Matteo Declercq kiest voluit voor de weg: “Ik merkte dat ik daar wedstrijden echt kon bepalen”

Matteo tijdens één van zijn stunten.
Facebook
LinkedIn
WhatsApp
X

Matteo Declercq is amper 18 jaar, maar heeft nu al een duidelijke keuze gemaakt over de richting die hij uit wil met zijn wielercarrière. De jonge renner uit Nokere combineerde jarenlang het wegwielrennen met een uitgesproken focus op het veldrijden. De voorbije winter kwam daar verandering in. Na een moeilijk crossseizoen besloot Declercq begin januari de knop om te draaien en voluit te ontdekken wat hij op de weg kon betekenen. Het antwoord liet niet lang op zich wachten. Met een overwinning, tal van ereplaatsen en een zevende plaats in een UCI-wedstrijd liet hij zien dat er potentieel zit in de nieuwe weg die hij is ingeslagen. Een vervelende kuitblessure legde zijn seizoen uiteindelijk vroegtijdig stil, maar Declercq kijkt vooral met vertrouwen vooruit. Vanaf volgend seizoen wordt hij belofte bij het Cycle Passion Scott Racing Team, waar hij vooral ervaring wil opdoen en verder groeien.

Matteo Declercq is een renner die zichzelf nog volop aan het ontdekken is. De 18-jarige Nokeraar groeide op met de fiets en heeft daarbij jarenlang een duidelijke voorliefde gehad voor de cyclocross. De winter was het moment waarop alles moest gebeuren, terwijl de zomer op de weg vooral in het teken stond van training en voorbereiding.

Toch begon steeds duidelijker te worden dat zijn kwaliteiten misschien nog beter tot hun recht kwamen op het asfalt. “Vroeger lag mijn hoofd eigenlijk volledig bij de cyclocross”, vertelt Declercq. “Maar we hebben toch gemerkt dat ik eigenlijk iets beter presteer op de weg. Daarom zijn we nu een beetje de overstap aan het maken richting het wegwielrennen.”

Die beslissing kwam er niet zomaar. Declercq reed al zijn hele leven in de zomer op de weg, maar deed dat jarenlang met één belangrijk doel: zo goed mogelijk voorbereid aan de winter beginnen.

Jarenlang stond alles in het teken van de cross

De afgelopen seizoenen was de winter duidelijk het zwaartepunt in zijn programma. Ook vorig jaar werd de weg bewust op een laag pitje gezet. Declercq reed amper vier wegwedstrijden, terwijl de rest van de voorbereiding volledig gericht was op het veld.

“Voor het crossseizoen hebben we eigenlijk heel mijn wegseizoen in het teken van de cross gezet. Ik heb daardoor maar vier wegwedstrijden gereden. Puur om te focussen op de cross en daar zoveel mogelijk voor te trainen.”

Het plan was duidelijk: alles geven in de cyclocross. Maar de winter verliep uiteindelijk niet zoals gehoopt. Declercq kende nochtans een sterke start, zeker in het buitenland. Daarna kreeg hij te maken met ziekte, materiaalpech en uiteindelijk ook corona.

“Ik had een heel goede start in het begin in het buitenland. Daarna ben ik wat ziek geworden en heb ik daar toch wat mee gesukkeld. Ik had ook een paar keer materiaalpech. Mijn gevoel was eigenlijk niet super in iedere wedstrijd. Op het einde kreeg ik dan ook nog corona en ben ik er eigenlijk niet meer echt bovenop gekomen.”

Begin januari kwam het moment waarop Declercq en zijn entourage de situatie moesten evalueren. “Ik was alweer ziek en toen hebben we beslist om te stoppen met het crossseizoen. Ik heb even een weekje rust genomen en daarna zijn we gaan kijken wat de weg zou geven.”

Dat bleek achteraf een belangrijke beslissing, want hoewel Declercq nauwelijks wegwedstrijden had gereden, waren die vier koersen wel blijven hangen. “We wisten natuurlijk mijn waardes en die waren zeker niet slecht om op de weg iets te doen. Ook die vier wedstrijden die ik gereden had, waren eigenlijk dik in orde. Toen dachten we: oké, we geven het een kans.”

