De stiptheid van de treinen in België bedroeg in april 93,4 procent. Daarmee deden de spoorwegen het beter dan in dezelfde maand vorig jaar, toen 91,7 procent van de treinen op tijd reed. De nieuwste cijfers tonen aan dat de punctualiteit op het spoor opnieuw in stijgende lijn zit.
Ook over de eerste vier maanden van het jaar blijft die positieve evolutie zichtbaar. Sinds begin 2026 bedraagt de gemiddelde stiptheid 93,0 procent. Dat is een verbetering van 1,8 procentpunt tegenover dezelfde periode vorig jaar, toen 91,2 procent van de treinen stipt hun bestemming bereikten.
De analyse van de oorzaken van de vertragingen geeft een duidelijk beeld van waar de grootste knelpunten zich bevinden. In april was 41,1 procent van de vertragingen toe te schrijven aan de NMBS zelf. Daarnaast lag 16 procent van de vertragingen bij infrastructuurbeheerder Infrabel.
Verder bleek 24,1 procent van de vertragingen veroorzaakt door derden, zoals ongevallen aan overwegen, personen op de sporen, vandalisme of externe incidenten. Nog eens 15,9 procent had te maken met een gebrek aan robuustheid van het spoorwegsysteem, waarbij kleine verstoringen sneller een domino-effect veroorzaken. De overige 2,9 procent viel onder diverse andere oorzaken.
De cijfers tonen aan dat de stiptheid van het Belgische spoorverkeer opnieuw verbetert, al blijft er werk aan de winkel om vertragingen verder terug te dringen. Vooral op het vlak van interne organisatie en infrastructuur liggen nog belangrijke uitdagingen om reizigers een nog betrouwbaardere dienstverlening te bieden.