Voor de 17-jarige Nick Rysselaere uit Zottegem wordt 2027 een bijzonder jaar. De jonge wielrenner maakt dan immers de overstap naar de beloften, een nieuwe en ongetwijfeld uitdagende stap in zijn sportieve ontwikkeling. Na een parcours waarin hij de nodige tegenslagen moest overwinnen, kijkt hij met vertrouwen en gezonde ambitie naar de toekomst. Zijn verhaal is er niet alleen een van trainingsarbeid, koersinzicht en sportieve vooruitgang, maar vooral van doorzettingsvermogen. Sinds zijn achtste leeft Nick met diabetes type 1. Een diagnose die zijn sportieve weg aanvankelijk bemoeilijkte, maar hem nooit definitief van zijn droomfiets kon houden. Integendeel, dankzij de steun van zijn familie en vrienden, zijn groeiende ervaring en een flinke dosis wilskracht wil hij de komende jaren bewijzen dat ook met diabetes mooie wielerprestaties mogelijk zijn.
De liefde voor de koers zit in de familie
Dat Nick uiteindelijk voor het wielrennen zou kiezen, hoeft eigenlijk niet helemaal te verbazen. De liefde voor de fiets zit immers diep verankerd in de familie. Zijn vader stond vroeger zelf aan de start bij de nieuwelingen en junioren en kruiste in die periode onder meer de degens met Tom Steels. Ook zijn grootvader, ondertussen 81 jaar oud, is nog altijd bijzonder actief op de fiets en draait zijn hand niet om voor tochten van meer dan honderd kilometer. “De koers heeft mij eigenlijk altijd gefascineerd. Ik ging jarenlang met mijn familie mee naar wedstrijden bij de elite zonder contract. Daardoor groeide de interesse steeds verder en begon het vier jaar geleden ook bij mij te kriebelen om zelf te gaan koersen”, vertelt Nick.
Zijn eerste sportieve stappen zette hij nochtans niet op de fiets, maar op het voetbalveld. Als jonge speler was hij actief bij de jeugd, waar hij onder meer uitkwam bij de U6-U8 en later de U10-U11. Op achtjarige leeftijd kreeg hij echter een diagnose die zijn jonge leven behoorlijk overhoop haalde: diabetes type 1.
Die vaststelling betekende een moeilijke periode. Sporten kwam een tijdje op een lager pitje te staan, omdat hij eerst moest leren omgaan met zijn diabetes en de gevolgen daarvan. Er volgde ook een jaar vertraging om zijn aandoening beter onder controle te krijgen. Pas daarna kon hij opnieuw volop aan sport denken. “Na een paar jaar zonder sport heb ik uiteindelijk de keuze gemaakt om vol voor het wielrennen te gaan. Ik wilde er echt voor gaan en kijken hoever ik kon geraken.”

Een moeilijke start bij de LWU en Cycling Vlaanderen
Nick begon zijn wieleravontuur in de F-reeks van de LWU. Daarnaast maakte hij ook zijn eerste wedstrijdkilometers bij de nieuwelingen van Cycling Vlaanderen. Het enthousiasme was groot, maar de eerste seizoenen verliepen niet bepaald volgens het ideale scenario.
Vooral een moeilijke winter, waarin ziekte regelmatig roet in het eten gooide, zorgde ervoor dat hij niet met de gewenste conditie aan de wedstrijden kon beginnen. Bovendien bleef het zoeken naar een goede manier om zijn diabetes te combineren met de fysieke inspanningen die het wielrennen vraagt. “Mijn eerste twee seizoenen waren bijzonder lastig. Ik had een slechte winter met veel ziekte en vooral het onder controle krijgen van mijn diabetes was een grote uitdaging. Toch heb ik die periode ook als heel positief ervaren. De sfeer binnen de wielersport was warm en de mensen toonden veel interesse in mijn diabetes. Dat maakte het voor mij een mooie ervaring.”
De combinatie van intensieve trainingen, wedstrijden en schommelende glucosewaarden vroeg veel aanpassing. Waar andere jonge renners zich hoofdzakelijk konden concentreren op hun fysieke ontwikkeling, moest Nick voortdurend rekening houden met zijn gezondheid. Dat maakte zijn sportieve traject allesbehalve vanzelfsprekend. Toch bleef hij geloven in zijn mogelijkheden. De overstap naar de junioren betekende dan ook een belangrijk nieuw hoofdstuk.
Een sterke winter en een bijzonder koersmoment in Strijpen
De overgang naar de junioren voelde voor Nick als een kleine overwinning. Voor het eerst kon hij terugblikken op een echt goede wintervoorbereiding. In januari werkte hij ongeveer 1.400 tot 1.500 kilometer af, een stevige basis om met vertrouwen aan het nieuwe seizoen te beginnen.
