De wielerwereld en de bevolking van zowel Lede als Erpe-Mere zijn zwaar aangeslagen na het overlijden van oud-wielrenner Frans Melckenbeeck. De voormalige profrenner werd geboren in 1940 in Lede en groeide er op, maar verhuisde na zijn huwelijk naar Erondegem, waar zijn schoonouders een bouwperceel ter beschikking hadden. Voor Melckenbeeck voelde het leven zich in beide gemeenten thuis. Zijn naam werd een begrip in de Denderstreek, waar hij bekendstond als een man met een uitzonderlijk talent én een al even uitzonderlijke persoonlijkheid.
In 2018 werd Frans Melckenbeeck nog ereburger van de gemeente Lede, als erkenning voor zijn indrukwekkende carrière en zijn betekenis voor de lokale wielercultuur. Dat zijn overlijden net nu volgt, is extra pijnlijk: begin november verschijnt het boek ‘Frans Melckenbeeck – Flandrien uit de Jaren Stillekes’ van acteur en auteur Dirk D’Haese. Het werk, goed voor meer dan 250 unieke foto’s, brengt een volledig overzicht van zijn jeugd en wielerloopbaan. De timing treft veel inwoners recht in het hart.
Wie Frans ooit ontmoette, herinnert zich zijn bescheiden glimlach, zijn warme verhalen en de typische nuchterheid die hem zijn hele leven lang sierde. “Een kampioen blijft maar een mens,” zei hij graag. Net die menselijkheid maakte hem een held voor jong én oud.
Twee gemeenten, één thuis.
Op 15 november 1940 werd Frans geboren in Lede, tussen de bakovens, veldwegen en wekelijkse marktgeluiden. Het dorp vormde zijn jeugd, zijn vriendenkring, zijn eerste koersen. Na zijn huwelijk vestigde hij zich in Erondegem (Erpe-Mere), waar de schoonouders een bouwperceel aanboden. Zijn leven verschoof geografisch, maar zijn hart bleef 50/50 verdeeld. Hij leefde, lachte en fietste tussen beide gemeenten. Ze claimden hem nooit, ze deelden hem.
Die unieke verbondenheid erkende Lede officieel toen Frans op 21 juni 2018 werd uitgeroepen tot ereburger van de gemeente samen met dat zijn dorpsgenoot en ander wielericoon Lucien Van Impe en top-advocaat Jef Vermassen. Het applaus die dag klonk luider dan dat van een aankomstplein.
Het toeval op twee wielen.
Het wielerverhaal van Frans begon midden jaren ’50, toen melkboer Gust De Corte tijdens zijn rondes een snelle, koppige puber op twee wielen opmerkte. De Corte zag wat anderen misten: talent met potentie. Hij begeleidde de jonge renner, sprak met ouders, zorgde voor een koersfiets en introduceerde hem in regionale koersen.
Op 14-jarige leeftijd stopte Frans met school om te gaan werken in Brussel als metselknaap. Het leek een nederige wending, maar vormde precies de basis van zijn uitzonderlijke conditie. Elke zomerdag fietste hij heen en terug naar Brussel, kilometers lang. In de winter sloot hij aan bij de looptrainingen van V.C. Jong Lede. Zijn explosiviteit groeide. Zijn longen werden sterker. Zijn karakter werd staal.
De sprint die niemand verwachtte.
Het viel supporters vooral op hoe fris en furieus Frans nog kon sprinten na een zware koers. Een fenomeen dat renners nerveus maakte en publiek op de tippen van de tenen zette. Spierkracht, doorzettingsvermogen en karakter vormden zijn DNA.
Zijn tweede koersjaar zei alles: 57 wedstrijden en 30 overwinningen.
De cafés van Lede gonzen. Het dorp kwam buiten. En supporters richtte ‘De Melckenbeeckvrienden’ op, een club die decennia later nog steeds actief is. Zij organiseren vandaag ‘De Oude Acht van Lede’, het historische criterium dat de renner tot het einde van zijn leven nauw aan het hart lag.
De Oude Acht: een thuiscircuit.
Tijdens de meest recente editie stond Frans nog persoonlijk langs het parcours. Hij zag renners demarreren, rook de koersspanning en glimlachte als een kind dat weet: dit is mijn wereld. Voor velen was het een ontroerend beeld: de kampioen, nu supporter, genietend van de koers.
Rome 1960: een Olympische ervaring.
