Tijdens de gemeenteraad in Herzele reageerde oppositiepartij Vooruit kritisch op het door Open Vld en cd&v voorgestelde meerjarenplan voor de periode 2026–2031. Gemeenteraadslid Jo De Loor uitte scherpe kritiek: “Een combinatie van hogere belastingen, besparingen op dienstverlening en een zwakke financiële onderbouw zorgt ervoor dat de toekomst van de Herzelaren er niet rooskleurig uitziet.”
Het meerjarenplan voorziet aan de ontvangstenzijde een aanzienlijke verhoging van vrijwel alle gemeentelijke belastingen en retributies. Daarnaast wil het bestuur gemeentelijk en OCMW-patrimonium verkopen en bijkomende leningen aangaan. Tegelijkertijd worden aan de uitgavenzijde diverse belangrijke diensten en premies afgeschaft. De Loor somt enkele concrete voorbeelden op:
- het busvervoer voor kinderen in het gemeentelijk onderwijs,
- duurzame premies voor isolatie en dubbel glas,
- geboortepremies,
- en mogelijk ook activiteiten in het gemeentelijk onderwijs en het woonzorgcentrum.
Bovendien rekent het bestuur op natuurlijke afvloeiingen bij het gemeentepersoneel, wat betekent dat vacatures niet automatisch worden ingevuld en dat de dienstverlening in de toekomst verder kan krimpen.
Volgens De Loor staat deze aanpak in scherp contrast met de periode van 1994 tot 2012, toen sp.a en later Vooruit in de meerderheid zaten. In die jaren werd doordacht geïnvesteerd in breed gedragen en noodzakelijke projecten zoals het gemeentehuis, de brandweerkazerne, het gemeentedepot, kinderopvang en sport- en cultuurinfrastructuur. Deze investeringen werden steeds uitgevoerd met oog voor financiële haalbaarheid. Toen de gemeente in 2012 werd overgedragen aan de nieuwe meerderheid, had Herzele een schuldratio van circa 1.450 euro per inwoner en een positieve autofinancieringsmarge, een solide financiële basis.
De Loor hekelt het beleid van de meerderheid sindsdien: “Open Vld leverde onafgebroken de schepen van Financiën. In die periode werd verder geïnvesteerd zonder voldoende aandacht voor risico en financiële draagkracht. Er volgden talrijke, vaak extreem dure projecten — met als meest recente uitschieter het Schepenhuis mét veranda — waarvan de noodzaak en meerwaarde voor de hele gemeenschap ter discussie kan worden gesteld. Tegelijk stegen de werkings- en personeelskosten sterk.”
Volgens De Loor werd steeds het argument gebruikt dat de gestaag groeiende schuld vanzelf zou verminderen zodra Herzele de 20.000 inwoners zou bereiken. In de praktijk behoort Herzele vandaag tot de gemeenten met de hoogste schuld per inwoner (1.700 euro), ondanks een sterke bevolkingsgroei. Ook de autofinancieringsmarge is momenteel negatief — slechter dan alle omliggende gemeenten en vrijwel uniek in Oost-Vlaanderen — wat wijst op een structureel onevenwicht.
Vooruit vindt dat de huidige meerderheid de financiële problemen op de inwoners afwentelt. Het plan voorziet een forse stijging van de:
- personenbelasting (+8,7%),
- onroerende voorheffing (+5,2%),
- gezinsbelasting (+50%),
waardoor Herzele boven alle Vlaamse en regionale gemiddelden uitkomt. Volgens De Loor blijven echte investeringen schaars door de slechte financiële toestand. Grote bedragen die in het meerjarenplan als investeringen worden voorgesteld, zijn in werkelijkheid verplichte overdrachten aan intercommunales en hulpverleningszones, wat de bevolking kan misleiden.
De Loor besluit: “Bij elke presentatie van de jaarrekening hebben we voor dit scenario gewaarschuwd. Dit meerjarenplan biedt geen rooskleurige toekomst voor Herzele. We kunnen dat niet goedkeuren.”
Het standpunt van Vooruit benadrukt dat, zonder een stevige financiële basis en een verantwoorde investeringsstrategie, de inwoners van Herzele geconfronteerd worden met hogere belastingen, lagere dienstverlening en een structureel financieel risico dat de toekomst van de gemeente bedreigt.