Meteen winnen bij de start van het wegseizoen

Die kans bleek bijzonder goed uit te pakken. Omdat Declercq vanuit de cross kwam, werd zijn wegseizoen niet meteen op volle kracht gestart. Er was een korte overgangsperiode nodig om opnieuw specifiek voor de weg te trainen. “We zijn op 22 maart gestart, iets later dan het gewone begin van het seizoen. We kwamen natuurlijk uit de cross en je kunt niet zomaar van het ene naar het andere vliegen. We hadden toch een lichte voorbereiding nodig.”

Maar eenmaal hij opnieuw op de weg stond, ging het opvallend vlot. Zijn eerste wedstrijd leverde meteen een overwinning op. “Mijn eerste wedstrijd heb ik direct gewonnen. Dat was een wedstrijd in Eeklo. Daarna heb ik een paar kermiskoersen gereden en eigenlijk was ik daar ook telkens goed in orde.”

Declercq ontdekte tijdens die wedstrijden bovendien dat ook zijn sprint een belangrijke troef kon zijn. “Ik merkte dat mijn sprint wel goed was. Als ik niet mee was in een ontsnapping, kon ik nog altijd een redelijk resultaat rijden door vooraan in het peloton te eindigen.”

Het was een vaststelling die hem vertrouwen gaf. Waar hij in de cross vaak achter de feiten aanliep, voelde hij zich op de weg steeds meer als iemand die het koersverloop kon beïnvloeden. “Ik had dit seizoen toch wel het gevoel dat ik in de meeste wedstrijden waarin ik deelnam, de wedstrijd kon bepalen. Dat ik gewoon vooraan kon meedoen en het wedstrijdverloop een beetje kon bepalen. Dat vind ik eigenlijk het grootste verschil. Het ging voor mij vlotter dan in de cross.”

Eerste UCI-wedstrijd eindigt in pech

Een volgende belangrijke stap kwam er in april. Declercq werd geselecteerd voor een UCI-wedstrijd in Borsele, in Nederland. De koers was vlak en zou normaal gezien uitdraaien op een massasprint. Precies het soort wedstrijd waarin Declercq zijn snelle benen wilde testen. “Ik voelde mij echt goed in die wedstrijd.”

Maar het werd uiteindelijk een wedstrijd om snel te vergeten. De koers werd geneutraliseerd omdat de ziekenwagen zich te ver van het peloton bevond. Tijdens die neutralisatie sloeg het noodlot toe. “Bij de neutralisatie reed iemand in mijn wiel. Op dat moment wist ik dat er iets aan de ketting dubbel geplooid was, waardoor die vastzat. Ik kon wel nog verder rijden, maar het leek alsof mijn pad scheef stond.”

Daardoor begon de ketting voortdurend over te slaan. “Ik ben dan naar de auto gereden en heb geprobeerd het probleem op te lossen. Ik had op dat moment nog geen wisselfiets, dus heb ik even op de fiets van papa gereden.”

Maar de tijd die verloren was gegaan, bleek te groot. “Ik had meer dan twee minuten stilgestaan. Dat was wel jammer, zeker omdat het mijn eerste UCI-wedstrijd was. Uiteindelijk werd het DNF, terwijl ik mij echt goed voelde.” Een eerste kennismaking met het internationale niveau dus, maar wel eentje waarbij de uitslag weinig zei over zijn werkelijke mogelijkheden.

Steeds vaker vooraan in de nationale koersen

Na de pech in Borsele bleef Declercq zijn kans gaan in de nationale wedstrijden. Daar begon hij steeds meer zijn plaats vooraan op te eisen. “Ik heb daarna gewoon nationale koersen gereden en ben een paar keer mooi mee geweest in de vlucht. Ik kon het dan niet altijd afmaken voor de overwinning, maar ik kon wel gewoon top vijf of top tien rijden.”

Die regelmaat stemde hem tevreden. “Daar was ik wel blij mee.” Ook de combinatie met zijn studies begon intussen een rol te spelen. Tijdens de examenperiode moest hij zijn trainings- en wedstrijdprogramma tijdelijk aanpassen. “Ik heb dan examens gehad en daardoor een stuk minder kunnen trainen. Ik heb ook bijna een maand niet kunnen koersen.” Toen hij opnieuw begon, stond hij meteen voor een stevige uitdaging.

