De klacht die N-VA-gemeenteraadslid Steven Vanden Berghe indiende tegen het aangepaste reglement voor de algemene bedrijfsbelasting in Ninove, is door gouverneur Carina Van Cauter onontvankelijk verklaard. De klacht werd volgens de gouverneur te laat ingediend. Bovendien oordeelt ze dat de klacht ook inhoudelijk ongegrond zou zijn geweest indien ze tijdig was ingediend.
Het aangepaste reglement voor de algemene bedrijfsbelasting werd op 27 april door de gemeenteraad goedgekeurd. De aanpassing kwam er nadat gouverneur Van Cauter eerder een deel van het oorspronkelijke reglement had vernietigd na een klacht van N-VA. Die partij had zich verzet tegen de vrijstelling die voor landbouwbedrijven was opgenomen. Volgens N-VA was die vrijstelling in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De gouverneur volgde die redenering, waardoor de vrijstelling uit het reglement moest verdwijnen.
De aanpassing leidde vervolgens opnieuw tot kritiek vanuit de oppositie. Steven Vanden Berghe stelde onder meer dat sommige ondernemers mogelijk twee keer zouden worden belast voor dezelfde activiteit. Daarnaast wees hij erop dat honderden verenigingen een aangifte zouden moeten indienen om aan te tonen dat ze eigenlijk niet belastingplichtig zijn. Ook de communicatie rond de nieuwe belasting werd door N-VA bekritiseerd, omdat verschillende ondernemers hun brief volgens de partij pas na de voorziene deadline ontvingen.
Vanden Berghe diende daarop opnieuw een klacht in tegen de bedrijfsbelasting. Die klacht kwam volgens gouverneur Van Cauter echter te laat. Een dergelijke klacht moet binnen dertig dagen na de bekendmaking van het gemeenteraadsbesluit op de webtoepassing van de stad worden ingediend. Omdat die termijn niet werd gerespecteerd, werd de klacht niet ontvankelijk verklaard.
Ook inhoudelijk geen probleem
De gouverneur maakt in haar beslissing wel duidelijk dat de klacht ook inhoudelijk geen stand zou hebben gehouden. Volgens Van Cauter heeft de stad voldoende gemotiveerd waarom ze de algemene bedrijfsbelasting invoert. “De gemeenteraad motiveert de invoering van de algemene bedrijfsbelasting vanuit de noodzaak dat ondernemingen die op het grondgebied economische activiteiten uitoefenen bijdragen aan de kosten voor stedelijke infrastructuur en dienstverlening, zoals wegen, ruimtelijke ordening, milieubeleid en andere voorzieningen waarvan zij gebruikmaken”, klinkt het.
Ook de andere motieven in het belastingreglement sluiten volgens de gouverneur daarbij aan. Daarbij wordt onder meer verwezen naar de economische draagkracht, de rentabiliteit en de economische realiteit van de betrokken ondernemingen. “Uit de motivering blijkt aldus duidelijk dat de belasting gericht is op ondernemingen in een economische context”, besluit Van Cauter.
Inschrijving in KBO is niet automatisch belastbaar
De gouverneur gaat daarnaast in op de kritiek dat een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) ertoe zou kunnen leiden dat ook entiteiten zonder effectieve economische activiteit als belastingplichtig worden beschouwd. Volgens Van Cauter is dat niet het geval. Een actieve inschrijving in de KBO vormt volgens haar op zichzelf geen bewijs dat iemand belastingplichtig is. Het gaat slechts om een vermoeden waarmee de gemeente rekening kan houden bij de belastingheffing.
Wanneer blijkt dat er geen economische activiteit wordt uitgeoefend of dat een vestiging niet voor een dergelijke activiteit bestemd is, is volgens de gouverneur niet voldaan aan de voorwaarden om de belasting te heffen. “Uit het voorgaande kan dus niet worden afgeleid dat burgerlijke maatschappen of andere entiteiten zonder economische activiteit structureel als belastingplichtige onderneming worden beschouwd”, aldus Van Cauter.
Daarmee krijgt de aangepaste bedrijfsbelasting in Ninove opnieuw groen licht. De eerdere vernietiging van de landbouwvrijstelling leidde tot een aanpassing van het reglement, maar de nieuwe bezwaren van N-VA brengen de belasting volgens de gouverneur niet verder in het gedrang.