Voor Nils Maerevoet moet de tweede helft van het wielerseizoen 2026 het moment worden waarop veel puzzelstukken eindelijk in elkaar vallen. De 22-jarige renner uit Sint-Amands, 1,90 meter groot en 82 kilogram zwaar, rijdt sinds dit seizoen voor het Debondt Veranda’s Cycling Team uit Denderhoutem. De overstap kwam er niet omdat hij ongelukkig was bij zijn vorige ploeg, maar vooral omdat de toekomst daar lange tijd onzeker bleef. Maerevoet wilde geen risico nemen en koos voor duidelijkheid. Bij zijn nieuwe ploeg vond hij met ploegleider Timmy Van Cleemputte bovendien iemand die hem vanaf het eerste contact vertrouwen gaf.
Dat vertrouwen wil Maerevoet de komende weken terugbetalen. Na een seizoen waarin blessures, een late voorbereiding en enkele gemiste kansen hem meermaals afremden, voelt de renner dat zijn vorm opnieuw de goede richting uitgaat. De derde plaats van het voorbije weekend was een belangrijke opsteker. Toch ligt zijn belangrijkste doel nog voor hem: de Ronde van Oost-Vlaanderen. “Ik hoop echt dat ik daar 100 procent ben en eindelijk kan laten zien wat ik in mij heb.”
Geen afscheid uit onvrede, maar kiezen voor zekerheid
De overstap naar Debondt Veranda’s Cycling Team was voor Maerevoet geen evidente beslissing. Bij zijn vorige ploeg voelde hij zich goed, maar de onzekerheid over het voortbestaan van het team begon steeds zwaarder te wegen. “Bij mijn vorige ploeg zat ik eigenlijk goed, maar het duurde heel lang voor we wisten wat er het jaar nadien zou gebeuren”, vertelt Maerevoet. “De hoofdsponsor was al in maart failliet. Dat wisten we. Aanvankelijk werd gezegd dat het voor het jaar nadien wel in orde zou komen en dat ze nog aan het zoeken waren naar een oplossing.”
Die oplossing liet echter lang op zich wachten. Verschillende voorstellen passeerden de revue, maar concrete duidelijkheid kwam er niet. Voor een renner die bezig is met zijn toekomst is dat een vervelende situatie. “In augustus heb ik nog verschillende keren gevraagd hoe het er nu juist voorstond. Ik wilde niet dat het plots oktober zou zijn en ik nog altijd geen ploeg had. Dan wordt het natuurlijk heel moeilijk om nog iets te vinden.”
Uiteindelijk kwam er vanuit zijn vorige omgeving toch een concreter verhaal. Er zou een oplossing komen, de ploeg zou kunnen blijven bestaan en er werd zelfs gesproken over een samenwerking met een andere ploeg. Maar voor Maerevoet bleef het allemaal te onzeker.
“Op de laatste interclub van de Beker van België, ik denk dat dat in Berlare was, werd pas gezegd dat ze zouden samenzitten met een andere ploeg. Timmy had mij ondertussen al gecontacteerd. Ik had hem gezegd dat ik nog aan het wachten was omdat mijn toenmalige ploeg nog met iets concreets zou komen. Maar de kans dat het uiteindelijk zou lukken, leek mij vrij klein.”
Maerevoet besloot daarom om niet langer af te wachten. “Ik vond het te riskant om te blijven wachten. Timmy had een mooi programma voor ogen, met onder meer de Beker van België en de Ronde van Oost-Vlaanderen. Daar zou ik sowieso graag in rijden. Er waren nog andere wedstrijden voorzien en ik wist dat ik bij Debondt Veranda’s Cycling Team de koersen kon rijden die ik wilde. Dat vond ik belangrijk.”

Timmy Van Cleemputte overtuigde met eerlijkheid
Dat Maerevoet uiteindelijk voor Debondt Veranda’s Cycling Team koos, had niet alleen met het programma te maken. Vooral de eerste contacten met Timmy Van Cleemputte maakten indruk. “Vooral de aanpak van Timmy heeft mij overtuigd. Hij was bij het eerste contact heel rustig. Ik voelde mij meteen op mijn gemak. Hij was ook eerlijk. Hij zei duidelijk: dit kan, dit kan niet. Dat vond ik een groot pluspunt.”