Ook in dienst van de ploeg

In de Driedaagse van het Vermarc Cycling Project werd meteen duidelijk dat een renner niet altijd voor zijn eigen resultaat rijdt. Declercq miste op de eerste dag de slag, waardoor het klassement al grotendeels verloren was. In plaats van zich daar blind op vast te rijden, koos hij ervoor om zich in dienst van zijn ploeg te stellen. “De eerste dag heb ik de slag wat gemist, waardoor het klassement eigenlijk al een beetje weg was. Daarna heb ik mij in de functie van de ploeg gesteld en geprobeerd om daar zo goed mogelijk te helpen.”

Dat leverde uiteindelijk toch een mooi resultaat op voor zijn ploegmaat Xibe Bral. “Daar zijn we uiteindelijk met Xibe derde in het eindklassement geëindigd. Ik was vooral blij dat ik daar mijn rol kon spelen.”

Ook dat hoort volgens Declercq bij het leerproces van een jonge renner. Niet iedere koers draait om persoonlijke resultaten. Soms is het belangrijker om ervaring op te doen, ploeggenoten te helpen en te leren hoe een wedstrijd op een hoger niveau wordt aangepakt.

Ziekte gooit opnieuw roet in het eten

Ook voor de Omloop der Drie Provincies werd Declercq geselecteerd. Maar opnieuw kreeg hij af te rekenen met pech, dit keer van lichamelijke aard. “Ik was ziek. Ik had griep. Dat was wel jammer.”

Het seizoen kende daardoor verschillende onderbrekingen. Toch bleef de jonge renner telkens opnieuw proberen om zijn niveau te vinden. En dat lukte steeds beter.

Zevende in een UCI-koers

Een van de mooiste momenten van zijn seizoen kwam in een andere UCI-wedstrijd. Declercq reed er zich naar een zevende plaats. Dat resultaat betekende voor hem meer dan zomaar een mooie uitslag. “Er was een groep weg en ik ben alleen naar een groep gereden. Daarna ben ik samen met die groep naar de koplopers gereden. Uiteindelijk ben ik zevende geworden.”

Een zevende plaats in een UCI-wedstrijd, gaf hem het bewijs dat hij op dit niveau mee kan. “Dat was wel mooi.” Ook op het Belgisch kampioenschap wist Declercq een degelijke prestatie neer te zetten, al bleef daar een klein gevoel van gemiste kans hangen. “Ik werd twintigste. Dat was wel een beetje jammer. Er waren twee renners weg en we dachten dat we die nog gingen grijpen. Uiteindelijk lukte dat net niet.”

Toch kreeg Declercq op het einde van de wedstrijd nog een kans. “Er was een groepje van vijf, denk ik. Op een van de laatste beklimmingen bevond ik mij opeens helemaal vooraan. Ik draaide de bocht om en zag dat ik een klein gaatje had op het peloton.”

Hij twijfelde geen moment. “Ik heb toen vol aangezet. Ik kwam tot op ongeveer vijftien meter van die groep. Daarna kwam ik in een grote, open waaier terecht en ben ik er net niet bij geraakt. Ik heb mij daarna moeten herzetten voor de sprint.” Het resultaat: twintigste, maar vooral het gevoel dat er meer in zat.

Eén overwinning, veel top tien-plaatsen

Wanneer Declercq terugblikt op zijn eerste volledige wegseizoen, overheerst dan ook tevredenheid. “Eigenlijk wel. Ik vond van mezelf dat ik niet eens in mijn beste vorm was en toch kon ik gewoon wedstrijden mee bepalen.”

Dat hij niet vaker in UCI-wedstrijden aan de start kon komen, vindt hij jammer. “Het is jammer dat ik niet meer UCI-koersen heb kunnen rijden, maar het is nu eenmaal zo gelopen.” Toch is zijn balans duidelijk positief. “Ik heb één overwinning en daarnaast heel veel top tien-plaatsen. Ik denk een stuk of tien keer top tien.” Voor een renner die voordien nog bijna volledig op de cross gericht was, is dat een opvallende stap.

Blessure maakt vroegtijdig einde aan seizoen

Helaas kwam aan het sterke wegseizoen een abrupt einde. Declercq reed zijn laatste wedstrijd begin augustus. Enkele dagen later volgde een echo die duidelijk maakte dat er meer aan de hand was dan aanvankelijk gedacht. “Mijn kuit had een scheur van 1,7 centimeter op 1,4 centimeter.”

Achteraf bleek dat de blessure eigenlijk al langere tijd aansleepte. “Ik wist niet dat het een scheur was. Rond januari kreeg ik pijn aan mijn linkerknie. Ik wist niet wat dat was. Daarna kreeg ik een soort knakkend gevoel, alsof mijn pees oversloeg.”