Zijn eerste thuiskoers in Strijpen zou meteen een wedstrijd worden om niet snel te vergeten. Alleen verliep de start niet bepaald zoals gehoopt. “Na amper vijf seconden lag ik al op het asfalt”, vertelt hij met een glimlach. “Ik had wat schaafwonden, maar kon gelukkig snel mijn ketting opnieuw opleggen. Daarna ben ik beginnen achtervolgen en na een halve ronde kon ik opnieuw aansluiten bij het peloton.”
Het was meteen een eerste bewijs van zijn vechtlust. Waar sommigen na zo’n ongelukkige start misschien de moed zouden verliezen, beet Nick door en vocht hij zich terug in de wedstrijd. Toch bleef het bij Cycling Vlaanderen moeilijk om een koers volledig uit te rijden. Op papier heeft hij daar voorlopig nog geen wedstrijd achter zijn naam staan. Vooral de wedstrijd in Evergem bleef hem bij, omdat hij daar bijzonder dicht bij zijn eerste volledige wedstrijdafstand kwam.
“Ik was er heel dicht bij en zou sowieso de finish gehaald hebben. Maar twee ronden voor het einde moest ik noodgedwongen afstappen. Mijn glucosewaarde was gezakt tot 40 en verder rijden was niet meer verantwoord.” Het was opnieuw een teleurstelling, maar achteraf bekeken zou net die wedstrijd een bijzonder belangrijke rol spelen in zijn mentale ontwikkeling.
Evergem als keerpunt: opnieuw geloven in zichzelf
Wanneer Nick terugblikt op zijn seizoen 2026, overheerst vooral trots. Niet alleen omdat hij sportief vooruitgang heeft geboekt, maar ook omdat hij op persoonlijk vlak een belangrijke evolutie heeft doorgemaakt.
De resultaten mogen er eveneens zijn. In zijn laatste twee wedstrijden bij de LWU slaagde hij erin een plaats in de top tien te behalen en vervolgens nog een uitslag net buiten die top tien te rijden. “Daar ben ik zeker tevreden over. Ik heb dit seizoen grote stappen gezet en vooral op tactisch vlak veel bijgeleerd. Vroeger was ik vooral bezig met gewoon mee te rijden. Nu durf ik zelf meer initiatief te nemen, te demarreren, gaten dicht te rijden en mee in de aanval te gaan.”
Toch is er één wedstrijd die er voor hem met kop en schouders bovenuit steekt: Evergem. Hoewel hij daar door zijn te lage glucosewaarde opnieuw niet tot aan de finish geraakte, betekende die koers voor hem een mentale ommekeer. Voor het eerst in lange tijd kreeg hij opnieuw het gevoel dat hij daadwerkelijk iets kon betekenen in het peloton.
“Die wedstrijd heeft echt iets veranderd. Na twee jaar waarin ik geen enkele koers volledig kon uitrijden, begon ik soms te twijfelen of het allemaal nog wel de moeite was. Het wielrennen kost natuurlijk geld en tijd. Bovendien vertrok ik bijna elk weekend naar een wedstrijd zonder echt een goed gevoel. Ik heb meerdere keren gezegd dat ik wilde stoppen.”
Dat hij vandaag nog altijd met zoveel enthousiasme over zijn sport spreekt, heeft hij voor een groot deel te danken aan zijn omgeving. “Mijn familie en vrienden hebben mij enorm gesteund. Zij hebben mij telkens opnieuw aangemoedigd om door te zetten. Zonder hen had ik het misschien niet volgehouden. Daarom ben ik hen ook bijzonder dankbaar.”
Evergem werd zo veel meer dan zomaar een wedstrijd. Het was het moment waarop Nick opnieuw vertrouwen kreeg in zijn eigen mogelijkheden en besefte dat zijn inspanningen niet voor niets waren geweest.
Diabetes blijft een uitdaging, maar wordt steeds beter beheersbaar
Wie het verhaal van Nick hoort, merkt al snel dat zijn grootste tegenstander niet noodzakelijk in het peloton rijdt. De combinatie van wielrennen en diabetes type 1 vraagt immers een voortdurende opvolging en een bijzonder goede kennis van het eigen lichaam.
Vooral de wisselende glucosewaarden hebben zijn ontwikkeling in het verleden afgeremd. Tijdens wedstrijden kon hij niet altijd voorspellen hoe zijn lichaam zou reageren op de geleverde inspanningen. “Het moeilijkste blijft absoluut mijn diabetes. De schommelingen in mijn suikerspiegel hebben mijn progressie soms afgeremd en tijdens wedstrijden had ik daar niet altijd voldoende controle over.”
