Gemeentelijke financiën Sint-Lievens-Houtem: stabiel beeld, maar groeiende discussie over schuld, investeringen en prioriteiten.

Facebook
LinkedIn
WhatsApp
X

In de jongste gemeenteraad van Sint-Lievens-Houtem kwam de financiële toestand van het lokaal bestuur uitgebreid aan bod. De jaarrekening 2025 schetst op het eerste gezicht een stabiel en positief beeld, met een aanzienlijke kaspositie en een gunstig exploitatieresultaat. Toch klinkt er vanuit de oppositie een duidelijke waarschuwing dat dit beeld genuanceerder moet worden bekeken.

Volgens fractieleider en gemeenteraadslid Pascal Van Waeyenberge (SAMEN) worden bepaalde cijfers volgens hem te rooskleurig voorgesteld, omdat in de berekening van de beschikbare middelen ook elementen worden meegerekend die niet onmiddellijk inzetbaar zijn. Aan de andere kant benadrukt het bestuur dat de gemeente vandaag financieel gezond blijft, maar dat waakzaamheid noodzakelijk is voor de toekomst.

De discussie toont een klassiek spanningsveld binnen lokaal financieel beleid: tussen boekhoudkundige stabiliteit en de reële budgettaire ruimte voor investeringen en toekomstige verplichtingen.

Gemeenteraadslid Pascal Van Waeyenberge (SAMEN).

Kaspositie van 8,9 miljoen euro: sterk cijfer, maar interpretatie verschilt

De jaarrekening 2025 toont dat het lokaal bestuur van Sint-Lievens-Houtem (gemeente en OCMW samen) beschikt over een kaspositie van ongeveer 8,9 miljoen euro. Dit bedrag wordt door het bestuur naar voren geschoven als een belangrijke indicator van financiële slagkracht.

Volgens de oppositie moet dit cijfer echter sterk genuanceerd worden. Pascal Van Waeyenberge stelt dat in deze berekening ook betaalrekeningen en beleggingen werden opgenomen die niet onmiddellijk beschikbaar zijn voor beleid of investeringen. Daarnaast zou een deel van de middelen gekoppeld zijn aan leningen en boekhoudkundige constructies.

Hij wijst er bovendien op dat de kaspositie in werkelijkheid al is gedaald in het eerste kwartaal van 2026, met ongeveer 2.600.000 euro. “Het ligt er dus aan hoe alles uitgelegd wordt aan de bevolking,” klinkt het kritisch. Volgens hem zullen deze opmerkingen opnieuw worden aangehaald in volgende zittingen, tot vervelens toe.

Positief exploitatie-resultaat en autofinancieringsmarge

Ondanks de discussie over interpretatie van cijfers, toont de jaarrekening ook objectieve positieve signalen. Zo is er een exploitatie-resultaat van ongeveer 1 miljoen euro. Daarnaast blijft ook de autofinancieringsmarge positief, wat betekent dat het bestuur in principe in staat blijft om zijn lopende werking en een deel van de investeringen zelf te financieren.

Het bestuur wijst er bovendien op dat de gemeente financieel stabiel blijft binnen de Vlaamse BBC-regelgeving (beleids- en beheerscyclus), die lokale besturen verplicht om evenwichtige begrotingen en realistische financiële planning te hanteren.

Stijgende schuld en lange afbetalingstermijnen

Tegelijkertijd komen er ook structurele aandachtspunten naar voren. De totale schuld van het lokaal bestuur stijgt tot meer dan 9 miljoen euro. Deze toename wordt onder meer verklaard door nieuwe leningen ter waarde van bijna 3,9 miljoen euro.

Een belangrijk kritiekpunt vanuit de oppositie is de looptijd van deze leningen. Er wordt gewerkt met afbetalingstermijnen tot 25 jaar, waardoor een aanzienlijk deel van de financiële lasten wordt doorgeschoven naar toekomstige bestuursperiodes — volgens de berekeningen gaat het zelfs om vier komende bestuursperiodes.

Dit roept volgens de oppositie vragen op over de intergenerationele billijkheid van het huidige investeringsbeleid.

Uitgestelde investeringen en realiteitsvraag

Een ander belangrijk punt dat wordt aangehaald door de oppositie betreft de uitvoering van investeringsprojecten. Verschillende projecten zouden opnieuw zijn uitgesteld, waaronder fietspaden, renovatiewerken en diverse infrastructuurprojecten.

Volgens de analyse van de oppositie kan dit wijzen op een structureel probleem: ofwel is de planning te ambitieus, ofwel ontbreekt de uitvoeringscapaciteit om de aangekondigde projecten tijdig te realiseren. Hierdoor komt ook de geloofwaardigheid van meerjarenplannen onder druk te staan.

De kritiek luidt dat plannen regelmatig worden aangekondigd, maar niet altijd binnen de voorziene termijn worden uitgevoerd, en dat investeringsbudgetten soms te optimistisch worden ingeschat.

Schepen van financiën Jan Van De Bossche (NH).

Stijgende werkings- en personeelskosten

Naast investeringen ligt ook de stijging van de lopende uitgaven onder vuur. De exploitatiekosten blijven jaar na jaar toenemen, onder meer door hogere personeelskosten, externe dienstverlening en algemene werkingsuitgaven.

