De plannen om van het buurthuis in Wetteren-Ten Ede een medisch centrum te maken, zorgen voor een stevig debat binnen de Wetterse gemeenteraad. Hoewel er brede consensus bestaat over de nood aan extra huisartsen en een versterking van de lokale zorg, roept de voorgestelde locatie heel wat vragen op. Oppositiepartijen stellen zich kritisch op over de bereikbaarheid van het buurthuis, de impact op bestaande gebruikers en de bredere patrimoniumstrategie van de gemeente. Wat begon als een ongevraagd voorstel van een geïnteresseerde partij, groeide donderdagavond uit tot een fundamentele discussie over zorg, ruimtegebruik en toekomstvisie in Wetteren.
De aanleiding voor het debat was een ongevraagd voorstel dat het gemeentebestuur ontving om het buurthuis in Wetteren-Ten Ede om te vormen tot een medisch centrum. Het voorstel kwam van een private partij die potentieel ziet in de locatie voor de uitbouw van een zorgvoorziening. Het gemeentebestuur besliste daarop om een marktbevraging op te starten, zodat niet alleen de oorspronkelijke indiener, maar ook andere geïnteresseerden de kans krijgen om een concreet voorstel in te dienen.
Volgens schepen van Ruimtelijke Planning Bram De Winne (Samen voor Wetteren) is het essentieel om dergelijke opportuniteiten ernstig te nemen, gezien de uitdagingen waarmee de gezondheidszorg geconfronteerd wordt. “Er dreigt een nijpend tekort aan huisartsen”, stelde De Winne tijdens de gemeenteraad. “Ik vind dan ook dat we het moeten omarmen als iemand potentieel ziet en wil bijdragen aan de zorg in onze gemeente.”
De schepen benadrukte dat de marktbevraging geen definitieve beslissing inhoudt over de toekomst van het gebouw, maar wel bedoeld is om zicht te krijgen op mogelijke invullingen en de haalbaarheid van een medisch centrum. Over de noodzaak van bijkomende zorgcapaciteit was er opvallend weinig discussie. Ook vanuit de oppositie werd erkend dat Wetteren zich moet voorbereiden op toekomstige zorgnoden.
Piet Van Heddeghem (Groen-Vooruit) onderstreepte het belang van een uitbreiding van de eerstelijnszorg. Volgens hem zou een bijkomend medisch centrum een duidelijke meerwaarde kunnen betekenen voor de gemeente. “Voor ons is er geen discussie over de noodzaak ervan,” stelde Van Heddeghem. “Als er voldoende studenten en geslaagden zijn, is dit een geschenk voor de gemeente. Ten Ede is bovendien een bloeiende wijk waar verzorging en medische opvolging absoluut nodig zijn.”
Hoewel de nood aan extra huisartsen algemeen werd erkend, ontstond al snel discussie over de gekozen locatie. Meerdere raadsleden uitten hun bezorgdheid over de bereikbaarheid en strategische ligging van het buurthuis.

Luc Eeckhaut (Vlaams Belang) stelde zich bijzonder kritisch op en betwijfelde of Ten Ede de juiste plaats is voor een medisch centrum dat de hele gemeente moet bedienen. “Deze locatie is vooral voordelig voor de omliggende gemeenten,” aldus Eeckhaut. “Voor een huisbezoek in het centrum van Wetteren is een arts gemakkelijk anderhalf uur onderweg. Dat is niet efficiënt.”
Ook Walter Govaert (Gezond Verstand) plaatste vraagtekens bij de keuze voor het buurthuis als zorglocatie. Volgens hem moet de gemeente streven naar centralisatie in plaats van spreiding. “Het medisch centrum komt in een bos,” stelde Govaert scherp. “Terwijl we de zorg juist moeten centraliseren en optimaliseren in het centrum van Wetteren. Op die manier bedien je tachtig procent van de Wetteraars en geef je Wetteren opnieuw een uitstraling naar de aanpalende gemeenten.”
Naast de locatie vormde ook de huidige maatschappelijke functie van het buurthuis een belangrijk discussiepunt. Het gebouw is vandaag een actieve ontmoetingsplaats voor tal van initiatieven en verenigingen.
Zo is er een wijksatelliet van de kunstacademie gevestigd, waar 120 leerlingen les volgen. Daarnaast maken zes verenigingen regelmatig gebruik van de infrastructuur. Verschillende raadsleden waarschuwden ervoor dat een mogelijke herbestemming een goed functionerende sociale dynamiek dreigt te verstoren.