Die open communicatie gaf Maerevoet vertrouwen. “Ik kende sowieso al een paar renners en ik wist ongeveer welk niveau er binnen de ploeg zat. Timmy vertelde ook dat er veel eerstejaars waren. Achteraf bleek dat er toch ook nog wat meer renners van mijn leeftijd of iets ouder bij waren. Dat is goed, want dan kun je ook wat ervaring delen met de jongere gasten.”
De ploeg had volgens Maerevoet wat tijd nodig om echt op gang te komen, maar ondertussen ziet hij de ontwikkeling. “Het begint nu allemaal wat te draaien. Misschien lijkt het laat in het seizoen, maar we zijn eigenlijk nog maar halverwege. We zijn een mooie jonge ploeg en zijn duidelijk steeds beter op mekaar ingespeeld. Dat is belangrijk.”
Een seizoen met vallen en opstaan
Wie naar de uitslagen van Maerevoet kijkt, zou gemakkelijk kunnen denken dat hij gewoon een wisselvallig seizoen achter de rug heeft. Het verhaal achter die uitslagen is echter een stuk complexer. “Het seizoen is eigenlijk op en neer gegaan. Ik ben minder gestart dan ik had gehoopt, maar dat was ergens wel te verwachten. Ik had drie maanden niet kunnen trainen door een blessure. Daardoor ben ik in de winter redelijk laat begonnen.”
Toch kon Maerevoet tijdens de voorbereiding al enkele positieve signalen opvangen. “Ik heb in januari en februari redelijk goed gewerkt met de ploegstages. Alleen merkte ik dat mijn hogere zones en mijn basisniveau nog iets lager lagen. Dat voel je in de koers. Wat wel beter ging, waren mijn intensievere blokken. Daarin begon ik vooruitgang te boeken en ik herstelde ook gemakkelijker.”
Zijn seizoen kwam daardoor wat later op gang. “Ik ben redelijk oké gestart, maar ik wilde niet meteen te veel koersen opzoeken. Daarna begon het weer beter te draaien. Half april reed ik twee koersen na elkaar en voelde ik mij goed. De eerste dag werd ik negende.”
Een dag later sloeg het noodlot opnieuw toe. “In Galmaarden voelde ik minder goed. Ik stapte daar af en plots schoot er een zware pijn in mijn bil. Daar heb ik eigenlijk een hele tijd mee gesukkeld.” Opnieuw volgde een periode zonder fiets. “Ik was goed aan het worden en dan was ik opnieuw geblesseerd. Ik heb twee weken niet gefietst en daarna rustig opnieuw opgebouwd.”
Ondertussen is hij opnieuw ongeveer twee maanden aan het koersen en voelt hij zijn niveau terugkomen. “Al bij al is het nu oké. Het niveau begint opnieuw te komen. Hopelijk kunnen we er nog een mooi einde van het seizoen van maken.”

“Ik ben nog niet 100 procent, maar ik kom heel dicht”
Maerevoet is voorzichtig met grote verklaringen. Hij voelt dat hij goed bezig is, maar weet ook dat zijn beste niveau nog niet helemaal bereikt is. “Ben ik 100 procent? Nog niet. Maar ik zit er heel dicht bij.”
Vooral met het oog op de Ronde van Oost-Vlaanderen wil hij de laatste procenten vinden. “Ik hoop echt dat ik daar 100 procent ben. Ik wil daar kunnen laten zien wat ik in mij heb. Iedere keer wanneer ik de voorbije jaren dacht dat ik het kon laten zien, is er wel iets gebeurd waardoor het niet lukte. Ik hoop dat het dit jaar eindelijk eens kan.”
Dat maakt de komende weken voor hem bijzonder belangrijk. “Vingers kruisen. Hopelijk lukt het.”
