De Denderstreek vertegenwoordigt slechts 2 procent van de onderzochte VLAIO-innovatiesteun aan ondernemingen. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister-president Matthias Diependaele op een schriftelijke vraag van Vlaams Parlementslid Kristof Slagmulder (Vlaams Belang). Het cijfer staat in schril contrast met het aandeel van andere Vlaamse economische regio’s. Zo is de regio Gent goed voor 14 procent van de onderzochte steun, Leuven voor 11 procent en Antwerpen voor 9 procent.
Volgens Slagmulder legt die verhouding opnieuw een dieperliggend economisch probleem in de Denderstreek bloot. De regio kampt al langer met een structurele achterstand op het vlak van werkgelegenheid, economische activiteit en innovatie. Het beperkte aandeel in de Vlaamse innovatiesteun toont volgens het parlementslid aan dat een bijkomende economische inhaalbeweging noodzakelijk is.
Amper 2 procent van de onderzochte innovatiesteun
De cijfers over de VLAIO-steun geven volgens Slagmulder een duidelijke indicatie van het beperkte economische gewicht van de Denderstreek binnen de Vlaamse innovatie-instrumenten. Terwijl andere Vlaamse economische centra een aanzienlijk deel van de onderzochte steun aantrekken, blijft de Denderstreek steken op amper 2 procent.
Het verschil met bijvoorbeeld Gent, Leuven en Antwerpen is aanzienlijk. De regio Gent vertegenwoordigt 14 procent van de onderzochte steun, Leuven 11 procent en Antwerpen 9 procent. Voor Slagmulder is het dan ook niet voldoende om alleen naar afzonderlijke steunmaatregelen of individuele bedrijven te kijken. Volgens hem moet het cijfer worden bekeken binnen de bredere economische context van de regio.
“Amper 2 procent toont hoe beperkt het gewicht van onze regio binnen deze Vlaamse innovatie-instrumenten vandaag nog is”, zegt Slagmulder. “De Denderstreek heeft economisch een achterstand in te halen. We hebben daarom niet alleen méér jobs nodig, maar vooral meer innovatieve en productiegerichte bedrijvigheid die hier toegevoegde waarde creëert en duurzaam verankerd blijft.”
Economische achterstand blijft wegen
De Denderstreek wordt al geruime tijd geconfronteerd met een aantal structurele economische uitdagingen. Volgens Slagmulder heeft de regio de laagste jobratio en het laagste bbp per inwoner van Vlaanderen. Dat betekent dat de streek niet alleen relatief weinig werkgelegenheid biedt in verhouding tot haar bevolking, maar ook achterblijft op het vlak van economische productie.
Die situatie heeft volgens het Vlaams Parlementslid gevolgen die verder reiken dan alleen de arbeidsmarkt. Wanneer er in de eigen regio onvoldoende jobs en economische kansen zijn, zijn inwoners vaker aangewezen op werk buiten de streek. Dat leidt tot sterke pendelstromen richting onder meer Gent, Brussel en andere economische centra.
Ook het aanbod aan hoger onderwijs speelt volgens Slagmulder een rol. Jongeren die in de regio zelf minder mogelijkheden vinden om een hogere opleiding te volgen, trekken vaker naar andere steden. Een deel van hen blijft vervolgens ook buiten de Denderstreek wonen en werken.
Voor Slagmulder moet daarom niet alleen worden ingezet op het aantrekken van werknemers, maar vooral op het creëren van een sterker economisch ecosysteem in de streek zelf.
Van woonregio naar economische groeiregio
De discussie over innovatiesteun raakt volgens Slagmulder aan een bredere vraag: welke economische toekomst wil Vlaanderen voor de Denderstreek?
De regio beschikt volgens hem wel degelijk over troeven, maar die moeten sterker worden benut. Een combinatie van strategische ligging, beschikbare ruimte, ondernemerschap en bestaande economische activiteit kan volgens het Vlaams Belang de basis vormen voor een nieuwe groeidynamiek.
Daarvoor is volgens Slagmulder echter meer nodig dan publieke investeringen. Ook private ondernemingen moeten worden aangetrokken en gestimuleerd om zich in de Denderstreek te vestigen of er verder uit te breiden.
“Investeer niet alleen ín de Denderstreek, maar haal ook investeringen náár de Denderstreek”, benadrukt Slagmulder.
