Wetters gemeenteraad buigt zich over toekomst van De Warande: Wouter Bracke pleit voor behoud van openluchtzwembad.

Facebook
LinkedIn
WhatsApp
X

De toekomst van het openluchtzwembad De Warande zorgt opnieuw voor een stevig politiek debat in Wetteren. Gemeenteraadslid Wouter Bracke (Vlaams Belang) vraagt dat de beslissing om het buitenzwembad na het huidige zomerseizoen definitief te sluiten, wordt herbekeken. Volgens Bracke is De Warande veel meer dan een sportinfrastructuur: het zwembad is volgens hem een historisch, sociaal en maatschappelijk waardevol onderdeel van Wetteren, waar al generaties inwoners hun zomers doorbrachten.

In zijn voorstel aan de gemeenteraad vraagt Bracke om De Warande minstens nog twee zomerseizoenen operationeel te houden. Hij verwijst daarbij naar een geraamde investering van ongeveer 45.000 euro die volgens de beschikbare informatie zou volstaan om het zwembad opnieuw tijdelijk gebruiksklaar te maken. Volgens Bracke moet die periode worden gebruikt om samen met de inwoners een duurzame toekomstvisie uit te werken.

De meerderheid kijkt daar echter anders naar. Schepen van Financiën, Ruimtelijke Planning en Patrimonium Bram De Winne (Samen voor Wetteren) verdedigde de beslissing om het buitenzwembad te sluiten met een uitvoerige toelichting. Volgens De Winne is de keuze het resultaat van een traject dat al drie jaar loopt en waarin zowel de technische toestand, de financiële haalbaarheid, de veiligheid als de toekomstige ontwikkeling van de volledige Warandesite werden onderzocht.

Daarmee staat De Warande op een belangrijk kruispunt. Voor de ene kant betekent de sluiting het verdwijnen van een geliefd stukje Wetterse geschiedenis. Voor de andere kant is het een noodzakelijke keuze om ruimte en middelen vrij te maken voor een nieuw binnenzwembad en een vernieuwd parkdomein.

Gemeenteraadslid Wouter Bracke (Vlaams Belang).

Wouter Bracke: “De Warande is meer dan alleen een zwembad”

Gemeenteraadslid Wouter Bracke (Vlaams Belang) benadrukt in zijn voorstel dat het openluchtzwembad een uitzonderlijke plaats inneemt binnen het Wetterse gemeentelijke patrimonium. Sinds de opening in 1952 groeide De Warande uit tot een plek die door verschillende generaties inwoners werd gebruikt.

Kinderen leerden er zwemmen, jongeren ontmoetten er vrienden, gezinnen zochten er verkoeling tijdens warme zomerdagen en verenigingen vonden er een plaats voor sport en ontspanning. Volgens Bracke is die geschiedenis belangrijk bij de beoordeling van de toekomst van de site.

“De Warande is meer dan alleen een zwembad”, is de kern van zijn betoog. Hij omschrijft de accommodatie als een icoon van Wetteren en als een stukje gemeentelijk erfgoed met een belangrijke maatschappelijke functie.

Daarbij gaat volgens het gemeenteraadslid de waarde van het zwembad verder dan de inkomsten uit toegangstickets of de directe exploitatiecijfers. Een publieke voorziening moet volgens hem ook worden beoordeeld op haar bijdrage aan gezondheid, beweging, welzijn, sociale contacten en leefbaarheid.

Het openluchtzwembad is bovendien een van de plaatsen waar inwoners elkaar ontmoeten zonder dat hun sociale of financiële achtergrond daarbij een rol hoeft te spelen. Dat laagdrempelige karakter vindt Bracke belangrijk.

Extra aandacht voor kinderen en jongeren

Een belangrijk onderdeel van het voorstel van Bracke is de rol die De Warande volgens hem kan spelen voor kinderen en jongeren. In een periode waarin gemeenten steeds vaker geconfronteerd worden met vraagstukken rond jongerenwelzijn, verveling, overlast en een tekort aan laagdrempelige ontmoetingsplaatsen, vindt Bracke dat publieke voorzieningen niet zomaar mogen verdwijnen.

Een openluchtzwembad biedt volgens hem meer dan enkel de mogelijkheid om te zwemmen. Het is een plaats waar jongeren kunnen bewegen, vrienden ontmoeten, hun vrije tijd op een positieve manier invullen en sociale verantwoordelijkheid leren opnemen.