De oppositie vraagt daarom expliciet naar bijkomende efficiëntiewinsten en een scherpere prioritering van de uitgaven. Volgens hen is het noodzakelijk om kritischer te kijken naar welke uitgaven essentieel zijn en waar besparingen mogelijk zijn zonder de dienstverlening te ondermijnen.

Dossier Winterjaarmarkt onder financieel vergrootglas

Een specifiek en gevoelig dossier blijft de Winterjaarmarkt. Dit evenement kost het lokaal bestuur netto ongeveer 363.000 euro. Die kost wordt voornamelijk verklaard door hoge uitgaven voor veiligheid, logistiek en personeel.

De oppositie stelt zich daarbij de vraag of deze kost nog in verhouding staat tot de maatschappelijke en economische opbrengsten van het evenement. Ook wordt geopperd dat er meer ruimte zou moeten zijn voor private sponsoring of bijkomende eigen inkomsten om de financiële last te verlagen.

Cultuur en vrije tijd: maatschappelijke waarde versus verlieslatendheid

Ook binnen het beleid rond cultuur en vrije tijd worden vragen gesteld. Sommige activiteiten blijken structureel verlieslatend te zijn. De oppositie benadrukt dat dit op zich geen probleem hoeft te zijn voor een lokaal bestuur, maar dat er wel nood is aan een duidelijke evaluatie van de maatschappelijke meerwaarde tegenover de financiële kost.

De kernvraag blijft volgens hen hoe lang dergelijke initiatieven houdbaar zijn zonder duidelijke financiële of maatschappelijke onderbouwing.

Afhankelijkheid van subsidies

Daarnaast wordt gewezen op de sterke afhankelijkheid van Vlaamse subsidies en tijdelijke ondersteuningsmiddelen. Een aanzienlijk deel van de projecten steunt op externe financiering.

Volgens de oppositie maakt dit het beleid kwetsbaar. Indien subsidies in de toekomst zouden verminderen, kan dit een directe impact hebben op de haalbaarheid van bepaalde projecten en investeringen.

Samenvattende kritiek van de oppositie

Samengevat stelt de oppositie dat er meerdere structurele aandachtspunten zijn:

  • stijgende schuld en lange afbetalingstermijnen
  • uitgestelde of vertraagde investeringsprojecten
  • toenemende exploitatiekosten
  • gebrek aan meetbare en tijdige uitvoering
  • te ambitieuze investeringsbudgetten
  • onvoldoende projectopvolging
  • nood aan minder “studie zonder uitvoering”
  • evaluatie van kosten-baten, onder meer voor de Winterjaarmarkt

Volgens hen vraagt dit om meer financiële voorzichtigheid, een scherpere prioritering en een sterker resultaatgericht beleid.

Burgemeester Tim De Knyf (NH).

Reactie van het bestuur: “Financieel gezond, maar niet onbeperkt”

Burgemeester Tim De Knyf (NH) en schepen van financiën Jan Van De Bossche (NH) verdedigen het gevoerde beleid en plaatsen de cijfers in een bredere context.

Volgens hen klopt het dat de toelichting zich vooral richt op kernindicatoren zoals kaspositie, exploitatie-resultaat en autofinancieringsmarge. Dat is volgens het bestuur logisch, omdat net deze cijfers aantonen dat de gemeente vandaag financieel gezond is binnen de BBC-regels.

Tegelijk erkennen ze de bredere realiteit. De stijgende exploitatiekosten, de schuldopbouw en de boekhoudkundige evoluties tonen volgens hen aan dat waakzaamheid noodzakelijk blijft. De autofinancieringsmarge blijft positief, maar niet uitzonderlijk groot in verhouding tot de uitgaven.

Het bestuur formuleert het als volgt: de gemeente staat er vandaag solide voor, maar de financiële ruimte is niet onbeperkt. Daarom moet er volgens hen verstandig worden omgegaan met investeringen.

De beleidslijn wordt duidelijk omschreven: gefaseerd investeren, duidelijke prioriteiten stellen en tegelijk de structurele draagkracht van de gemeente bewaken.

Besluit

De financiële analyse van Sint-Lievens-Houtem toont een tweezijdig beeld. Enerzijds is er sprake van een stabiele financiële basis met een aanzienlijke kaspositie, een positief exploitatieresultaat en een gezonde autofinancieringsmarge. Anderzijds wijzen de stijgende schuld, de lange looptijden van leningen, de uitgestelde investeringen en de toenemende werkingskosten op structurele uitdagingen die niet genegeerd kunnen worden.

De discussie tussen meerderheid en oppositie draait daarbij niet enkel om cijfers, maar vooral om interpretatie, prioriteiten en toekomstvisie. Waar het bestuur inzet op gefaseerde en gecontroleerde investeringen binnen een kader van financiële stabiliteit, vraagt de oppositie om meer transparantie, realistische planning en een strakkere uitvoering van projecten.

De komende jaren zullen moeten uitwijzen of de huidige financiële strategie voldoende robuust is om zowel de lopende werking als de geplande investeringen duurzaam te blijven ondersteunen.

Op zoek naar een fotograaf in eigen streek? Eline en Kristof van KEST Photo zorgen voor een perfect afgewerkte reportage.

Huwelijk, communie, portret of new born? KEST Photo zorgt voor unieke beelden en een professinoele omkadering.

error: Inhoud is beschermd.