Volgens hem moet de regio daarom nadrukkelijk worden meegenomen wanneer Vlaanderen nieuwe binnen- en buitenlandse investeringsprojecten probeert aan te trekken. De Denderstreek mag daarbij volgens hem niet automatisch op de tweede rij staan ten opzichte van de grote economische polen.
Focus op innovatieve en productiegerichte bedrijvigheid
Slagmulder pleit daarbij voor een gerichte strategie. Niet elke investering heeft volgens hem dezelfde economische impact. De Denderstreek heeft volgens het parlementslid vooral nood aan ondernemingen die langdurig werkgelegenheid creëren en een substantiële toegevoegde waarde opleveren.
Daarbij kijkt hij in het bijzonder naar innovatieve en productiegerichte activiteiten. Zulke ondernemingen kunnen volgens hem niet alleen rechtstreeks jobs creëren, maar ook een bredere economische keten rond zich ontwikkelen. Denk daarbij aan toeleveranciers, logistiek, gespecialiseerde diensten en kennisintensieve activiteiten.
Een sterkere aanwezigheid van dergelijke bedrijven kan bovendien bijdragen aan een meer diverse lokale economie. Vandaag zijn inwoners van de Denderstreek volgens Slagmulder nog te vaak afhankelijk van economische centra buiten de eigen regio.
Het doel moet volgens hem dan ook zijn om de pendelstromen niet alleen te faciliteren, maar op langere termijn ook gedeeltelijk terug te dringen door meer hoogwaardige werkgelegenheid in de eigen streek te creëren.
Vlaamse investeringen moeten private investeringen aantrekken
De Vlaamse Regering voorziet intussen wel gerichte investeringen voor de Denderstreek. Voor Slagmulder zijn die maatregelen belangrijk, maar vormen ze slechts een eerste stap.
Publieke investeringen moeten volgens hem immers niet het eindpunt zijn. Ze moeten juist als hefboom worden gebruikt om nieuwe private investeringen aan te trekken.
Dat betekent dat Vlaanderen bij de zoektocht naar nieuwe binnen- en buitenlandse bedrijven actief moet bekijken welke projecten in de Denderstreek kunnen worden gerealiseerd. Volgens Slagmulder moet de regio daarbij niet alleen worden gezien als een gebied dat nood heeft aan ondersteuning, maar ook als een potentiële vestigingsplaats voor nieuwe economische activiteiten.
De omslag die hij voor ogen heeft, is duidelijk: van een regio die vooral investeringen ontvangt om haar achterstand weg te werken naar een regio die zelf aantrekkelijk genoeg is om nieuwe bedrijven en investeringsprojecten aan te trekken.
“Hier zelf meer welvaart creëren”
Het lage aandeel van de Denderstreek in de onderzochte VLAIO-innovatiesteun vormt volgens Slagmulder dan ook een aanleiding om het bredere economische beleid tegen het licht te houden.
De uitdaging gaat volgens hem niet alleen over het aantal jobs, maar ook over het type jobs en het soort economische activiteit dat in de regio aanwezig is. Meer laagdrempelige werkgelegenheid alleen volstaat volgens hem niet om de structurele achterstand weg te werken.
De Denderstreek heeft nood aan ondernemingen die investeren, innoveren, produceren en op lange termijn werkgelegenheid creëren. Daardoor kan volgens Slagmulder ook de toegevoegde waarde die vandaag elders wordt gegenereerd, sterker in de eigen regio worden opgebouwd.
“De Denderstreek mag geen regio blijven waar mensen vooral wonen om vervolgens elders te gaan werken. De echte economische inhaalbeweging bestaat erin hier zelf meer welvaart te creëren: meer innovatieve ondernemingen, meer productie, meer private investeringen en meer hoogwaardige jobs dicht bij huis”, besluit Slagmulder.
De cijfers over de innovatiesteun maken volgens het Vlaams Belang duidelijk dat die economische inhaalbeweging nog lang niet voltooid is. Voor de Denderstreek ligt er dan ook een dubbele opdracht: de bestaande publieke investeringen maximaal benutten én tegelijk een omgeving creëren die nieuwe ondernemers, bedrijven en investeerders overtuigt om voor de regio te kiezen.