De klacht van oppositiepartij Positief Ninove tegen het algemeen flyerverbod op de wekelijkse markt én tegen de bepaling dat het Nederlands de voertaal is bij reclame, is door de gouverneur verworpen. Toch is de kous daarmee niet af. Gemeenteraadslid Victor Schollaert (Positief Ninove) plaatst een duidelijke kanttekening bij de beslissing en wijst op wat hij omschrijft als een “interpretatie die het beleid van de meerderheid ondergraaft”.
Gouverneur volgt stadsbestuur
Het stadsbestuur van Forza Ninove had in het marktreglement opgenomen dat bij het voeren van reclame op de wekelijkse markt het Nederlands de voertaal is. Volgens oppositieraadslid Victor Schollaert ging het stadsbestuur daarmee zijn bevoegdheid te buiten, waarop hij een klacht indiende bij de gouverneur.
Die klacht werd nu verworpen. Burgemeester Guy D’haeseleer reageert tevreden en benadrukt dat zijn bestuur vastberaden blijft: “Forza Ninove zal ook in de toekomst maatregelen blijven nemen om de verfransing van onze stad tegen te gaan. Het is duidelijk dat we hiervoor niet hoeven te rekenen op de Ninoofse oppositie, voor wie dit Vlaamse karakter van onze stad duidelijk geen prioriteit is.”
“Slechts een richtlijn”
Toch ziet Schollaert de beslissing minder eenduidig als een overwinning voor de meerderheid. Hij wijst op de argumentatie die het stadsbestuur zelf gebruikte in zijn verdediging tegenover de gouverneur.
“In hun verdediging stellen ze dat de bepaling dat het Nederlands de voertaal is, slechts een ‘richtlijn’ is en geen verplichting. Daarom is de gouverneur hen gevolgd: het is geen echte verplichting,” aldus Schollaert. “Forza Ninove voert haar eigen partijprogramma dus niet uit. Concreet mag je dus nog altijd Franstalige communicatie op de markt verspreiden.”
Volgens de oppositie legt deze interpretatie een fundamentele tegenstrijdigheid bloot tussen de politieke communicatie van de meerderheid en de juridische realiteit van het reglement.
Flyerverbod blijft overeind
Naast de taalregeling vocht Positief Ninove ook het algemene flyerverbod op de markt aan. Volgens de partij schendt dat verbod de vrije meningsuiting en de vrijheid van drukpers. Ook op dat punt kreeg het stadsbestuur gelijk van de gouverneur. De redenering: het verbod geldt enkel op de wekelijkse markt en is dus beperkt in tijd en ruimte.
Schollaert nuanceert: “De gouverneur oordeelt dat het kan omdat het enkel op de markt geldt en slechts één keer per week plaatsvindt. Maar dat neemt niet weg dat het een beperking blijft van fundamentele vrijheden.” Burgemeester D’haeseleer ziet dat anders en benadrukt het praktische voordeel van de maatregel: “Voortaan zullen de Ninoofse marktgangers niet langer gestoord worden tijdens hun sociale contacten op de wekelijkse markt en zullen de marktkramers ongehinderd hun beroep kunnen uitoefenen.”
Dossier met voorgeschiedenis
Het flyerverbod kwam er niet uit het niets. Aanleiding was een eerder conflict met vakbond ABVV. Die had toestemming gevraagd om op de markt flyers uit te delen over de pensioenhervormingsplannen van de federale regering, maar kreeg nul op het rekest van de burgemeester.
De vakbond trok daarop naar de gouverneur en zette de actie toch door. Uiteindelijk werd het oorspronkelijke verbod vernietigd door Vlaams minister van Binnenland Hilde Crevits. D’haeseleer stelde toen dat hij vooral een principieel signaal wilde geven, maar kondigde tegelijk aan dat een algemeen flyerverbod zou worden ingevoerd. Dat verbod werd in december effectief goedgekeurd door de gemeenteraad en houdt nu dus stand.
Politieke nasleep verzekerd
Hoewel de gouverneur de klachten formeel heeft verworpen, lijkt het debat daarmee niet beslecht. De interpretatie dat de taalregel slechts een richtlijn is, biedt munitie aan de oppositie, terwijl de meerderheid zich gesterkt voelt in haar aanpak van zowel taalgebruik als ordehandhaving op de markt.
Het dossier toont opnieuw hoe lokale reglementen snel uitgroeien tot bredere politieke symbolen, waarin juridische nuances en ideologische standpunten door elkaar lopen. In Ninove is het duidelijk: zowel de strijd tegen verfransing als het debat over vrije meningsuiting blijven brandend actueel.