Eerste podium als belangrijke mentale opsteker
Een overwinning ontbreekt voorlopig nog op zijn palmares van dit seizoen, maar de derde plaats van twee weekends terug betekent voor Maerevoet veel meer dan alleen een mooie uitslag. “Een overwinning heb ik nog niet. Mijn twee dikste ereplaatsen zijn momenteel de derde plaats in Londerzeel en een twaalfde plaats in Mazenzele.”
Die twaalfde plaats kwam er na een wedstrijd waarin Maerevoet zich lange tijd sterk voelde. “Vrijdag voelde ik mij echt goed. Misschien zelfs iets te goed, waardoor ik iets te gretig was. Ik heb geprobeerd om mee te gaan wanneer het echt hard ging. Uiteindelijk ben ik met drie renners tot het einde weggeraakt. In de sprint werd ik nog net geklopt, waardoor ik twaalfde werd in plaats van elfde.”
Ook de wedstrijd in Londerzeel leverde hem vertrouwen op. “Dat was een wedstrijd die eigenlijk afgestemd was op Matthew Van Schoor en Kenn Simons. Dat waren de beste renners van de wedstrijd. Ik heb een paar keer echt diep moeten gaan in hun wiel. Ik ben vooral blij dat ik de hele wedstrijd vooraan kon rijden. Dat was voor mij een heel goede training.”
In de finale probeerde Simons opnieuw zijn kans te gaan en kon Maerevoet de eerste keer mee en de tweede keer moest hij passen. “Ik heb op het einde nog geprobeerd om weg te rijden maar het lukte niet. Waardoor Matthew er in de sprint nog over kwam, maar het was een goede wedstrijd en vooral een goede training richting de Ronde van Oost-Vlaanderen.”

De derde plaats zorgt voor ontlading én vertrouwen
De derde plaats van de voorbije dagen kwam op het juiste moment. “Dat was vooral een ontlading. En ook een opluchting. Ik was vooral blij voor mezelf. Ik dacht: kijk, het zit erin, het lukt. Ik moet er gewoon voor blijven werken.”
Voor Maerevoet is het belangrijk om opnieuw te voelen dat zijn inspanningen iets opleveren. “Ik moet er alles voor blijven doen. Als het mee zit, kan ik een mooie uitslag rijden. Dat besef geeft ook zelfvertrouwen. Dat is belangrijk.”
Hij wil die lijn nu doortrekken. “We zijn al een paar keer dicht geweest met de ploeg. In Bambrugge hadden we bijvoorbeeld een vierde en een zesde plaats. Nu hebben we eindelijk een podium. Hopelijk kunnen we dit jaar nog een stap verder zetten.”
En ja, stilletjes droomt hij ook van meer. “Minstens een podium in de Ronde van Oost-Vlaanderen zou mooi zijn. Stilletjes droom je natuurlijk ook van de overwinning. Dat moet je altijd afwachten. Veel hangt af van hoe de wedstrijd verloopt.”
De Ronde van Oost-Vlaanderen als grote afspraak
De Ronde van Oost-Vlaanderen is voor Maerevoet niet zomaar een wedstrijd op de kalender. De ronde heeft voor hem een persoonlijke betekenis. “Door alle tegenslagen van de afgelopen jaren heb ik eigenlijk nog nooit een ronde kunnen rijden zoals ik ze als belofte had willen rijden. En ik weet dat je van zulke wedstrijden beter wordt.”
Hij wil zich meten met renners van zijn generatie. “Dit is vooral een wedstrijd waarin ik wil laten zien dat ik er ben. Dat ik het niveau aankan. Ik wil kunnen zeggen: kijk, ik ben er, ik kan dit.” Het is voor hem ook een soort persoonlijke bevestiging. “Ik wil altijd laten zien dat het in mij zit. Dat het er altijd al geweest is, maar dat het er door omstandigheden wat later uitkomt.”