Bracke ziet De Warande dan ook als onderdeel van een ruimer jeugd- en welzijnsbeleid. De vraag moet volgens hem niet alleen zijn hoeveel het zwembad kost, maar ook wat het de gemeente maatschappelijk oplevert.

De Warande als antwoord op warme zomers

Ook het klimaatargument komt in het voorstel nadrukkelijk naar voren. Door de steeds vaker voorkomende warme periodes neemt volgens Bracke de behoefte aan toegankelijke verkoeling toe. Niet elke inwoner beschikt over een tuin, laat staan over een privézwembad. Een gemeentelijk openluchtzwembad biedt volgens hem precies daarom een publieke voorziening die in warme periodes een belangrijke functie kan vervullen.

De Warande kan volgens Bracke op die manier bijdragen aan de leefbaarheid van Wetteren. Een openbare plaats waar inwoners tijdens warme zomerdagen kunnen zwemmen en verkoeling zoeken, heeft volgens hem een maatschappelijke waarde die niet volledig in een klassieke financiële kosten-batenanalyse kan worden gegoten. Daarom vraagt hij om bij de beoordeling van de toekomst niet uitsluitend naar de exploitatiekosten te kijken.

Bracke vraagt minstens twee bijkomende zomers

Centraal in het voorstel van Wouter Bracke staat de vraag om de definitieve sluiting opnieuw te bekijken. Volgens de informatie waarnaar hij verwijst, zou het zwembad mits noodzakelijke investeringen van ongeveer 45.000 euro nog minstens twee bijkomende zomerseizoenen kunnen functioneren. Die investering moet volgens hem worden gezien in verhouding tot de historische en maatschappelijke waarde van De Warande.

Bracke vraagt daarom dat het Autonoom Gemeentebedrijf Wetteren en het college van burgemeester en schepenen opnieuw onderzoeken hoe het buitenzwembad tijdelijk kan worden opengehouden.

Zijn voorstel bevat vier concrete punten. De gemeenteraad zou eerst de historische, sociale, recreatieve en maatschappelijke waarde van De Warande als onderdeel van het gemeentelijke patrimonium moeten erkennen.

Vervolgens wordt gevraagd om de beslissing tot definitieve sluiting te heroverwegen. Daarnaast vraagt Bracke om de nodige maatregelen te nemen zodat het buitenzwembad minstens de komende twee zomerseizoenen operationeel kan blijven, rekening houdend met de noodzakelijke investeringen. Ten slotte vraagt hij om binnen drie maanden opnieuw verslag uit te brengen aan de gemeenteraad.

Schepen Bram De Winne (Samen voor Wetteren).

Bram De Winne: “Het traject loopt al drie jaar”

Schepen Bram De Winne (Samen voor Wetteren) verdedigde tijdens de gemeenteraad de beslissing om het openluchtzwembad te sluiten. Volgens hem is de beslissing allesbehalve plots genomen. De Winne benadrukte dat het traject rond de toekomst van De Warande ongeveer drie jaar geleden binnen het Autonoom Gemeentebedrijf Wetteren werd opgestart.

De aanleiding daarvoor was volgens de schepen duidelijk: zowel het binnen- als het buitenzwembad bevinden zich volgens hem op technisch en bouwkundig vlak aan het einde van hun levensduur. “Beide baden – zowel binnen als buiten – zijn qua gebouw en technieken einde carrière”, stelde De Winne.

Het gemeentebestuur wilde volgens hem daarom niet alleen kijken naar de herinneringen en emoties die aan De Warande verbonden zijn, maar ook naar de feitelijke toestand van de infrastructuur en de financiële consequenties.

Het onderzoek werd volgens De Winne vanuit twee invalshoeken gevoerd: enerzijds de emotionele waarde van de site en anderzijds de rationele vraag wat technisch en financieel haalbaar is.

Overleg met externe zwembadexperts

Binnen dat traject werd volgens de schepen ook overleg gevoerd met externe partners die gespecialiseerd zijn in het bouwen, onderhouden en uitbaten van zwembaden.

De vraag was volgens De Winne niet simpelweg of Wetteren zowel een binnen- als een buitenzwembad zou kunnen behouden. Volgens de analyses die tijdens het traject werden gemaakt, bleek al snel dat een combinatie van beide niet realistisch was.

De conclusie was volgens hem dat een toekomst met een nieuw binnenzwembad haalbaar kan zijn, terwijl het behoud van beide zwembaden financieel en technisch niet verantwoord zou zijn. “Enkel een binnenzwembad is realistisch”, aldus De Winne.