Tijdens zijn legerdienst in 1960 werd Melckenbeeck geselecteerd voor de Olympische Spelen. In Rome kreeg hij wereldpers op zich gericht. Materiaalpech verhinderde een glansprestatie, maar de deelname deed iets anders: Hij legt zijn metserstruweel neer en koos definitief voor de koers. Het werd zijn kantelmoment.
Het mythische jaar 1961.
De statistieken van 1961 lijken vandaag bijna onwerkelijk: 77 wedstrijden – 37 overwinningen en 10 tweede plaatsen. Tijdens een zinderende wedstrijd op 13 augustus in Sint-Genesius-Rode won hij het Belgisch kampioenschap bij de liefhebbers, voor duizenden uitzinnige supporters. Niemand twijfelde nog: deze man is profwaardig.
Zo tekende hij bij de Franse ploeg Mercier, met de legendarische Raymond Poulidor als kopman. Frans begon aan zes jaar Europese koersdominantie.
De bijnaam ‘ne rappen’
Zijn eerste overwinning dateert van 1956 in Hillegem, gevolgd door negen extra zeges datzelfde jaar. Andere renners fluisterden achter hun stuur: Als Melckenbeeck erbij is, moeten we rekening houden met de sprint.
Zijn regelmatige duels met Rik Van Looy, destijds de absolute keizer van de klassiekers, werden folklore. Op 9 juni 1962 klopte hij Van Looy op de Sint-Annalaan in Aalst in de Omloop Schelde-Dender-Leie: zijn officiële doorbraak.
Luik-Bastenaken-Luik 1963: dé monumentenzege.
Op 5 mei 1963 won Frans Luik-Bastenaken-Luik, één van de moeilijkste, meest prestigieuze klassiekers van het voorjaar. Het werd zijn mythische zege. Zijn naam staat sindsdien onuitwisbaar in marmeren wielerarchieven gebeiteld.
Tourglorie tussen Roubaix en Rouen.
Eén maand later, op 26 juni 1963, won Melckenbeeck de derde etappe van de Ronde van Frankrijk, tussen Roubaix en Rouen. Hij klopte Willy Der Boven en opnieuw Rik Van Looy.
Een Denderstreekse jongen op de hoogste koersbalcons van de wereld. Zijn palmares groeide: Natourcriterium op de Grote Markt in Aalst (1963)- Omloop Het Volk (1964) – GP Fourmies (1964) en GP Stad Zottegem (1968). Daarnaast won hij ritten in: Vuelta (1964, 1965) – Parijs-Nice (1964) en Vierdaagse van Duinkerken (1962, 1963). Halverwege de jaren ’60 behoorde Melckenbeeck tot de top van de internationale wielersport.
240 overwinningen later…
Na zes seizoenen in Franse loondienst keerde hij terug naar Vlaanderen en eindigde zijn carrière bij IJsboerke. Zijn carrièrecijfers: 240 zeges in totaal – 64 als profrenner (officiële telling) en een massa ereplaatsen en podiums. Zijn stijl? Geen poeha, geen gebaren — gewoon winnen.
Van koerswagen naar koelwagen.
Wanneer hij stopte, bleef IJsboerke hem trouw. Frans stapte over… naar de koelwagen. Als ijscrèmeleverancier reed hij dagelijks rond. De ene dag met een koershelm, de volgende met diepvriesproducten: een traject dat de streek nooit vergat.
In totaal werkte hij 27 jaar bij het bedrijf: 3 jaar als renner en 24 jaar als chauffeur. Op 1 januari 1999 ging hij officieel met pensioen.
Een boek als postuum eerbetoon.
Begin november verschijnt het boek: “Frans Melckenbeeck – Flandrien uit de Jaren Stillekes”. Door Dirk D’Haese, met meer dan 250 foto’s, jeugdverhalen, interviews en koersanalyse. Het boek belooft een erfstuk te worden.
Zijn erfenis.
Melckenbeeck was meer dan een renner: een volksfiguur – een anekdoteverteller – een grillige spurter en een ambassadeur voor zijn streek. Hij was geliefd omdat hij onder de mensen bleef, ook zonder koersfiets onder zich.
Het verdriet van een regio.
Lede verliest haar grootste wielertrots. Erpe-Mere haar vriendelijkste renner.
De Denderstreek een hoofdstuk uit haar identiteit. Vanaf nu leven zijn verhalen: op café langs de Oude Acht – in het boek – in de lach van supporters en in de fotoalbums .van drie generaties.
Eindstreep.
Wie Frans ooit zag sprinten op oude zwart-witbeelden, begrijpt het:
hier demarreerde pure levenslust.
Rust zacht, Frans. Je sprintte de wereld rond, nu wacht de mooiste aankomststrook van allemaal.