Vorig jaar kreeg hij opnieuw een flinke klap te verwerken. “Vorig jaar heb ik die kans gemist omdat ik gevallen was en een hersenschudding had opgelopen. Dat was net voor die wedstrijd. Hopelijk lukt het nu wel.” Daarom wordt de voorbereiding nu zorgvuldig aangepakt. “Ik ga geen extra wedstrijd meer rijden om zomaar te rijden. Ik wil vooral rustig blijven en ervoor zorgen dat ik 100 procent aan de start sta.”

Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de ploeg
Maerevoet heeft in de Ronde van Oost-Vlaanderen niet alleen persoonlijke ambities. Hij wil ook bewijzen dat Debondt Veranda’s Cycling Team goed heeft gedaan door hem aan te trekken. “Ik wil ook een beetje bewijzen dat ik een meerwaarde kan zijn voor deze ploeg. Persoonlijk wil ik natuurlijk ook bevestigen dat ik het kan.”
Dat gevoel leeft des te sterker omdat de ploeg hem vertrouwen gaf op een moment waarop hij zelf nog niet over zijn beste vorm beschikte. “Ze hebben mij vertrouwen gegeven nadat ik eigenlijk een half jaar niet gekoerst had. Ook het laatste deel van het vorige seizoen had ik niet kunnen doen. Toch hebben ze gezegd: we pakken hem erbij.”
Dat wil hij beantwoorden met prestaties. “Dat vertrouwen wil ik zeker teruggeven. Voor een kleine ploeg zou het heel mooi zijn als we samen een grote prestatie kunnen neerzetten en iemand op het podium krijgen.”
Een renner die nog moeilijk in één hokje past
Wie Maerevoet vraagt welk type renner hij precies is, krijgt geen eenvoudig antwoord. “Dat is een moeilijke vraag. Ik weet het zelf eigenlijk nog niet helemaal.” Hij omschrijft zichzelf vooral als een krachtige renner. “Ik ben niet explosief en zeker geen echte sprinter. Maar op het einde van een wedstrijd heb ik meestal nog wel power over.”
Zijn favoriete manier van koersen is duidelijk. “Het liefst spring ik op het einde van een wedstrijd weg. Met een paar man, zodat ik snel kan herstellen en vervolgens nog een mooi eindschot heb. Dat is altijd een sterk punt van mij geweest.”
Maerevoet ziet zichzelf eerder als een punchertype. “Ik kan wel een klimmetje aan, maar het mag niet te steil zijn. Ik ben groot en stevig gebouwd. Ik ben 1,90 meter en weeg 82 kilogram. Vergeleken met veel andere renners ben ik toch gemiddeld een kilo of tien zwaarder.”
Op langere en zwaardere omlopen kan die bouw volgens hem echter ook een voordeel zijn. “In de lopende stukken valt dat allemaal goed mee. Als het parcours wat zwaarder wordt, kom ik meestal wel mooi tot mijn recht.”
Geen veldrijder meer, wel graag de winter op de fiets
Hoewel Maerevoet in de winter niet meer aan veldrijden doet, heeft hij in het verleden wel degelijk gecrost. “Ik heb wel aan veldrijden gedaan, maar dat ging uiteindelijk niet meer. In de winter heb ik enorm veel last van snotverkoudheden. Dat viel moeilijk te combineren met koersen.”
Een klassieke winter met crossen betekende voor hem te veel onderbrekingen. “Je koerst, wordt een week ziek, probeert opnieuw te trainen, rijdt weer een wedstrijd en wordt opnieuw ziek. Dat is geen oplossing.” Toch wil hij de fiets in de winter niet volledig laten staan. “Ik vind het wel leuk om een paar maanden in de winter toertochten te rijden. Je prikkelt je benen op een andere manier, je kunt je longen eens goed openzetten en uiteindelijk ben je gewoon plezier aan het maken. Dat is eigenlijk de beste formule.”