De klachten verdwenen soms opnieuw, om later terug te keren. “Dat is een maand of twee weggeweest en daarna kwam de pijn terug. Iedere keer ging het weer weg en dan trok ik het er in de koers opnieuw in. Dat was eigenlijk een heel gesukkel.”

Tot het moment waarop hij en zijn entourage beseften dat verder rijden geen optie meer was. “Toen hebben we eigenlijk gezegd: het is nu genoeg. Ga ik hier echt goed doen? En toen bleek uit het onderzoek dat er effectief een scheur zat.” Het seizoen moest noodgedwongen worden stopgezet.

Voorzichtig opnieuw opbouwen

Sinds begin augustus staat de competitie voor Declercq op pauze. De eerste prioriteit is nu volledig herstellen. “We zijn heel traag opnieuw aan het opbouwen. We zijn begonnen met anderhalf uur, een dag wel en een dag niet, in zone één. Heel rustig dus.”

De medische opvolging blijft daarbij belangrijk. Een recente controle bracht alvast goed nieuws. “Vorige week of een week en een half geleden hebben we opnieuw goed nieuws gekregen. De scheur is nu nog ongeveer 0,7 op 1 centimeter. Ze is dus goed aan het genezen.”

Maar volledig hersteld is hij nog niet. “Het is nog niet toe. Ik veronderstel dat het nog een week of drie duurt voor het volledig dicht is. Daarna kan ik weer echt goed trainen.” Vooral te vroeg herbeginnen wil hij vermijden. “Als alles volledig genezen is, zou het normaal geen probleem meer mogen zijn. Het gevaar zit erin dat je opnieuw vol gaat trainen wanneer de scheur nog niet volledig toe is. Dan kan ze opnieuw openscheuren.” Geduld is dus de boodschap.

Een kort crossseizoen als overgang

Die blessure heeft uiteraard ook gevolgen voor de komende winter. Het crossseizoen komt snel dichterbij, maar Declercq beseft dat hij niet meteen een volledig programma zal kunnen afwerken. “We gaan de focus opnieuw op het wegseizoen leggen. Eigenlijk ga ik maar een heel kort crossseizoen rijden.”

Hij mikt op ongeveer vijf à zes wedstrijden. “Ik denk dat ik vijf of zes crossen zal rijden. Ik ben in het crossseizoen ook eerstjaarsbelofte.” De overstap naar de beloften wordt sowieso een stevige uitdaging. “Het wordt niet makkelijk. Ik denk dat het best lastig zal zijn.” Toch wil hij de cross niet volledig achter zich laten.

Cross blijft deel van zijn identiteit

Hoewel de weg voortaan de prioriteit krijgt, blijft de cyclocross belangrijk voor Declercq. “Ik ga de cross sowieso blijven onderhouden. Het is ook de sport waarmee ik ben begonnen en die ik altijd heel graag heb gedaan.”

Hij noemt de discipline zelfs zonder aarzelen een prachtige sport. “Het is een prachtige sport. Dus ik ga dat sowieso blijven doen. Alleen zal de focus switchen.”

Dat betekent dat Declercq de cross voortaan vooral wil gebruiken als onderdeel van zijn ontwikkeling, terwijl het wegwielrennen het belangrijkste competitieve doel wordt.

Volgende stap: eerstejaarsbelofte op de weg

Vanaf volgend seizoen wacht een nieuwe uitdaging. Declercq wordt dan belofte en zal moeten opboksen tegen een veel sterker en breder deelnemersveld. “Bij de beloften rijden op de weg en daar zo goed mogelijk proberen te presteren. Ik heb ondertussen al veel gezien en weet dat het niet evident is als eerstejaars, zeker niet tegen elite zonder contract.”

Hij legt zichzelf dan ook geen onrealistische druk op. “Het doel is vooral om mij opnieuw te bewijzen. Hopelijk kan ik een keer mee raken in een ontsnapping en daar een mooi resultaat neerzetten.”

En als het op een massasprint aankomt? “Dan wil ik proberen om in een massasprint nog iets moois uit de benen te schudden.” Maar bovenal wordt het een leerjaar. “Ik denk dat de focus vooral gaat liggen op leren en ervaring opdoen.”