Ester Tuytschaever (Groen-Vooruit) benadrukte dat het buurthuis vandaag meer dan ooit een relevante rol speelt binnen de wijk. “De bezetting stijgt alleen maar,” stelde zij. “Ik vind het bijzonder spijtig dat iets wat werkt zomaar in de markt wordt gezet.” Volgens Tuytschaever moet het bestuur meer duidelijkheid geven over de toekomst van dergelijke ontmoetingsplaatsen, zodat gebruikers niet in onzekerheid blijven.
Schepen De Winne probeerde de ongerustheid te temperen en benadrukte dat men de activiteiten in het gebouw moet loskoppelen van het fysieke pand. “Je moet werking en steentjes los van elkaar zien,” reageerde hij. “Er is nog niets beslist over het buurthuis en we zijn met verschillende partners in gesprek. Het enige wat ik vandaag kan vragen, is vertrouwen dat wij voor iedereen een alternatieve locatie zullen vinden.”
Die redenering overtuigde echter niet iedereen. Ira-Lina Piscador (Anders) stelde fundamentele vragen bij de aanpak van het bestuur. Volgens haar legt het gemeentebestuur te veel initiatief in handen van private spelers. “Als we werking en stenen dan toch los van elkaar moeten bekijken: waarom begeleidt u de indieners dan niet naar een ander pand?” vroeg Piscador. “De bestemming van het buurthuis wordt nu eigenlijk bepaald door een ondernemer. Het is aan het bestuur om te zeggen: dit gebouw is niet te koop, maar we bekijken wel elders mogelijkheden.”
Met die tussenkomst raakte het debat aan een ruimer thema: de vastgoedstrategie van de gemeente Wetteren. Tijdens deze bestuursperiode wil de gemeente meer dan drie miljoen euro aan inkomsten genereren uit de verkoop van patrimonium. Dat leidde tot bijkomende vragen vanuit de oppositie over welke gebouwen mogelijk in aanmerking komen voor verkoop.
Ester Tuytschaever vroeg om meer transparantie. “Is er een lijst van gebouwen waar de gemeente van af wil?” vroeg ze. “Dan weten inwoners tenminste wat potentieel te koop staat. Nu lijkt het alsof iemand van buitenaf heeft beslist dat het buurthuis beschikbaar is.”
Volgens de oppositie ontbreekt momenteel een duidelijk beleidskader, waardoor onzekerheid ontstaat bij gebruikers van gemeentelijke gebouwen.

Schepen De Winne bevestigde dat de gemeente werkt aan een globale vastgoedstrategie. Hij wees daarbij op de financiële realiteit waarmee het lokaal bestuur geconfronteerd wordt. “Er wordt gewerkt aan een vastgoedstrategie,” aldus De Winne. “Veel van onze panden zijn in slechte staat en we beschikken simpelweg niet over de middelen om alles te renoveren.”
De komende maanden zal moeten blijken of er effectief concrete voorstellen binnenkomen voor de uitbouw van een medisch centrum in Ten Ede. Intussen blijft de discussie niet beperkt tot één gebouw. Het debat heeft duidelijk gemaakt dat Wetteren voor belangrijke keuzes staat over hoe het zijn zorgaanbod wil organiseren en hoe het omgaat met gemeentelijk patrimonium.
De uitdaging voor het gemeentebestuur wordt om een evenwicht te vinden tussen noodzakelijke investeringen in zorg, efficiënt vastgoedbeheer en het behoud van lokale ontmoetingsplaatsen die vandaag een belangrijke sociale rol vervullen.
Het dossier rond het buurthuis in Ten Ede toont hoe complex beleidskeuzes kunnen zijn wanneer zorg, ruimtelijke ordening en maatschappelijk weefsel elkaar kruisen. Niemand betwist de nood aan extra medische voorzieningen in Wetteren, maar over de manier waarop en waar die gerealiseerd moeten worden, lopen de meningen sterk uiteen. De komende maanden zullen bepalend zijn voor de toekomst van het buurthuis én voor de bredere vastgoedstrategie van de gemeente. Eén zaak staat alvast vast: elke beslissing zal niet alleen stenen verplaatsen, maar ook een impact hebben op de mensen en verenigingen die vandaag van deze infrastructuur afhankelijk zijn.

