Tijdens de voorbije gemeenteraad in Herzele stond het dossier rond de gedeeltelijke uitdoving van de openbare verlichting opnieuw centraal. Gemeenteraadslid Filip De Bodt (LEEF) sprak namens zijn fractie duidelijke bezorgdheden uit over de manier waarop inwoners bij dit dossier worden betrokken en over de impact op de verkeersveiligheid. Schepen van Openbare Werken Sabrina De Langhe (CD&V) gaf daarop een uitgebreide toelichting over de gemaakte keuzes, de huidige stand van zaken en de toekomstplannen richting 2028.
“Inwoners zijn dikwijls de beste experten”
Filip De Bodt zette zijn tussenkomst scherp in: “Ons argument was en is dat we een manier moeten vinden om de inwoners beter te betrekken bij beslissingen als deze. Zij zijn dikwijls de beste experten.”
Volgens De Bodt leeft er bij veel inwoners frustratie rond de langdurige periode van nachtelijke duisternis. “In het donker blijven zitten tot 2028 is voor veel mensen moeilijk. Wij begrijpen volledig dat het doven van de lichten een besparing inhoudt met positieve ecologische gevolgen, maar toch pleiten we ervoor om bepaalde kernpunten, zoals de Groenlaan, wél te verlichten.”
Problemen met verkeersveiligheid.
De Bodt benadrukte vooral het veiligheidsaspect. Wie ’s nachts onderweg is, doet dat volgens hem steeds vaker in omstandigheden die niet optimaal zijn. “In het donker naar huis gaan is niet makkelijk als er nergens reflectoren aangebracht zijn, bijvoorbeeld aan tractorsluizen en verkeersdrempels. Wij gaan er niet van uit dat iedereen om 24 uur in zijn bed kruipt.”
Voor LEEF blijft het essentieel om bepaalde zones gerichter te verlichten en tegelijk bijkomende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals reflectoren of markeringen.
Schepen De Langhe: “Duurzame keuze, met oog voor veiligheid”
Schepen van Openbare Werken Sabrina De Langhe verdedigde het gevoerde beleid en legde uit hoe de keuzes werden gemaakt binnen het bredere traject van verledding, energie-efficiëntie en duurzaam verlichtingsbeleid.
“Het uitvoeren van de verledding past binnen energie-efficiëntie en een duurzaam openbaar verlichtingsbeleid. Cruciaal was de afspraak om enkel lichtpunten op rechtere stukken weg te nemen en deze te behouden waar er een potentieel veiligheidsrisico is,” aldus De Langhe.
Van de 3700 lichtpunten op Leedse bodem zijn er ongeveer 200 weggenomen. Daarop kwamen meldingen binnen van inwoners, maar volgens de schepen bleef dat beperkt: “We ontvingen meldingen over een 10% van de weggenomen armaturen. Die gaan meestal over het veiligheidsgevoel of over een oprit of voordeur die niet meer verlicht is.”
Evaluatie op het terrein: sommige lampen alsnog teruggeplaatst.
Eind oktober trokken De Langhe en de technische dienst opnieuw het hele grondgebied op om de situatie in realiteit te beoordelen. “We keken objectief of de openbare weg voldoende verlicht was zodat er geen gevaarlijke situaties konden ontstaan. Op sommige plaatsen hebben we beslist een lichtpunt terug te plaatsen, ook in straten waar er geen melding was binnengekomen.”
Ondertussen is 71% van het volledige lichtpark verled, en de gemeente wil tegen eind 2027 de volledige omschakeling afronden. In 2028 worden de lampen opnieuw standaard ingeschakeld, zoals afgesproken in eerdere beleidskaders.
Balans tussen duurzaamheid, besparing en leefbaarheid.
De discussie toont volgens velen de complexiteit van het verlichtingsdossier: enerzijds is er de duidelijke nood aan energiebesparing en verduurzaming, anderzijds blijft er een breed gedragen vraag naar veiligheid, comfort en inspraak.
De Bodt deed nogmaals een oproep om inwoners proactief te betrekken. De Langhe verzekerde dat het bestuur alert blijft voor onveilige situaties en bereid is om waar nodig bij te sturen. Het dossier blijft daarmee een belangrijk aandachtspunt in de aanloop naar 2028, wanneer de verlichting opnieuw ’s nachts zal worden geactiveerd.