De aanhoudende wateroverlast in Zottegem heeft tijdens de recente gemeenteraad opnieuw voor stevige politieke discussie gezorgd. Oppositiepartij ZiZo trok daarbij aan de alarmbel over de stijgende verhardingsgraad in de stad en de impact daarvan op de toenemende problemen bij hevige regenval. De meerderheid benadrukt op haar beurt dat er wel degelijk wordt ingezet op ontharding, maar dan op een “functionele en doordachte manier”.
Gemeenteraadslid Heidi Schuddinck stelde zich tijdens het debat openlijk de vraag of Zottegem vandaag “werkelijk minder verhard is dan vroeger”. Volgens haar worden inwoners bij elke stevige regenbui opnieuw geconfronteerd met dezelfde problemen: ondergelopen garages, water op straat en rioleringen die de toevloed niet meer aankunnen.
“Dit zijn geen uitzonderingen meer, maar terugkerende situaties,” klonk het kritisch. Schuddinck wees er bovendien op dat de stad in oktober 2024 nog een droogte- en hemelwaterplan goedkeurde met een reeks prioritaire acties. Veertien daarvan zouden op korte termijn worden uitgevoerd, maar volgens de oppositie is de vooruitgang beperkt. “Anderhalf jaar later zien we dat er bij sommige acties wel een aanzet is, maar vaak blijft het daarbij,” stelde ze.
Cijfers tonen stijgende verharding
De ZiZo-fractie verwijst daarnaast naar cijfers uit ‘Provincie in Cijfers – Klimaatadaptatie – Ontharden’. Daaruit blijkt volgens haar dat in Zottegem de voorbije tien jaar ongeveer 50 hectare extra werd verhard, goed voor zo’n 500.000 vierkante meter extra verharde oppervlakte.
De verhardingsgraad zou daardoor gestegen zijn van 13,5 procent in 2015 naar 14,4 procent in 2023. Volgens Schuddinck staat dat haaks op de Vlaamse doelstelling om tegen 2050 opnieuw het verhardingsniveau van 2015 te bereiken. “Dat betekent concreet dat die 50 hectare opnieuw onthard moet worden en dat bijkomende verharding vermeden moet worden,” klonk het.
De oppositie stelt bovendien dat er vandaag geen duidelijke beleidsvisie zichtbaar is. “Er worden hier en daar kleine oppervlakten onthard, maar globaal blijft de verharding toenemen,” aldus Schuddinck. Ook het ontbreken van een volledige inventaris van verharde oppervlakken blijft voor ZiZo een knelpunt. “Zo’n overzicht is essentieel om gericht beleid te kunnen voeren. Dat kan stap voor stap worden opgebouwd, te beginnen met het openbaar domein.”
“Functionele ontharding” als beleidskeuze
Schepen van Leefmilieu Jenne De Potter verdedigde het beleid van het stadsbestuur en benadrukte dat Zottegem niet inzet op willekeurige ingrepen, maar op doelgerichte projecten.
“Wij ontharden niet lukraak, maar functioneel,” stelde hij. Volgens De Potter worden bij stedelijke projecten systematisch kansen tot ontharding meegenomen. Hij verwees daarbij naar realisaties zoals het Montmartreplein en de Welzijnstraat, waar heraanleg en vergroening hand in hand gingen met het verminderen van verharde oppervlakken.
Daarnaast wordt volgens de schepen ook bij het afleveren van stedenbouwkundige vergunningen steeds vaker rekening gehouden met de impact op verharding en waterafvoer. De stad wil die lijn verder doortrekken bij toekomstige riolerings- en wegeniswerken.
Ook in de planning staan nog nieuwe ingrepen, onder meer de heraanleg van pleintjes in de Kattenberg en Wurmendries. “Daar zullen ontharding en klimaatadaptatie opnieuw een belangrijk uitgangspunt vormen,” aldus De Potter.
Debat over tempo en visie blijft aanhouden
Hoewel zowel meerderheid als oppositie het belang van waterbuffering en klimaatadaptatie erkennen, blijft het debat vooral draaien rond het tempo en de samenhang van het beleid. Waar ZiZo wijst op stijgende cijfers en een gebrek aan overzicht, benadrukt de meerderheid dat ontharding steeds vaker structureel wordt geïntegreerd in lopende en toekomstige projecten.
Met de toenemende intensiteit van regenval en de groeiende druk op rioleringssystemen lijkt het dossier alvast niet van de politieke agenda te verdwijnen.

