Het dossier rond het Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP) legt volgens oppositiestemmen pijnlijk bloot hoe het bestuur van Herzele structureel tekortschiet in zijn klimaat- en energieambities. Waar Vlaanderen de subsidies stelselmatig afbouwt en engagementen dreigen te verwateren, wordt lokaal vooral gewezen op een gebrek aan daadkracht en concrete uitvoering. Op cruciale beleidsdomeinen zoals energie, mobiliteit en waterbeheer blijven de realisaties ver onder de vooropgestelde doelstellingen.
Cijfers spreken boekdelen
Gemeenteraadslid Paul Haustrate (LEEF!) windt er geen doekjes om en laat de cijfers voor zich spreken. Op het vlak van vergroening — een belangrijk speerpunt binnen het LEKP — werd amper 8,4% van het streefdoel voor extra bomen gerealiseerd. Opvallend daarbij is de sterke terugval in burgerparticipatie, nochtans een cruciale pijler binnen het pact.
Ook op het vlak van energie is de balans volgens Haustrate bijzonder mager. Collectieve energierenovaties blijven quasi onbestaande met slechts 0,23% realisatie. Fossielvrije renovaties? Die blijven steken op nul procent. Hernieuwbare energieprojecten en de oprichting van energiecoöperaties, nochtans essentieel voor een duurzame energietransitie, scoren eveneens 0%.
Mobiliteit: opgeblazen cijfers, weinig vooruitgang
Binnen het mobiliteitsluik klinkt gelijkaardige kritiek. Cijfers rond deelmobiliteit, laadpalen en fietsinfrastructuur zouden volgens de oppositie een vertekend beeld geven. Herstellingen en kleinere randmaatregelen worden meegeteld als vooruitgang, waardoor de indruk ontstaat dat er beweging is, terwijl structurele verbeteringen uitblijven.
Volgens Haustrate wijst dit op een fundamenteel probleem: het ontbreken van een duidelijke visie en de wil om echt te investeren in duurzame mobiliteit. “Men rekent zich rijk met cijfers die weinig zeggen over echte vooruitgang,” klinkt het scherp.
Water en ontharding: achterstand blijft groot
Ook op het vlak van klimaatadaptatie blijven de resultaten ondermaats. Slechts 38% van de doelstelling rond ontharding werd gerealiseerd, terwijl hemelwateropvang blijft steken op 26%. In tijden van toenemende droogte en wateroverlast zijn dit nochtans cruciale parameters voor een toekomstgericht beleid.
Een kleine positieve noot is er wel: bij de aanleg van hagen en natuurgroenperken is er enige vooruitgang merkbaar. Toch volstaat dit volgens de kritiek niet om het globale tekort aan resultaten te compenseren.
“Een bestuur dat engageert, maar niet levert”
De conclusie van Paul Haustrate is bijzonder scherp: het huidige bestuur van Herzele engageert zich graag op papier, maar slaagt er niet in om die engagementen om te zetten in concrete resultaten op het terrein. Het LEKP dreigt zo te verworden tot een hol instrument, zonder echte ambitie, visie of uitvoering.
Haustrate vat het samen met een krachtige metafoor: “Bij alle thema’s die hier werden besproken geldt één regel: mik hoger dan het doel, want de pijl zakt bij het vliegen — en blijkbaar hebben jullie zelfs niet opgemerkt dat de pijl reeds neergekomen is…”
Structurele uitdaging voor de toekomst
Het debat rond het LEKP in Herzele legt een bredere uitdaging bloot waar veel lokale besturen mee worstelen: hoe vertaal je ambitieuze klimaatdoelstellingen naar tastbare en meetbare resultaten? Zonder duidelijke strategie, voldoende middelen en vooral politieke wil dreigt het verschil tussen ambitie en realiteit alleen maar groter te worden.
Voor Herzele lijkt de boodschap van de oppositie alvast duidelijk: zonder een grondige koerswijziging dreigt het klimaatbeleid te blijven steken in goede intenties — met weinig effect op het terrein.