstand weg te werken.
Brandweerzone Oost, opgericht op 1 januari 2015, startte destijds met een relatief compacte organisatie. In de voorbije tien jaar werd de werking stelselmatig uitgebouwd en geprofessionaliseerd. De zone stond voor een enorme transitie: uniformisering van procedures, integratie van lokale korpsen, modernisering van materiaal en opleidingen, en de uitbouw van een stabiele personeelsstructuur.
Toch konden nog niet alle wettelijke taken die een hulpverleningszone moet opnemen reeds volledig worden uitgerold. De historisch gegroeide verschillen tussen posten, de beperkte startstructuur en de hoge kostprijs van brandweerwerking zorgden ervoor dat bepaalde onderdelen nog steeds versterking nodig hebben.
Het nieuwe Meerjarenbeleidsplan 2026–2031 heeft daarom een uitgesproken ambitie:
- de historische achterstand wegwerken,
- doelgericht investeren in personeel, materiaal en infrastructuur,
- en de prestaties en veiligheid van de brandweer verder optimaliseren.
Alle gemeenten binnen de zone – waaronder Dendermonde, Lebbeke, Wichelen, Buggenhout en Berlare – leveren hiervoor bijkomende inspanningen.
Prioriteiten voor de komende jaren.
De strategische keuzes binnen het beleidsplan focussen op drie grote pijlers: dienstverlening, veiligheid van personeel en infrastructuur.
- Versterking en uitbreiding van de bestaande dienstverlening.
De zone wil haar dagelijkse inzet – van brandbestrijding tot technische interventies en hulpverlening – verder optimaliseren. Daarbij komen onder meer:
- een betere spreiding van personeel,
- versterking van de dispatch- en interventiecapaciteit,
- meer middelen voor opleidingen en specialisaties,
- verdere professionalisering van administratieve en operationele ondersteuning.
- Investeren in veiligheid en omkadering van brandweermedewerkers.
Brandweermensen nemen grote risico’s op het terrein. Daarom wordt stevig ingezet op:
- de verdere uitbouw van de directie Operaties,
- modernisering van interventiemateriaal,
- verjonging van het wagenpark, inclusief nieuwe pompwagens en ondersteunende voertuigen,
- bijkomende beschermingsmiddelen en modernere uitrusting,
- extra aandacht voor mentale en fysieke ondersteuning van personeel.
- Moderne en toekomstgerichte brandweerposten.
Infrastructuur blijft een kritische factor in de brandweerwerking. Een belangrijke prioriteit is:
- een nieuwe brandweerkazerne voor Wichelen, waarvoor de grondaankoop al in 2026 gepland staat.
Daarnaast worden meerdere posten verder gerenoveerd en aangepast aan hedendaagse noden, met aandacht voor veiligheid, snelle uitruk en ergonomie.
Vrijwilligers blijven de ruggengraat van de zone.
Brandweerzone Oost bevestigt haar strategische keuze om een vrijwilligerszone te blijven. De honderden vrijwilligers vormen de kern van de operationele slagkracht.
“Dit maakt ons een slagkrachtige en kostenefficiënte organisatie. Om dit duurzaam mogelijk te maken, wordt gericht geïnvesteerd in de nodige omkadering,” klinkt het bij de zone.
Dat betekent:
- meer aandacht voor rekrutering en retentie,
- duidelijke opleidingen en loopbaanpaden,
- ondersteuning voor werkgevers van vrijwilligers,
- en een modern vrijwilligersmodel dat inzet op waardering én professionaliteit.
Lokale besturen dragen grootste deel van de kosten.
Bij de oprichting van de hulpverleningszones werd uitgegaan van een gelijke financiële verdeling tussen federale overheid en gemeenten. De realiteit is echter anders: de lokale besturen dragen al tien jaar ongeveer 75% van de totale kosten.
Toch blijven de gemeenten zich solidair opstellen.
“Onze gemeenten dragen het grootste deel van de financiële verantwoordelijkheid. Toch blijven we investeren, omdat we overtuigd zijn dat dit rechtstreeks ten goede komt aan de veiligheid van onze inwoners én onze brandweermensen,” aldus voorzitter Leen Dierick.
De bijkomende financiële inspanningen zullen het mogelijk maken om het ambitieuze meerjarenplan waar te maken. Investeringen in een moderne brandweer zijn noodzakelijk om de zone slagkrachtig te houden in een tijd waarin risico’s toenemen: van woningbranden en ongevallen tot stormschade, overstromingen en industriële incidenten.
Voorstelling meerjarenplan in december.
Het Meerjarenbeleidsplan 2026–2031 wordt in december officieel voorgesteld.
De zone spreekt van een gerichte financiële injectie die onmisbaar is om verder te investeren in veiligheid, professionalisering en modernisering.
Met de steun van alle gemeentebesturen wil Brandweerzone Oost de komende jaren uitgroeien tot een nog efficiëntere, sterkere en toekomstgerichte brandweerorganisatie – klaar om de inwoners te beschermen, vandaag én morgen.