Op donderdag 21 mei 2026 tussen 17 en 18 uur verandert het straatbeeld in Lede en in heel Vlaanderen even in een netwerk van telposten. Burgers worden dan opnieuw uitgenodigd om het verkeer in hun eigen straat te tellen in het kader van Straatvinken, een grootschalig burgerwetenschapsonderzoek dat intussen aan zijn negende editie toe is.
Wie zich inschrijft, krijgt één duidelijke opdracht: gedurende één uur elke voorbijkomende voetganger, fietser, step, auto, bestelwagen, vrachtwagen, bus of tram noteren. Nadien kunnen deelnemers via de zogenaamde straat-O-sfeer-vragenlijst ook hun persoonlijke beleving van de straat delen: hoe veilig voelt het er, hoeveel hinder ervaren ze, en hoe aangenaam is hun leefomgeving?
Burgerwetenschap in het hart van mobiliteitsbeleid
Het project is een initiatief van Ringland Academie, de Universiteit Antwerpen en HIVA – KU Leuven, met financiële steun van de Vlaamse overheid. Wat begon als een experimenteel participatief onderzoek, is intussen uitgegroeid tot een vaste waarde in het Vlaamse mobiliteitsdebat.
Ook Lede doet dit jaar voor de tweede keer mee. Volgens de organisatoren is de rol van lokale besturen cruciaal: zij kunnen burgers mobiliseren én de resultaten vertalen naar concreet beleid in straatinrichting, verkeersveiligheid en leefbaarheid.
De auto blijft dominant: modal shift gaat te traag
Uit de resultaten van de editie 2025, waarbij op zo’n 3.000 telpunten werd gemeten, blijkt dat de verschuiving naar duurzamer verkeer wel bezig is, maar onvoldoende snel gaat.
“De verandering gaat in de juiste richting, maar het tempo ligt veel te laag om de doelstellingen te halen. De auto blijft dominant, zeker buiten de stedelijke kernen,” aldus mobiliteitsexpert Thomas Vanoutrive van de Universiteit Antwerpen en onderzoeker bij Straatvinken.
De Vlaamse overheid wil dat tegen 2030 minstens 50% van alle verplaatsingen te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer gebeurt. Die zogenaamde modal shift blijkt in de praktijk moeilijk te realiseren.
Meer verkeer, minder leefbaarheid
Naast de objectieve tellingen peilt het onderzoek via straat-O-sfeer ook naar de subjectieve beleving van bewoners. Daaruit blijkt volgens de onderzoekers een terugkerend patroon: veel mensen ervaren hun straat als drukker, lawaaieriger en minder veilig dan enkele jaren geleden.
Een meerderheid van de deelnemers gaf aan dat verkeersdrukte is toegenomen. Ook geluidshinder, parkeerdruk en verkeersveiligheid scoren vaker negatief.
Toch zijn er ook positieve signalen. In straten waar bewoners een verbetering ervaren, wordt vaak verwezen naar concrete ingrepen zoals verkeersremmende maatregelen, fietszones, straatknips of heraanleg tot woonerf.
“Bewoners hebben hoge verwachtingen over de leefbaarheid van hun straat,” zegt Huib Huyse van HIVA – KU Leuven, die het leefbaarheidsonderzoek coördineert. “In veel straten worden die verwachtingen vandaag onvoldoende ingelost. Leefbaarheid hangt niet alleen af van verkeer, maar ook van sociale verbondenheid. Toch kan die sociale dimensie de negatieve impact van druk verkeer niet zomaar compenseren. Daar zijn beleidsmaatregelen voor nodig.”
Actuele relevantie groeit
Straatvinken krijgt volgens onderzoekers steeds meer relevantie in een bredere maatschappelijke context. De geopolitieke en economische onzekerheden maken duidelijk hoe kwetsbaar mobiliteitssystemen zijn, onder meer door afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en internationale aanvoerketens.
Daardoor staat de Vlaamse doelstelling om 50% duurzame verplaatsingen te halen tegen 2030 opnieuw hoger op de beleidsagenda. Het burgeronderzoek helpt om die evolutie nauwgezet op te volgen en zichtbaar te maken hoe het dagelijkse verplaatsingsgedrag effectief verandert.
Lokale besturen spelen sleutelrol
De resultaten van Straatvinken en straat-O-sfeer worden niet alleen wetenschappelijk verwerkt, maar zijn ook bijzonder waardevol voor lokaal beleid. Gemeenten en steden gebruiken de data voor mobiliteitsplannen, heraanlegprojecten, wijkanalyses en participatietrajecten.
Daarom roepen de organisatoren lokale besturen expliciet op om inwoners te motiveren om deel te nemen. Hoe meer telpunten, hoe scherper het beeld van de realiteit op straatniveau.
Eén uur telt mee
De concrete telling vindt plaats op donderdag 21 mei 2026 van 17 tot 18 uur. In dat ene uur brengen burgers hun straat letterlijk in kaart met pen, papier of digitale registratie. Nadien kunnen zowel tellers als niet-tellers de straat-O-sfeer-bevraging invullen.
Inschrijven kan via straatvinken.be. Daarmee wordt elke deelnemer een kleine schakel in een groot onderzoek dat mee bepaalt hoe Vlaamse straten er in de toekomst zullen uitzien: veiliger, groener en leefbaarder.