Nieuwe ploeg: Cycle Passion Scott Racing Team

Declercq heeft inmiddels ook duidelijkheid over zijn toekomst. Hij tekende bij Cycle Passion Scott Racing Team. De keuze voor die ploeg kwam er niet toevallig. “Ik word zelf gesponsord door Scott en zo zijn we aan de babbel geraakt. De mensen van de ploeg wilden mij er graag bij.”

Declercq voelt zich bovendien goed bij de visie van het team. “Ik sta wel een beetje volledig achter de visie van die ploeg. Ze rijden niet het allergrootste programma, maar wel mooie wedstrijden. Ik denk dat dat ideaal is als eerstejaars.”

Voor hem hoeft de eerste stap bij de beloften dan ook niet meteen een ploeg met het grootste programma of de grootste naam te zijn. “Ik wil vooral ervaring opdoen. Het ziet er meteen ook uit als een heel toffe bende. Ik denk wel dat ik daar serieus naar mijn zin ga hebben.”

Dat er ook andere kandidaten waren, verandert niets aan zijn keuze. “Er waren nog kandidaten, maar mijn voorkeur ging toch naar deze ploeg. Puur en alleen omdat ik de mensen ook al ken. Ik sta dicht bij de ploegleider en ik voel mij er goed bij.”

Dat vertrouwde gevoel kan volgens Declercq belangrijk worden in een seizoen waarin hij voor het eerst volledig als belofte aan de slag gaat.

Studies combineren met topsport

Naast zijn wielercarrière staat ook een nieuwe levensfase voor de deur. Declercq studeerde onlangs af aan het middelbaar, waar hij economie / moderne talen volgde aan het college in Waregem. Op 21 september begint hij aan een nieuwe opleiding in Kortrijk. “Ik ga Business Management en Entrepreneurship studeren.”

De combinatie met topsport wordt een stevige uitdaging. Daarom kiest Declercq bewust voor een aangepast traject. “Ik ga dat proberen te combineren met de koers en met mijn topsportstatuut. In plaats van mijn studies over drie jaar te doen, ga ik ze spreiden over vier jaar.” Daardoor zal hij minder studiepunten per jaar opnemen. “Ik neem ongeveer 45 studiepunten op in plaats van zestig.”

De bedoeling is om de combinatie tussen trainingen, wedstrijden, recuperatie en lessen zo goed mogelijk te organiseren. “Maandag gaan we samen zitten met iemand van de school om mijn lessenrooster te bepalen. We willen ervoor zorgen dat het zo goed mogelijk lukt om mijn studies te combineren met mijn trainingen.” Het wordt dus een jaar waarin niet alleen op de fiets, maar ook naast de fiets veel zal veranderen.

Een netwerk dat achter de renner staat

Wie van buitenaf naar het wielrennen kijkt, ziet vaak alleen de renner die op zondag aan de start staat. Declercq weet maar al te goed dat achter iedere jonge renner een heel team van mensen staat. “Dat is eigenlijk zot hoeveel mensen je nodig hebt rondom je om alles te laten werken.”

In de eerste plaats zijn er zijn ouders. “Mijn ouders zijn natuurlijk de belangrijkste. Zij doen er al heel mijn leven lang alles voor. Ze zijn altijd aanwezig bij iedere wedstrijd. Ik denk dat ze nog nooit een wedstrijd gemist hebben.”

Zijn vader is ook tijdens het gesprek opnieuw van de partij. “Zoals je ziet, papa is hier weer bij. Mama staat ook altijd in de materiaalpost, samen met papa. Het is mooi om te zien dat ze er zo achter staan.”

Ook op school krijgt hij de nodige ruimte. “Ze geven mij eigenlijk alle kansen. Ook op school doen ze er niet moeilijk over dat we nu met dat topsportstatuut gaan werken.” Zelfs praktische zaken worden samen bekeken om de combinatie haalbaar te maken. “We hebben nu ook gekeken voor een auto om naar school te kunnen gaan. Er komt dus heel wat bij kijken.”

Trainer, kinesist, masseur en chiropractor

Naast zijn ouders noemt Declercq een hele reeks mensen die hem sportief begeleiden. Een van de belangrijkste namen is zijn trainer Matthias Lamote van Sportsolid. “Ik ben hem enorm dankbaar. Hij is enorm communicatief en vraagt altijd hoe ik mij voel.”

Ook de trainingen worden nauwgezet opgevolgd. “Bij iedere training schrijft hij iets in de app. Hij analyseert alles.” Daarnaast werkt Declercq samen met kinesist Hannes Depraetere. “Daar ga ik al heel lang naartoe. Ik doe daar ook één keer per week core- en krachtoefeningen.”

