Op 1 september staan opnieuw honderden schoolbussen klaar om duizenden kinderen veilig naar hun klaslokaal te brengen. Vooral voor leerlingen uit het buitengewoon onderwijs is aangepast leerlingenvervoer een onmisbare schakel. Nieuwe cijfers tonen echter aan dat de druk op het systeem de voorbije jaren sterk is toegenomen. Het aantal leerlingen dat gebruikmaakt van de schoolbus steeg in vijf jaar tijd met maar liefst 29 procent.
Sectorfederatie FBAA waarschuwt dat de grenzen stilaan bereikt zijn. Volgens de federatie zijn bijkomende investeringen nodig om voldoende capaciteit te garanderen, maar ook om de kwaliteit van de dienstverlening en het comfort van zowel leerlingen als chauffeurs te verbeteren.
Ruim 45.000 leerlingen op aangepast vervoer
De cijfers spreken duidelijke taal. In 2021 maakten nog 35.393 leerlingen gebruik van het aangepast vervoer. Afgelopen schooljaar was dat aantal opgelopen tot 45.728 leerlingen. Dat betekent een stijging met meer dan 10.000 kinderen op amper vijf jaar tijd.
Die groei heeft uiteraard ook gevolgen voor het vervoer zelf. Sinds 2018 is het aantal afgelegde kilometers met 27 procent toegenomen. Jaarlijks leggen de schoolbussen inmiddels samen maar liefst 24,9 miljoen kilometer af.
Het vervoer wordt georganiseerd door De Lijn, maar de praktische uitvoering ligt grotendeels in handen van de private sector. Een honderdtal busondernemingen en ruim 2.100 chauffeurs zorgen er dagelijks voor dat leerlingen van en naar school worden gebracht.
Voor veel gezinnen is dat vervoer cruciaal. Zeker wanneer kinderen een gespecialiseerde school bezoeken die niet in hun onmiddellijke omgeving ligt, is een betrouwbaar aangepast vervoersnetwerk noodzakelijk om de school bereikbaar te maken.
FBAA: “De grens is bereikt”
Volgens FBAA-CEO Pieter Van Bastelaere kan de sector de toenemende vraag niet blijven opvangen zonder bijkomende investeringen. De federatie vraagt dan ook om werk te maken van een structurele aanpak.
“De stijgende leerlingenaantallen zorgen voor een steeds grotere druk op het systeem”, is de boodschap van de sector. Er moet volgens FBAA niet alleen worden gekeken naar het aantal beschikbare bussen, maar naar het volledige plaatje: van de financiële middelen over de kwaliteit van de voertuigen tot de arbeidsvoorwaarden van de chauffeurs.
De federatie schuift daarbij drie belangrijke prioriteiten naar voren.
Meer budget voor voldoende capaciteit
Een eerste aandachtspunt is voldoende financiële ruimte. Door de sterke groei van het aantal leerlingen is ook meer vervoerscapaciteit nodig. Extra bussen en chauffeurs zijn noodzakelijk om de dienstverlening op peil te houden.
Volgens FBAA dreigt zonder bijkomende middelen een situatie waarin het steeds moeilijker wordt om alle leerlingen op een efficiënte en comfortabele manier te vervoeren. De sector vraagt daarom om de nodige budgetten structureel af te stemmen op de groeiende behoefte.
Niet alleen de prijs mag tellen
Daarnaast wil FBAA dat bij nieuwe aanbestedingen sterker wordt gekeken naar kwaliteit. Volgens de sector mag de prijs niet het enige of belangrijkste criterium zijn wanneer busbedrijven worden geselecteerd.
Zo pleit de federatie onder meer voor verplichte airconditioning in de voertuigen. Zeker tijdens warme schooldagen is een aangename temperatuur in een bus waarin leerlingen soms langere tijd onderweg zijn geen overbodige luxe.
Ook een systematische kwaliteitscontrole op het terrein moet volgens FBAA deel uitmaken van het systeem. Op die manier kan niet alleen op papier, maar ook in de dagelijkse praktijk worden nagegaan of de dienstverlening aan de vereiste normen voldoet.
Ook de chauffeur verdient meer zekerheid
Een derde punt waarvoor de sector aandacht vraagt, is het statuut van de schoolbuschauffeurs. Ruim 2.100 chauffeurs staan dagelijks in voor het vervoer van de leerlingen, maar hun werk is sterk verbonden met het schooljaar.
FBAA pleit daarom voor een betere sociale bescherming gedurende het volledige jaar. Een aantrekkelijker en stabieler statuut moet het beroep volgens de federatie niet alleen beter beschermen, maar ook helpen om voldoende chauffeurs aan te trekken en te behouden.
Dat laatste wordt steeds belangrijker nu de vraag naar aangepast leerlingenvervoer blijft groeien. Meer leerlingen betekent immers automatisch ook meer ritten en dus een grotere behoefte aan gekwalificeerde chauffeurs.
Grondige voorbereiding op 1 september
Ondanks de toenemende druk wil de sector het nieuwe schooljaar vooral veilig en vlot laten starten. De busondernemingen hebben de afgelopen zomer dan ook volop ingezet op de voorbereiding.
Voertuigen werden aan intensieve technische controles onderworpen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de algemene staat van de bussen, maar ook naar de verplichte veiligheidsuitrusting. Gordels, brandblussers en verbandkisten worden gecontroleerd en waar nodig in orde gebracht.
Daarnaast worden momenteel ook evacuatie-oefeningen georganiseerd. Chauffeurs worden voorbereid op mogelijke noodsituaties, zodat ze weten hoe ze moeten handelen wanneer er tijdens een rit iets misloopt.
Nieuwe chauffeurs krijgen dan weer de kans om hun routes vooraf te verkennen. Op die manier kunnen ze vertrouwd raken met de trajecten, de haltes en de omstandigheden onderweg voordat op 1 september de eerste grote schooldrukte losbarst.
Schoolbus wordt steeds belangrijker
De cijfers maken duidelijk dat het aangepast leerlingenvervoer een steeds grotere rol speelt binnen het onderwijs. Waar in 2021 nog ruim 35.000 leerlingen gebruikmaakten van de dienstverlening, zijn dat er vandaag bijna 46.000.
De sector staat daardoor voor een dubbele opdracht: meer leerlingen vervoeren én tegelijk de kwaliteit en veiligheid garanderen. FBAA benadrukt dat de busondernemingen hun verantwoordelijkheid opnemen, maar dat daarvoor ook voldoende middelen en duidelijke kwaliteitseisen nodig zijn.
Op 1 september zullen de bussen opnieuw vroeg uitrukken. Voor duizenden leerlingen is het simpelweg hun dagelijkse verbinding met de school. Achter die ritten schuilt echter een omvangrijke organisatie van busbedrijven, chauffeurs, scholen en vervoersinstanties. De sterke groei van de voorbije jaren maakt volgens de sector duidelijk dat die organisatie klaar moet zijn voor de toekomst.