Intussen is er gelukkig een duidelijke verbetering merkbaar. Door ervaring op te doen, heeft Nick zijn lichaam steeds beter leren kennen. Hij kan bepaalde signalen beter inschatten en weet steeds beter waarop hij moet letten. “Het gaat ondertussen een stuk beter. Ik heb mijn lichaam veel beter leren kennen en kan ook beter inschatten hoe het reageert. Dat geeft mij meer vertrouwen, zowel tijdens de trainingen als in wedstrijden.”
De tegenslagen hebben hem bovendien mentaal sterker gemaakt. Hij wil zich niet laten beperken door zijn diagnose, maar juist tonen dat sportieve ambities en diabetes perfect kunnen samengaan. Een bijzonder mooi voorbeeld daarvan was zijn deelname aan Climbing for Life, een initiatief van de Diabetes Liga. Daar beklom hij samen met zijn papa en zijn ondertussen 80-jarige opa de legendarische Alpe d’Huez.
Een beklimming die voor Nick ongetwijfeld een bijzondere betekenis had. Drie generaties op dezelfde berg, verbonden door de liefde voor de fiets en de gezamenlijke uitdaging om de top te bereiken. “Dat was echt een prachtig moment. Samen met mijn papa en opa de Alpe d’Huez beklimmen, is iets wat ik niet snel zal vergeten. Het bewijst voor mij dat je ondanks diabetes heel mooie dingen kunt bereiken.”

Steeds beter leren koersen
Naast zijn fysieke vooruitgang heeft Nick dit seizoen vooral op tactisch vlak een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. Waar hij vroeger voornamelijk probeerde om zo lang mogelijk in het peloton te blijven, begint hij nu steeds beter te begrijpen hoe een wedstrijd in elkaar zit.
Hij leert de koers lezen, herkent sneller wanneer het moment gekomen is om aan te vallen en weet beter wanneer hij zijn krachten moet sparen. “Mijn grootste groei zit dit seizoen in mijn koersinzicht. Ik ben veel meer bezig met wat er rondom mij gebeurt. Ik herken sneller wanneer er een goede ontsnapping vertrekt, wanneer ik zelf moet reageren en welke gaten ik moet dichtrijden. Ook het inschatten van mijn krachten is veel beter geworden.”
Die evolutie is belangrijk met het oog op de komende jaren. Wielrennen draait immers niet uitsluitend om fysieke kracht. Ook positionering, timing, inzicht en het vermogen om op de juiste momenten beslissingen te nemen, spelen een grote rol. Daarnaast heeft Nick geleerd om mentaal sterker te blijven wanneer het moeilijk gaat. De vele tegenslagen hebben hem geleerd dat niet iedere wedstrijd volgens plan verloopt en dat vooruitgang soms met kleine stapjes komt.
Gerichte wintervoorbereiding met Zwift
Om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op de overstap naar de beloften, heeft Nick intussen ook zijn winterplanning uitgestippeld. Deze winter zal hij voornamelijk binnen trainen op de rollen, waarbij Zwift een belangrijke rol krijgt. Hij stelt daarvoor zelf een trainingsschema samen, afgestemd op zijn persoonlijke doelstellingen en de mogelijkheden van zijn lichaam.
In het verleden deed hij ook regelmatig pistetrainingen, maar na een valpartij heeft hij daar wat angst aan overgehouden. Vooral in de bochten voelde hij zich niet meer helemaal comfortabel en merkte hij dat hij te stijf op de fiets zat.
Daarom kiest hij ditmaal bewust voor een andere aanpak.
“Deze winter wil ik voluit inzetten op gerichte indoortrainingen. Met Zwift kan ik mijn trainingen goed plannen en mijn schema aanpassen aan mijn eigen doelen. Ik vind het belangrijk om op een manier te trainen die bij mij past.”
De eerste fase van zijn voorbereiding zal vooral in het teken staan van duurtraining. Hij wil voldoende kilometers verzamelen om een stevige basisconditie op te bouwen. Daarna volgen meer specifieke trainingen, waarbij de intensiteit geleidelijk wordt opgedreven. Om ook het wedstrijdgevoel te behouden, zal hij af en toe deelnemen aan een virtueel koersje op Zwift. “Ik wil eerst een goede basis leggen en daarna meer gericht trainen. Die virtuele wedstrijden zijn interessant om wat intensiteit op te doen en het koersgevoel te onderhouden.”