En dan is er nog zijn masseur Marcel Van Belleghem. “Marcel ben ik ook heel dankbaar. Ik heb benen die nogal snel verzuren en hij slaagt er toch altijd in om ze goed los te krijgen.” Ook zijn chiropractor Thomas Bouckenooghe krijgt een plaats in zijn dankwoord. “Voor mijn rug, omdat ik daar ook wel eens mee kan sukkelen.”

En dan zijn er nog familie, vrienden en zijn vriendin. “Er zijn zoveel mensen. Mijn familie, vrienden en mijn vriendin. Die staan er allemaal achter en daar ben ik hen allemaal heel dankbaar voor.”

Niet alleen renner, maar ook verhalenverteller

Declercq bouwt ondertussen nog een tweede identiteit uit. Naast zijn prestaties op de fiets is hij actief op YouTube. Op zijn kanaal deelt hij wedstrijdbeelden, ervaringen en een blik achter de schermen van het leven als jonge wielrenner. “Ik probeer mensen echt mee te nemen in mijn verhaal en jonge renners te inspireren.”

Daarmee sluit hij aan bij een nieuwe generatie wielrenners die niet alleen hun prestaties delen, maar ook tonen wat er achter die prestaties schuilgaat. Trainingen, wedstrijden, materiaal, voorbereiding, tegenslagen en het dagelijkse leven als renner worden onderdeel van het verhaal.

Declercq ziet daar duidelijk toekomst in. “Veel jonge renners, ook profs, maken filmpjes. Kijk naar Tibor del Grosso. Als ik fietsen en video’s maken ooit kan combineren bij een profploeg, zou dat fantastisch zijn.”

Het is een ambitie die mooi aansluit bij zijn persoonlijkheid. Declercq wil niet alleen fietsen, maar ook tonen wat er allemaal bij komt kijken.

Eerst herstellen, daarna opnieuw bouwen

De eerstvolgende weken staan echter volledig in het teken van herstel. De kuit moet volledig genezen vooraleer hij opnieuw voluit kan trainen. Pas daarna kan hij beginnen bouwen richting zijn eerste volledige beloftenseizoen op de weg.

De weg die Declercq aflegt, is er eentje van verandering. Waar de cyclocross jarenlang het einddoel was, wordt het wegwielrennen nu de belangrijkste pijler. De cross blijft aanwezig, maar eerder als aanvulling dan als hoofddoel.

Zijn eerste wegseizoen heeft alvast laten zien dat de keuze niet uit de lucht kwam vallen. Eén overwinning, ongeveer tien top tien-plaatsen, een zevende plaats in een UCI-wedstrijd en verschillende keren een rol in het wedstrijdverloop: het zijn resultaten die vertrouwen geven.

Tegelijkertijd heeft Declercq ook geleerd dat wielrennen niet alleen draait om goede benen. Ziekte, materiaalpech, examens en een hardnekkige blessure maakten deel uit van hetzelfde seizoen. Misschien is dat uiteindelijk wel de belangrijkste les die hij als 18-jarige meeneemt naar de beloften.

Hij weet ondertussen dat hij wedstrijden kan beïnvloeden. Hij weet dat hij kan sprinten. Hij weet dat hij in een ontsnapping kan geraken. Hij weet dat hij op UCI-niveau zijn mannetje kan staan. En hij weet ook dat geduld en herstel minstens even belangrijk zijn als hard trainen.

Bij Cycle Passion Scott Racing Team krijgt hij volgend seizoen de kans om dat allemaal verder te ontdekken. “Ik wil vooral leren en ervaring opdoen.”

Voor Matteo Declercq begint daarmee een nieuw hoofdstuk. Niet langer in de eerste plaats de jonge crosser die in de zomer op de weg fietst, maar een ambitieuze belofte die op de weg zijn plaats wil veroveren.

En ondertussen blijft hij filmen, vertellen en anderen meenemen in zijn verhaal. De fiets blijft centraal staan. Alleen de richting verandert.

Op zoek naar een fotograaf in eigen streek? Eline en Kristof van KEST Photo zorgen voor een perfect afgewerkte reportage.

Huwelijk, communie, portret of new born? KEST Photo zorgt voor unieke beelden en een professinoele omkadering.

fout: Inhoud is beschermd.