Op de meest recente Herzeelse gemeenteraad stelde gemeenteraadslid Jo De Loor (Vooruit) een opvallende vraag: aan wie komt het initiatief toe om aan de voorzitter van de gemeenteraad ambtskledij toe te kennen? De aanleiding is het feit dat de huidige raadsvoorzitter zich bij verschillende plechtigheden visueel onderscheidt van de andere raadsleden door het dragen van een sjerp, een vorm van ambtskledij die normaal gezien enkel wordt geassocieerd met uitvoerende mandatarissen.
Vraagtekens rond wettelijkheid en bevoegdheid.
De Loor stelde vast dat, sinds het aantreden van de huidige voorzitter, bij diverse officiële momenten een duidelijk onderscheid te zien is door het gebruik van een sjerp. Hij zocht uit welke rechtsgrond hiervoor bestaat, maar vond enkel regelgeving rond de ambtskledij van burgemeesters, schepenen en gedeputeerden.
Daarbij verwijst hij naar de bestaande strikte regels: “Lokale en provinciale uitvoerende mandatarissen hebben een onderscheidingsteken, met name de sjerp, die ze kunnen dragen bij de uitoefening van hun mandaat. Die sjerp verschilt in functie van het type mandaat. Een vervanger van het ambt mag de sjerp niet dragen, omdat het een van de attributen is die eigen zijn aan het ambt.”
Dat leidt volgens De Loor tot een fundamentele vraag:
- Is het wettelijk dat een voorzitter een sjerp draagt?
- Van waar komt het initiatief om de voorzitter te (h)erkennen met een sjerp?
- Wie is daarvoor eigenlijk bevoegd?
- Waarom werd er precies voor dit type sjerp gekozen?
- Mogen dan alle raadsleden zo’n sjerp dragen?
- En hoe zal dit – indien nodig – worden rechtgezet?
Burgemeester Rogiers: “Geen decretale regels, maar ook géén verbod”
Burgemeester Benjamin Rogiers (Open VLD Herzele) gaf een uitgebreide toelichting en nam daarbij de interpretatie van de VVSG als uitgangspunt: “De VVSG stelt het eigenlijk heel duidelijk: er bestaan geen decretale regels voor een sjerp van de voorzitter van de gemeenteraad. Dat wil zeggen: er is geen verplichting om er één te hebben, maar het is ook helemaal niet verboden.”
Hij benadrukt dat Herzele niet alleen staat: “Verschillende besturen, waaronder Zottegem en Sint-Lievens-Houtem, doen dit ondertussen, en dat valt volledig onder de lokale autonomie.”
Het belangrijkste criterium, aldus Rogiers, is dat een voorzittersjerp duidelijk moet verschillen van de wettelijke sjerpen van burgemeester en schepenen.
Voorzittersjerp draagt kleuren en wapenschild van Herzele.
De Herzeelse voorzitter draagt een sjerp in de kleuren van de gemeente, aangevuld met het wapenschild. Die keuze is volgens Rogiers bewust: “In ons geval bevat de voorzittersjerp de kleuren en het wapenschild van Herzele, waarbij de voorzitter wordt gezien als vertegenwoordiger van de gemeenteraad bij bijvoorbeeld plechtigheden.”
Daarnaast maakte hij duidelijk dat de sjerp geen financiële belasting vormt voor de gemeente: “De sjerp is trouwens, net als die van de schepenen en mezelf, privé aangekocht en bekostigd.”
Afzonderlijke functie, dus afzonderlijk symbool.
Rogiers wijst erop dat het ambt van raadsvoorzitter in vele gemeenten geen taak meer is van de burgemeester, maar een aparte functie binnen het gemeentelijk organigram: “Het is dus logisch dat een voorzitter zich ook visueel kan onderscheiden, zeker op protocollaire momenten.”
Mogelijk formele verankering in het huishoudelijk reglement.
Het gebruik van de voorzittersjerp kan, indien de gemeenteraad dat wenst, officieel vastgelegd worden: “Als de gemeenteraad dat wenst, kunnen we het gebruik van deze ambtskledij formaliseren in het huishoudelijk reglement, dat nu toch in revisie is. Dus samengevat: het mag, het kan, en als het moet verankeren we het in het huishoudelijk reglement.”
Conclusie.
De discussie maakt duidelijk dat er geen wettelijke basis bestaat voor een voorzittersjerp, maar evenmin een verbod. Gemeenten beschikken over de autonomie om eigen symboliek te creëren, zolang die onderscheidbaar blijft van de officiële sjerpen van uitvoerende mandatarissen.
Met het antwoord van de burgemeester lijkt de vraag naar de wettelijkheid beantwoord, maar daarmee is de politieke discussie niet noodzakelijk afgesloten. De gemeenteraad krijgt nu de kans om – via het vernieuwde huishoudelijk reglement – te bepalen of de voorzittersjerp een definitieve plaats krijgt in het Herzeelse protocollaire landschap.