Het aangepaste circulatieplan in Aalst roept opnieuw vragen op bij inwoners en gemeenteraadsleden. Vooral de manier waarop parkeerplaatsen, busroutes en snelheidsregimes op elkaar worden afgestemd, zorgt voor discussie. Anja Eylenbosch (Vooruit Aalst) plaatst vraagtekens bij een aantal recente verkeersingrepen en vraagt zich af of de aangekondigde bijsturingen voldoende rekening houden met de leefbaarheid van de straten én met een duidelijke en uniforme aanpak van het verkeersbeleid.
Volgens Eylenbosch is het belangrijk dat verkeersmaatregelen niet alleen technisch worden bekeken, maar ook vanuit het standpunt van de bewoners en weggebruikers. Zij stelt daarbij verschillende concrete vragen over de gevolgen van het aangepaste circulatieplan.
Komen parkeerplaatsen in de Dompelstraat terug?
Een van de belangrijkste punten van kritiek heeft betrekking op de Dompelstraat. In het verleden verdwenen daar parkeerplaatsen om voldoende ruimte te creëren voor bussen. De straat moest op die manier geschikt blijven voor het openbaar vervoer en een vlotte en veilige doorgang van de bussen garanderen.
Nu de verkeerssituatie opnieuw wordt aangepast en de Dompelstraat opnieuw eenrichtingsverkeer wordt, stelt Eylenbosch zich de vraag of de eerder verdwenen parkeerplaatsen opnieuw kunnen worden ingericht.
Volgens haar is het logisch dat opnieuw wordt bekeken of de beschikbare ruimte anders kan worden benut wanneer de verkeerssituatie verandert. Zeker in een stedelijke omgeving, waar parkeerplaatsen schaars zijn en bewoners vaak op zoek zijn naar een plaats in de buurt van hun woning, kan het verdwijnen of terugkeren van parkeerplaatsen een grote impact hebben.
De vraag is volgens Eylenbosch dan ook waarom de ruimte die ontstaat door de gewijzigde verkeerssituatie niet opnieuw wordt geëvalueerd.
Vraagtekens bij aanwezigheid van schepen in Dompelstraat
In haar kritiek verwijst Eylenbosch ook naar de woonplaats van schepen Bart Van den Neste (Voor Aalst), die in de Dompelstraat woont. Volgens haar wordt daar door het stadsbestuur onvoldoende duidelijk over gecommuniceerd.
Voor Eylenbosch gaat het daarbij niet noodzakelijk alleen over de vraag of een schepen al dan niet in een straat woont, maar vooral over het belang van transparantie wanneer verkeersbeslissingen gevolgen hebben voor een straat waarin ook een lid van het stadsbestuur woont.
Het stadsbestuur moet volgens haar duidelijk kunnen uitleggen welke argumenten aan de basis liggen van de gemaakte keuzes en ervoor zorgen dat bewoners erop kunnen vertrouwen dat dezelfde criteria overal worden toegepast.
Ook Oude Dendermondse Steenweg zorgt voor discussie
Ook de Oude Dendermondse Steenweg komt in de kritiek aan bod. Volgens Eylenbosch woont schepen Matthias De Ridder (N-VA) in deze straat. Ze stelt zich vragen bij het feit dat op het betrokken gedeelte volgens haar weinig werd aangepast, terwijl de weg op bepaalde plaatsen smaller is.
Daarmee raakt ze opnieuw aan de discussie over uniformiteit. Wanneer in de ene straat ingrepen worden gedaan om het verkeer veiliger of vlotter te laten verlopen, vraagt Eylenbosch zich af waarom op andere plaatsen met gelijkaardige kenmerken niet dezelfde aanpak wordt gevolgd.
Volgens haar verdient het volledige traject een duidelijke en samenhangende beoordeling, waarbij niet alleen wordt gekeken naar afzonderlijke straten, maar ook naar de verkeersstromen tussen de verschillende straten en wijken.
Bushokjes in Botermelkstraat blijven staan
Ook de gewijzigde verkeerssituatie in de Botermelkstraat roept vragen op. De straat werd ingericht als eenrichtingsstraat, maar volgens Eylenbosch staan er nog steeds twee bushokjes op een plaats waar geen bussen meer passeren.
Dat leidt volgens haar tot de vraag waarom de infrastructuur nog niet werd aangepast aan de nieuwe verkeerssituatie.