Volgens de schepen werd die conclusie vervolgens ook binnen de gemeentelijke structuren besproken. Hij benadrukt daarbij dat alle raadsleden volgens hem gedurende het traject de mogelijkheid hebben gekregen om vragen te stellen en informatie te verkrijgen.

Bestek zonder buitenzwembad

Na de gemeenteraadsverkiezingen werd het dossier opnieuw opgenomen door de nieuwe bestuursploeg. Die kreeg volgens De Winne een reeds ver gevorderd traject en een afgewerkt bestek voorgeschoteld.

Daarin was volgens hem duidelijk dat het buitenzwembad geen onderdeel meer vormde van het toekomstige project. Ook naar de bevolking toe werd volgens de schepen gecommuniceerd dat het buitenzwembad na het zomerseizoen zou verdwijnen. Het bestek werd vervolgens tweemaal ter goedkeuring voorgelegd. De eerste stemming vond plaats op 17 september 2025, de tweede op 15 juli 2026.

De Winne verwees tijdens de gemeenteraad naar het openbare gedeelte van de notulen en het stemgedrag. In september waren er volgens hem 16 stemmen voor, 9 onthoudingen en geen tegenstemmen, waarbij Wouter Bracke blanco stemde. Bij de stemming in juli waren er opnieuw 16 stemmen voor, 7 onthoudingen en geen tegenstemmen.

De schepen gebruikte die cijfers om zijn verbazing te uiten over de recente politieke oproepen om het buitenzwembad alsnog te behouden. Volgens hem was al geruime tijd bekend dat het buitenzwembad zou verdwijnen.

Veiligheid als belangrijk argument

Naast het financiële en technische aspect legde De Winne tijdens zijn betoog sterk de nadruk op veiligheid. Volgens de schepen deden zich de voorbije jaren steeds vaker incidenten voor waarbij bezoekers de regels niet respecteerden en het gezag van personeelsleden ondermijnden.

In sommige gevallen zou daarbij sprake zijn geweest van verbaal en fysiek geweld. Dat zorgde volgens De Winne niet alleen voor een grotere druk op het personeel, maar ook voor een grotere inzet van security en politie.

Het gevolg was volgens hem een toenemend onveiligheidsgevoel op de site. De afgelopen zomer zou volgens de schepen hebben aangetoond dat die problematiek een bijzonder moeilijke combinatie kan vormen. Hij plaatste de situatie bovendien in een bredere context. Volgens De Winne zijn gelijkaardige problemen ook in andere domeinen met buitenwater merkbaar.

Beperking tot inwoners van Oost-Vlaanderen

Om de situatie beheersbaar te houden werden de voorbije zomer maatregelen genomen, waaronder een beperking van de toegang tot inwoners van Oost-Vlaanderen. Volgens De Winne heeft die maatregel bijgedragen aan een rustigere en aangenamere zwembadbeleving. Maar volgens de schepen kan die beperking juridisch niet zomaar onbeperkt worden voortgezet.

De maatregel kan volgens hem slechts tijdelijk worden toegepast via een burgemeesterbesluit. Dat betekent dat het bestuur volgens De Winne niet zomaar kan aannemen dat dezelfde toegangsregeling ook volgend jaar opnieuw kan worden ingevoerd. Daarmee vormt de maatregel volgens hem geen structurele oplossing voor de veiligheidsproblematiek.

Ook technische veiligheid speelt mee

Naast de veiligheid van bezoekers en personeel is er volgens De Winne een tweede veiligheidsaspect: de technische toestand van de infrastructuur. Verschillende controlerende instanties zouden opmerkingen hebben gemaakt over de fysieke toestand van het zwembad.

Ook het keuringsattest van de chloorinstallatie loopt volgens de schepen af aan het einde van het huidige zomerseizoen. Om het zwembad ook in de toekomst veilig te kunnen blijven gebruiken, zijn volgens hem bijkomende investeringen nodig.

De Winne waarschuwde daarbij voor de risico’s van het uitstellen van noodzakelijke technische ingrepen. De boodschap van de meerderheid is duidelijk: het gaat volgens haar niet alleen om de vraag of het zwembad technisch nog enkele jaren kan worden opengehouden, maar ook onder welke voorwaarden dat veilig en verantwoord kan gebeuren.

