Nu de werkloosheidsuitkeringen in de tijd worden beperkt, maakt ook de stad Aalst zich op voor een aanzienlijke toename van hulpvragen bij het OCMW. Volgens de huidige prognoses zullen op anderhalf jaar tijd maar liefst 677 personen bij het OCMW aankloppen. Daarvan zouden er naar verwachting 339 effectief recht hebben op een leefloon. Dat bleek uit de toelichting van schepen van Sociale Zaken Katrien Beulens (N-VA) tijdens een recente commissievergadering.
De federale maatregel, die vanaf 2026 volledig van kracht wordt, zorgt nu al voor onrust bij lokale besturen. Groen-gemeenteraadslid Ingmar Baeyens kaartte het onderwerp aan en sprak van “het grootste sociale experiment van de eeuw”. Volgens Baeyens zijn de gevolgen voor Aalst allesbehalve miniem. “In de eerste helft van het jaar alleen al zullen zo’n 500 Aalstenaars hun werkloosheidsuitkering verliezen,” stelde hij. “Het ideale scenario is uiteraard dat al deze mensen meteen werk vinden, maar we moeten ook rekening houden met een andere realiteit. Wat als een deel van hen geen job vindt en noodgedwongen aanklopt bij het OCMW?”
Concrete cijfers en verwachte instroom.
Schepen Beulens gaf tijdens de bespreking gedetailleerde cijfers mee over de verwachte instroom. “Tussen 1 januari en 28 februari verliezen 59 personen hun werkloosheidsuitkering. De maand daarna gaat het om 158 mensen, vervolgens 230 en twee maanden later nog eens 23,” lichtte ze toe. “Die evolutie wordt zeer nauwlettend opgevolgd. We verwachten dat ongeveer een derde van deze groep recht zal hebben op een leefloon, terwijl het dubbele aantal mensen zal langskomen met diverse hulpvragen.”
Alles samen rekent de stad dus op 677 extra hulpvragen gespreid over anderhalf jaar. Dat is een aanzienlijke bijkomende belasting voor het OCMW, dat nu al met een hoge werkdruk kampt.
Extra personeel ondanks besparingen.
Opvallend is dat de stad, ondanks grootschalige besparingen en een aangekondigde aanwervingsstop voor stadspersoneel, toch bijkomende maatschappelijk werkers aanwerft. “Andere steden werven tientallen extra krachten aan om de verwachte golf op te vangen. In Aalst gaat het voorlopig om drie extra maatschappelijk werkers,” merkte Baeyens kritisch op.
Volgens schepen Beulens is die keuze weloverwogen, maar niet definitief. “Als je deze cijfers bekijkt, heb je eigenlijk zes tot acht extra maatschappelijk werkers nodig,” gaf ze toe. “Op dit moment hebben we er drie bijkomend aangeworven. Dat moet voorlopig beheersbaar zijn. Maar als de toeloop effectief komt zoals verwacht, zullen we moeten opschalen. Dat blijven we continu monitoren.”
Vandaag behandelt een voltijdse maatschappelijk werker gemiddeld tussen de 50 en 55 leefloondossiers. Door de nieuwe instroom dreigt dat aantal op te lopen tot 65 dossiers per medewerker. “Dat is een grens waarop we moeten ingrijpen en bijsturen,” aldus Beulens.
Politieke consensus binnen het college.
Baeyens vroeg zich af hoe die extra aanwervingen te rijmen vallen met de aangekondigde bevriezing van nieuwe aanstellingen binnen het stadsbestuur. “Zijn daar duidelijke afspraken over binnen het college?” vroeg hij.
Volgens schepen Beulens is daar geen twijfel over mogelijk. “Die discussie is binnen het college heel constructief gevoerd. Iedereen beseft dat er iets op ons afkomt en het is geen optie om daar niet op voorbereid te zijn. Daarom hebben we beslist om deze drie extra mensen aan te werven,” klonk het.
De komende maanden zullen uitwijzen of die eerste versterking volstaat, of dat Aalst alsnog genoodzaakt zal zijn om extra middelen en personeel vrij te maken om de sociale gevolgen van de federale hervorming op te vangen. Eén ding is duidelijk: de impact van de beperking van de werkloosheidsuitkeringen zal ook op lokaal niveau voelbaar zijn.