Tien jaar na de tragische gebeurtenissen van 22 maart 2016 blikt Aalsterse Christoph D’Haese (N-VA) persoonlijk en indringend terug op die zwarte dag die het land voorgoed tekende.
“22 maart 2016 staat gegrift in ons collectief geheugen. En dat moet ook,” klinkt het. Met die woorden verwijst hij naar de aanslagen die België diep hebben geraakt en waarvan de impact tot op vandaag nazindert. Als lid van de Parlementaire Onderzoekscommissie Aanslagen 22 maart kwam D’Haese destijds oog in oog te staan met slachtoffers en hulpverleners.
“Die getuigenissen gingen door merg en been. Een maand na de feiten stonden we in Zaventem en Maalbeek. Wat we daar hoorden en zagen, vergeet ik nooit meer,” zegt hij.
Volgens de Aalsterse burgemeester is herdenken meer dan stilstaan bij het verleden. “Het is ook vooruitkijken. Wie verantwoordelijkheid draagt voor veiligheid, heeft de plicht om lessen te trekken en die om te zetten in concrete acties.”
In Aalst vertaalt zich dat onder meer in een versterkte aanpak van radicalisering en veiligheid. Zo werd een lokale veiligheidscel (LIVC) uitgebouwd die signalen van extremisme opvolgt, en kregen hulpdiensten extra middelen, waaronder gespecialiseerde antiterrorismekoffers.
Toch overheerst op deze herdenkingsdag vooral ingetogenheid. “Mijn gedachten gaan in de eerste plaats naar de slachtoffers en hun families,” benadrukt D’Haese. “Daarnaast voel ik ook enorme dankbaarheid. Voor de hulpverleners en veiligheidsdiensten die elke dag paraat staan. Hun inzet en moed zijn onmisbaar om onze manier van leven te beschermen.”
Archieffoto: Swirko.