Discussie over het aantal bezoekers

Een ander belangrijk argument van De Winne is het relatief beperkte gebruik door Wetterse inwoners. Het buitenzwembad is volgens hem slechts gedurende ongeveer drie maanden per jaar geopend, van juni tot en met augustus. Het bezoekersaantal is daardoor sterk afhankelijk van de weersomstandigheden.

De schepen spreekt over gemiddeld ongeveer 300 bezoekers per dag tijdens de voorbije jaren. Tegelijkertijd moet volgens hem, ongeacht het aantal zwemmers, steeds een minimale personeelsbezetting worden voorzien.

Dat betekent dat de personeelskosten niet evenredig dalen wanneer het aantal bezoekers laag ligt. De maximale capaciteit werd deze zomer om veiligheidsredenen beperkt tot 1.200 bezoekers per dag. Volgens De Winne werd die grens tijdens de voorbije weken slechts één keer bereikt.

Op andere momenten was het volgens hem opvallend rustig op de site. Hij stelde dat er op bepaalde momenten zelfs meer personeelsleden aanwezig waren dan zwemmers.

Slechts 35 procent van de bezoekers komt uit Wetteren

Ook de herkomst van de bezoekers speelt volgens het gemeentebestuur een rol in de discussie. Uit de cijfers van vorig jaar blijkt volgens De Winne dat ongeveer 35 procent van de bezoekers uit Wetteren afkomstig was. Dat betekent dat een groot deel van de gebruikers van buiten de gemeente komt. Voor De Winne is dat relevant omdat de exploitatie van het zwembad uiteindelijk grotendeels wordt gedragen door publieke middelen.

De vraag die zich volgens hem dan opdringt, is of het verantwoord is om een infrastructuur met dergelijke kosten in stand te houden wanneer een relatief beperkt aandeel van de bezoekers uit de eigen gemeente afkomstig is.

Het financiële plaatje vormt de kern van het debat

Het meest uitgesproken onderdeel van de argumentatie van de meerderheid is echter het financiële luik. Volgens De Winne zijn minimaal 55.000 euro aan noodzakelijke investeringen vereist om het buitenzwembad één jaar langer open te houden.

Hij benadrukte daarbij dat het om een minimum gaat en dat het uitsluitend gaat over investeringen die noodzakelijk zijn om de infrastructuur op een minimaal aanvaardbaar niveau te houden. Daarbovenop komen de jaarlijkse exploitatiekosten.

Voor het huidige seizoen bedragen de personeelskosten volgens de schepen ongeveer 251.000 euro. Daarin zitten onder meer de kosten voor onthaalmedewerkers, poetsmedewerkers, redders, security, flexi-jobbers en jobstudenten. Ook indirecte kosten moeten volgens hem worden meegerekend. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om administratie, politie-inzet en andere ondersteunende diensten.

Tegenover die uitgaven staan de inkomsten uit toegangstickets. Volgens De Winne bedragen die gemiddeld ongeveer 55.000 euro per maand tijdens het seizoen. Maar zelfs die inkomsten volstaan volgens hem niet om de volledige kosten van de exploitatie te dekken.

Minstens 141.000 euro voor één extra seizoen

De schepen komt op basis van die cijfers tot een duidelijke conclusie. Het openhouden van het buitenzwembad gedurende één bijkomend seizoen zou volgens hem minstens 141.000 euro kosten voor de belastingbetaler.

Daarbij gaat het slechts om drie maanden werking en om een infrastructuur waarvoor nog altijd geen duurzame langetermijnoplossing bestaat. Een volledige renovatie of vernieuwing van de buitenzwembadfunctie zou volgens De Winne bovendien in de miljoenen kunnen lopen.

Voor de meerderheid is dat financieel niet verantwoord. “Centen die er niet zijn”, is de kern van zijn redenering. Indien de gemeente ervoor zou kiezen om dergelijke extra uitgaven toch te doen, moeten volgens hem elders middelen worden gezocht of zouden uiteindelijk hogere belastingen nodig kunnen zijn.

Niet alleen het zwembad verdwijnt: een nieuwe Warande moet ontstaan

De discussie draait volgens De Winne uiteindelijk niet alleen om de vraag of het buitenzwembad al dan niet openblijft. De sluiting maakt volgens hem deel uit van een veel bredere toekomstvisie voor het volledige domein.