Wanneer een busroute wordt gewijzigd, lijkt het volgens Eylenbosch logisch dat ook de bijhorende infrastructuur wordt geëvalueerd. Bushokjes die niet langer worden gebruikt, nemen immers openbare ruimte in die mogelijk voor andere doeleinden kan worden ingezet.
De vraag is dan ook of deze bushokjes nog een functie hebben, of dat ze op termijn zullen worden verwijderd of verplaatst.
Verwarring over verschillende snelheidsregimes
Naast de verkeerscirculatie en de parkeerproblematiek heeft Eylenbosch ook vragen bij de verschillende snelheidsbeperkingen in het gebied.
Volgens haar heeft ze tijdens de jongste gemeenteraad al gewezen op de mogelijke verwarring die ontstaat door de opeenvolging van verschillende snelheidsregimes. In de huidige situatie zou de Oude Dendermondse Steenweg, samen met Bosveld, 50 kilometer per uur blijven. In de Botermelkstraat geldt dan weer een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. Vanaf de Oude Abdijstraat zou opnieuw een snelheidsregime van 50 kilometer per uur gelden richting Rozendreef.
Voor weggebruikers kan zo’n opeenvolging volgens Eylenbosch niet altijd even duidelijk zijn. Zeker wanneer verschillende snelheidszones elkaar over een relatief korte afstand opvolgen, is een heldere signalisatie volgens haar noodzakelijk.
De discussie gaat daarbij niet alleen over de exacte snelheidslimieten, maar ook over de logica achter de gekozen zones. Waarom is een bepaalde straat 30 kilometer per uur en een aansluitende straat 50 kilometer per uur? En zijn die verschillen voor automobilisten, fietsers en voetgangers voldoende duidelijk?
Pleidooi voor meer uniformiteit
Eylenbosch pleit daarom voor meer uniformiteit binnen het circulatieplan. Volgens haar moet het verkeersbeleid voor de weggebruiker zo eenvoudig en voorspelbaar mogelijk zijn.
Dat betekent volgens haar niet dat overal dezelfde snelheidslimiet of dezelfde verkeersinrichting moet gelden. Elke straat heeft immers haar eigen kenmerken. Wel vindt ze dat vergelijkbare situaties op een vergelijkbare manier moeten worden aangepakt en dat afwijkingen duidelijk moeten kunnen worden gemotiveerd.
Een coherent verkeersbeleid moet volgens haar niet alleen zorgen voor een betere verkeersveiligheid, maar ook voor meer duidelijkheid bij bewoners en bezoekers van de stad.
Meer dan een discussie over verkeer
De kritiek van Eylenbosch gaat uiteindelijk verder dan de vraag waar een parkeerplaats, bushokje of verkeersbord moet staan. Volgens haar raakt het debat ook aan het vertrouwen van inwoners in het stadsbestuur.
Wanneer verkeersmaatregelen worden aangepast, verwachten bewoners volgens haar dat hun opmerkingen worden gehoord en dat beslissingen transparant worden gemotiveerd. Zeker wanneer er verschillende situaties ontstaan in straten die op het eerste gezicht gelijkaardige kenmerken hebben, kan volgens haar de indruk ontstaan dat niet overal dezelfde regels worden toegepast.
Daarom vraagt Eylenbosch zich af of het stadsbestuur voldoende rekening houdt met de opmerkingen en bezorgdheden van inwoners en of alle betrokkenen op een transparante manier worden geïnformeerd over de keuzes binnen het circulatieplan.
De discussie over Aalst toont daarmee aan hoe ingrijpend verkeersbeleid kan zijn voor het dagelijkse leven van bewoners. Een parkeerplaats die verdwijnt, een bushalte die niet langer wordt gebruikt of een snelheidszone die plots verandert, lijkt op zichzelf misschien een kleine ingreep. Voor wie dagelijks door de straat rijdt, woont of werkt, kunnen dergelijke beslissingen echter een grote impact hebben.
De komende periode zal dan ook moeten blijken of het stadsbestuur bijkomende aanpassingen overweegt en of de vragen vanuit de gemeenteraad en de bevolking leiden tot verdere bijsturingen.
Eylenbosch vat haar bezorgdheid uiteindelijk samen in één fundamentele vraag: “Waar raakt het vertrouwen zoek met het stadsbestuur?”
Bron: Facebook Gazet Ajoin – Foto: Swirko.