Een nieuwe uitdaging bij de beloften in 2027
Het seizoen 2027 wordt voor Nick zonder twijfel een belangrijk scharniermoment. Op 17-jarige leeftijd maakt hij de overstap naar de beloften, waar hij geconfronteerd zal worden met een hoger niveau, sterkere tegenstanders en een andere manier van koersen.
Hij beseft zelf maar al te goed dat die overgang niet vanzelfsprekend zal zijn. “Ik verwacht dat het bijzonder zwaar zal worden. Ik denk dat ik misschien één of twee jaar nodig zal hebben om echt op mijn plooi te komen en mij volledig aan het niveau aan te passen. Veel zal afhangen van hoe mijn wintervoorbereiding verloopt en of mijn diabetes alles toelaat.”
Nick wil zichzelf dan ook niet onnodig veel druk opleggen. Hij beseft dat de overstap naar een hogere categorie tijd vraagt en dat geduld een belangrijke factor zal zijn. Naast zijn wedstrijden bij de beloften blijft hij ook actief binnen de LWU. Daar zal hij uitkomen in de A-reeks, waardoor hij voldoende wedstrijdritme en competitieprikkels kan blijven opdoen.
Ook zijn ploegkeuze blijft ongewijzigd. Nick blijft trouw aan het Reynaerts-Van Durme Michiels Cycling Team, de ploeg waar hij sinds het begin van zijn wielercarrière deel van uitmaakt. Die continuïteit betekent dat hij in een vertrouwde omgeving aan een nieuw hoofdstuk kan beginnen. Een omgeving waar men zijn parcours kent en waar hij de voorbije jaren de kans heeft gekregen om zich stap voor stap te ontwikkelen.
Geen grote woorden, wel de ambitie om te blijven groeien
Voor 2027 spreekt Nick bewust geen uitgesproken uitslagenambities uit. Hij weet dat de overstap naar de beloften een bijzonder zware opdracht wordt en wil vooral realistisch blijven. “Ik begin eigenlijk niet met heel grote ambities. Ik weet dat het een moeilijke uitdaging wordt en wil vooral stap voor stap blijven groeien. Natuurlijk hoop ik stiekem op het beste, maar ik wil mezelf niet te veel druk opleggen.”
Zijn doelstellingen liggen dan ook vooral op het vlak van persoonlijke ontwikkeling. Hij wil sterker worden, meer ervaring opdoen en zijn plaats vinden binnen het grotere peloton van de beloften. Daarbij blijft de controle over zijn diabetes een belangrijke voorwaarde. Want hoe goed de trainingsvoorbereiding ook verloopt, zijn lichaam zal uiteindelijk mee bepalen hoe ver hij kan gaan.
Wanneer is zijn seizoen 2027 dan geslaagd? Nick heeft daar een bijzonder mooie en vooral realistische kijk op. “Voor mij hangt een geslaagd seizoen niet uitsluitend af van de uitslagen op papier. Het belangrijkste is dat ik persoonlijk het gevoel heb dat ik een goed seizoen achter de rug heb. Als ik merk dat ik opnieuw een stap vooruit heb gezet, mijn diabetes tijdens de wedstrijden onder controle heb kunnen houden en met voldoening en plezier kan terugkijken op wat ik heb laten zien, dan ben ik tevreden.”
Een verhaal van doorzetten en blijven geloven
Het verhaal van Nick Rysselaere is dat van een jonge sporter die al vroeg heeft geleerd dat niet alles vanzelfsprekend is. De diagnose diabetes type 1, moeilijke winters, wedstrijden die voortijdig eindigden en momenten waarop de twijfel toesloeg: het zijn ervaringen die zijn jonge wielercarrière mee hebben gevormd.
Toch staat hij vandaag, op zeventienjarige leeftijd, klaar voor een nieuwe uitdaging. Niet met grote woorden of onrealistische verwachtingen, maar met de overtuiging dat hij nog heel wat stappen kan zetten. De overstap naar de beloften wordt een stevige test, maar Nick heeft intussen geleerd dat vooruitgang niet altijd in uitslagen valt uit te drukken. Soms zit de grootste overwinning in het opnieuw durven geloven in jezelf, na een periode waarin opgeven een aantrekkelijke gedachte leek.
Met zijn familie als trouwe steunpilaar, zijn ploeg Reynaerts-Van Durme Michiels Cycling Team achter zich en een gerichte wintervoorbereiding in het vooruitzicht, wil hij in 2027 vooral verder bouwen aan zijn verhaal. En misschien is dat wel de mooiste ambitie van allemaal: blijven genieten van de koers, blijven groeien als renner en vooral blijven bewijzen dat een medische uitdaging geen reden hoeft te zijn om je dromen op te bergen.