De bedoeling is om te investeren in een nieuw, groter en comfortabeler binnenzwembad dat het hele jaar toegankelijk is. Daarmee wil het bestuur volgens De Winne een zwembadvoorziening creëren die niet beperkt is tot drie zomermaanden, maar gedurende het hele jaar kan worden gebruikt. Het vrijgekomen terrein van het huidige buitenzwembad moet vervolgens een nieuwe bestemming krijgen.

Parkdomein voor jong en oud

De meerderheid ziet op die plaats een aantrekkelijk parkdomein met ruimte voor sport, recreatie, verkoeling, waterelementen en waterbeleving. Een belangrijk verschil met het huidige zwembad is volgens De Winne dat deze nieuwe buitenruimte vrij toegankelijk moet zijn.

Er zou dus geen inkomticket nodig zijn om gebruik te maken van het parkdomein. Daarmee wil het bestuur volgens hem opnieuw een laagdrempelige publieke ruimte creëren, maar dan op een manier die het hele jaar door bruikbaar is.

Ook tijdens warme zomerdagen zou de site volgens de plannen een functie moeten blijven vervullen als plaats voor verkoeling. De invulling van de buitenruimte ligt volgens De Winne bovendien nog niet volledig vast. Hij benadrukte dat de bedoeling is om de Wetteraar bij de verdere uitwerking te betrekken via participatie en co-creatie.

Erfgoed versus toekomstvisie

Het politieke debat rond De Warande draait daardoor in belangrijke mate rond twee verschillende visies op publieke infrastructuur.

Wouter Bracke legt vooral de nadruk op de historische en maatschappelijke waarde van het bestaande openluchtzwembad. Volgens hem is het gevaarlijk om publieke voorzieningen uitsluitend vanuit financiële cijfers te beoordelen.

Voorstanders van het behoud wijzen erop dat De Warande een herkenbare plaats is in het collectieve geheugen van Wetteren. De waarde ervan zit volgens die visie niet alleen in het aantal verkochte tickets, maar ook in de ontmoetingen, sportieve activiteiten, herinneringen en mogelijkheden tot verkoeling die het zwembad biedt.

De meerderheid bekijkt dezelfde site vanuit een langetermijnperspectief. Daar ligt de nadruk op technische duurzaamheid, financiële haalbaarheid, veiligheid en een nieuwe inrichting die volgens het bestuur meer inwoners en gedurende een groter deel van het jaar zou kunnen bedienen.

Een moeilijke keuze voor de gemeenteraad

De discussie maakt duidelijk waarom De Warande politiek zo gevoelig ligt. Een zwembad sluiten dat sinds 1952 deel uitmaakt van het Wetterse leven, is geen gewone beleidsbeslissing. Voor veel inwoners heeft de plek een emotionele waarde die moeilijk in cijfers valt uit te drukken.

Tegelijk kan een gemeentebestuur zich niet volledig laten leiden door nostalgie wanneer een infrastructuur technisch verouderd is en hoge exploitatiekosten met zich meebrengt. De vraag is daarom uiteindelijk welke publieke investering Wetteren in de toekomst wil maken.

Kiest de gemeente ervoor om middelen te blijven inzetten voor een buitenzwembad dat slechts enkele maanden per jaar kan worden gebruikt? Of wordt gekozen voor een nieuwe binnenzwembadvoorziening die het hele jaar door beschikbaar is, gecombineerd met een publiek parkdomein op de plaats van het huidige buitenbad?

Dat is de fundamentele keuze die achter het politieke debat schuilgaat.

Bracke: “De beslissing moet worden herbekeken”

Voor Wouter Bracke is de huidige beslissing echter nog niet definitief genoeg om het dossier af te sluiten. Hij vraagt dat het bestuur minstens onderzoekt of een tijdelijke verlenging mogelijk is. Die periode zou volgens hem niet alleen gebruikt kunnen worden om nog enkele zomers te zwemmen, maar ook om een breder gedragen toekomstvisie uit te werken.

Zijn voorstel wil de gemeenteraad daarom expliciet laten vragen om de beslissing te heroverwegen en minstens twee bijkomende zomerseizoenen mogelijk te maken. Daarbij moet volgens hem rekening worden gehouden met de noodzakelijke investeringen.

Bracke ziet het behoud van De Warande als een investering in de Wetterse samenleving, terwijl de meerderheid het openhouden net als een financieel en technisch risico beschouwt.

De Winne: “Wie voor behoud stemt, kiest voor een belastingverhoging”

Schepen Bram De Winne trok tijdens de gemeenteraad een scherpe conclusie uit zijn betoog. Volgens hem betekent stemmen voor het behoud van het buitenzwembad in de praktijk dat de gemeente bijkomende financiële middelen zal moeten zoeken.