Lennert Van de Voorde: een trainer die hem al jaren begeleidt
Een belangrijke rol in de carrière van Maerevoet is weggelegd voor zijn trainer Lennert Van de Voorde. “Lennert is mijn trainer. Ik zit al bij hem sinds mijn eerste jaar als junior. Hij heeft mij altijd heel goed ondersteund.” Voor Maerevoet is vooral de flexibiliteit van zijn trainer een grote troef. “Ik kan altijd bij hem terecht. Hij is heel flexibel en dat vind ik aangenaam. Het is gemakkelijk samenwerken.”
Ook nu, met de voorbereiding op de Ronde van Oost-Vlaanderen, blijft die begeleiding belangrijk. “Ik twijfel soms nog of ik twee koersen moet rijden of één. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om vrijdag te rijden en daarna te bekijken wat ik doe. Het belangrijkste is dat ik 100 procent aan de start van de ronde kom.”
Van de Voorde volgt die aanpak mee. “Hij is daar zelf ook voor. Ik ben echt tevreden over hem. Hij volgt mij altijd goed op en ziet ook wanneer ik wat moet doen of juist rust moet nemen.”
Studeren stopgezet en op zoek naar werk
Naast zijn wielercarrière moest Maerevoet de voorbije periode ook keuzes maken op persoonlijk vlak. In september stopte hij met zijn studies. “Ik ben in september gestopt na mijn eerste jaar. Ik twijfelde al langer. Studeren ging mij niet gemakkelijk af. Als je vakken opnieuw moet doen, begint dat tegen te steken.”
Hij benadrukt dat hij de kans om te studeren wel waardeert. “Ik ben blij dat ik die kans van mijn ouders heb gekregen. Maar voor mij voelde studeren meer als een opoffering dan als iets waar ik mij volledig in kon vinden.” Nu richt hij zich op het zoeken naar werk. “Ik ben momenteel werk aan het zoeken. Liefst iets waarbij ik wat flexibiliteit heb.”
Dat laatste is belangrijk omdat wielrennen voorlopig nog een belangrijk onderdeel van zijn leven blijft. “Ik hoop dat ik in de herfst werk kan vinden waarmee ik wat kan verdienen. En hopelijk kan ik dat combineren met de ploegstage in Spanje om het seizoen goed voor te bereiden.”
De droom van het profbestaan is nog altijd aanwezig
Hoewel Maerevoet realistisch is, heeft hij zijn grote droom nog lang niet opgegeven. “Het doel is altijd geweest om prof te worden.” De opeenstapeling van blessures en tegenslagen had die droom wel even naar de achtergrond geduwd.
“Door alle tegenslagen was dat doel een beetje opgeborgen. Maar vorig jaar had ik een goede winter. Mijn basisniveau was met ongeveer veertig watt omhooggegaan. Ik had een winter zonder problemen, zonder ziekte en zonder tegenslag. Daardoor kwam die droom opnieuw terug.”
Hij weet dat de timing niet ideaal is. “Ik ben nu 22. Het wordt stilaan een moment waarop je moet weten hoe goed je nog kunt worden. Het is laat in het seizoen en om nog binnen te raken bij een continentale ploeg zal niet gemakkelijk zijn.”
Maar onmogelijk vindt hij het niet. “Ik ga het gewoon proberen. Ik moet realistisch blijven, maar de droom is er nog. Er is nog hoop.” Ook zijn trainer blijft geloven in zijn mogelijkheden. “Lennert gelooft er ook in. Hij zegt dat het erin zit. Je moet het er gewoon uit krijgen. Dat is het belangrijkste.”

Een zoektocht naar de juiste balans
De komende maanden worden voor Maerevoet dan ook bijzonder belangrijk. Eerst wacht de Ronde van Oost-Vlaanderen, daarna volgt de verdere planning van het seizoen. “Na de Ronde van Oost-Vlaanderen moeten we bekijken hoe ik uit die ronde kom. Misschien staat er vlak daarna nog een wedstrijd op het programma en vervolgens wordt het wat rustiger.”
Er wordt nog gekeken naar een mogelijk U23-programma en enkele wedstrijden later in het seizoen. “Ik vind de wedstrijden van de Beker van België en de koersen die daarna komen ook mooi. Er zijn nog een paar omlopen waarop ik graag iets wil laten zien.”