Hij omschreef het openhouden daarom als een financieel onverantwoord risico. Volgens De Winne zou een dergelijke beslissing bovendien afbreuk doen aan het traject dat de voorbije drie jaar werd afgelegd.

Hij vindt het opmerkelijk dat politieke fracties die volgens hem jarenlang op de hoogte waren van de geplande sluiting, nu opnieuw oproepen om het buitenzwembad te behouden. De schepen verdedigde daarom de keuze van de meerderheid om de moeilijke beslissing wel te nemen.

Volgens hem bestaat goed bestuur niet alleen uit het behouden van populaire voorzieningen, maar ook uit het durven maken van keuzes wanneer infrastructuur technisch, financieel of organisatorisch niet langer houdbaar is.

Wat staat er nu op het spel?

De discussie over De Warande is daarmee nog lang niet uitsluitend een debat over zwemmen. Het gaat over de vraag welke plaats publieke infrastructuur moet innemen in een gemeente. Het gaat over erfgoed en herinneringen, maar ook over veiligheid, betaalbaarheid en toekomstplanning.

Het gaat over de vraag of een zwembad vooral moet worden beoordeeld op bezoekersaantallen en exploitatiekosten, of dat ook moeilijk meetbare maatschappelijke factoren moeten worden meegenomen. En het gaat over de invulling van een belangrijk stuk openbaar domein in het hart van Wetteren.

Voor Bracke is het behoud van het buitenzwembad een manier om een historische publieke voorziening te bewaren. Voor De Winne is de sluiting noodzakelijk om middelen vrij te maken voor een nieuwe toekomst van De Warande.

Beide visies vertrekken dus vanuit een verschillende interpretatie van wat publieke meerwaarde betekent.

Besluit

De toekomst van het openluchtzwembad De Warande lijkt daarmee uitgegroeid tot een van de meest symbolische dossiers binnen de Wetterse politiek. Wouter Bracke vraagt om de beslissing tot sluiting opnieuw te bekijken en pleit voor minstens twee bijkomende zomerseizoenen. Hij benadrukt daarbij de historische waarde van de site, de sociale functie van het zwembad, het belang voor kinderen en jongeren en de nood aan publieke verkoeling tijdens warme zomers.

De meerderheid houdt vast aan een andere koers. Volgens schepen Bram De Winne is de beslissing het eindpunt van een traject dat drie jaar geleden werd ingezet en waarbij technische toestand, veiligheid, bezoekersaantallen en financiële haalbaarheid werden onderzocht. Volgens de meerderheid zou één extra seizoen minstens 141.000 euro aan publieke middelen kosten, terwijl een structurele renovatie van het buitenbad nog aanzienlijk duurder zou zijn.

Tegelijk wil het bestuur benadrukken dat De Warande niet als geheel verdwijnt. Integendeel: de toekomstvisie bestaat uit een nieuw en groter binnenzwembad dat het hele jaar kan functioneren, gecombineerd met een publiek parkdomein waar ruimte moet komen voor sport, recreatie, verkoeling en waterbeleving.

Eén ding staat vast, het openzwembad sluit komende zondag 30 augustus na 75 jaar definitief de deuren. De komende periode zal dan ook bepalend zijn. De vraag is niet alleen of Wetteren afscheid neemt van zijn historische buitenzwembad, maar vooral welke nieuwe betekenis De Warande in de toekomst zal krijgen. Voor de voorstanders van behoud blijft de sluiting een verlies van een uniek stukje Wetterse geschiedenis. Voor de meerderheid is ze noodzakelijk om diezelfde site opnieuw toekomstbestendig te maken.

Wat vaststaat, is dat het debat daarmee niet stopt. De herinneringen aan De Warande zullen nog lang blijven bestaan, maar de politieke uitdaging ligt nu vooral in de vraag of Wetteren erin slaagt om die historische verbondenheid te vertalen naar een nieuwe, kwalitatieve en voor iedereen toegankelijke toekomst van het domein.

Het voorstel van gemeenteraadslid Bracke werd via de stemming van tafel geveegd.

Op zoek naar een fotograaf in eigen streek? Eline en Kristof van KEST Photo zorgen voor een perfect afgewerkte reportage.

Huwelijk, communie, portret of new born? KEST Photo zorgt voor unieke beelden en een professinoele omkadering.