Toch maakt hij zijn programma liever niet maanden vooraf volledig vast. “Ik maak niet graag een programma te ver op voorhand. Ongelukjes zitten in een klein hoekje. Dat heb ik ondertussen wel meegemaakt. Daardoor ben ik wat voorzichtiger geworden.”
Maar de ambitie blijft. “Normaal gezien kan ik nog een paar mooie wedstrijden rijden. Hopelijk kan ik mij daar ook laten zien.”
Dankbaarheid voor de mensen achter de renner
Achter elke wielrenner staat een entourage. Bij Maerevoet zijn vooral zijn ouders belangrijk. “Mijn ouders wil ik zeker bedanken. Ze doen heel veel voor mij. Het is ook niet altijd gemakkelijk voor hen.” Hij beseft dat zijn sportieve carrière ook thuis zijn invloed heeft. “Ik ben niet altijd de gemakkelijkste geweest, zeker wanneer ik geblesseerd ben of lange tijd niet op de fiets kan zitten. Dan weet ik soms niet goed wat ik moet doen. Fietsen is voor mij ook een uitlaatklep.”
Zijn dank gaat daarnaast uit naar trainer Lennert Van de Voorde en de mensen binnen zijn nieuwe ploeg. “Zij blijven in mij geloven. Dat is voor mij heel belangrijk.”
“Ik wil gewoon laten zien dat ik het kan”
Het verhaal van Nils Maerevoet is er voorlopig één van geduld, tegenslag en doorzettingsvermogen. Blessures, een moeilijke voorbereiding, onzekerheid over zijn vorige ploeg en het ontbreken van een constante wedstrijdperiode maakten het hem niet gemakkelijk. Toch bleef hij geloven in zijn mogelijkheden.
Met de overstap naar Debondt Veranda’s Cycling Team vond hij niet alleen een nieuwe ploeg, maar vooral duidelijkheid en vertrouwen. De aanpak van Timmy Van Cleemputte sprak hem aan en ondertussen voelt hij dat hij steeds beter in zijn vel zit.
De derde plaats van twee weekends terug was daarbij meer dan zomaar een podiumplek. Het was voor Maerevoet een bevestiging dat hij opnieuw op het juiste spoor zit. “Ik zit erin. Het lukt. Ik moet er gewoon voor blijven werken.” En precies dat is wat hij de komende weken wil doen. Geen grote woorden, geen overdreven verwachtingen, maar vooral gezond blijven, rustig opbouwen en op het juiste moment toeslaan.
De Ronde van Oost-Vlaanderen is daarbij de wedstrijd waarop hij zijn zinnen heeft gezet. Niet alleen om een mooie uitslag te rijden, maar vooral om eindelijk te kunnen tonen wat volgens hem al jaren in zijn benen zit. “Ik wil laten zien dat ik er ben. Dat ik het kan.”
Misschien ligt daar wel de belangrijkste ambitie van de 22-jarige renner uit Sint-Amands. Niet noodzakelijk meteen winnen, maar eindelijk een wedstrijd kunnen rijden zonder de rem van een nieuwe blessure, een gemiste voorbereiding of een andere tegenslag. Als die obstakels wegblijven, gelooft Maerevoet dat hij tot veel in staat is.
Een podium in de Ronde van Oost-Vlaanderen? Dat durft hij hardop uitspreken. Een overwinning? Daarvan droomt hij voorlopig stilletjes. En daarna wil hij kijken of de deur naar een hoger niveau opnieuw kan opengaan. “Ik moet realistisch blijven, maar de droom is er nog. Er is nog hoop.”
Voor Nils Maerevoet begint de belangrijkste fase van zijn seizoen dan ook nu pas echt. De benen komen terug, het vertrouwen groeit en met Debondt Veranda’s Cycling Team heeft hij een ploeg gevonden die in hem gelooft. Nu is het aan de renner om dat vertrouwen op de fiets te beantwoorden.
