Op zaterdag 21 februari om 19 uur luiden de jubelklokken en scandeert de belleman de walm-leuze in Steenhuize. Daarna steken fakkeldragers de houtstapel in brand en begint het feest echt. Levendige muziek, warme beenham en heerlijk gerstenat ontbreken niet in de tent op het dorpsplein.
Met dat vertrouwde ritueel wordt opnieuw een eeuwenoude traditie in ere gehouden. Vuurfeesten zijn vandaag een zeldzame traditie geworden in Vlaanderen, maar hun oorsprong gaat terug tot de Keltische tijd. Het vuur symboliseert het verdrijven van de winter en het verwelkomen van het licht en de nieuwe lente. In Steenhuize leeft die symboliek nog springlevend voort tijdens de jaarlijkse Walm.
Een halve eeuw dorpswarmte
Al 50 jaar verzorgt het Davidsfonds de Walm op het dorpsplein in Steenhuize. Wat ooit begon als een culturele activiteit groeide uit tot een vaste waarde in het dorpsleven. Intussen kan de cultuurvereniging rekenen op de sterke steun van Feesthuize, het bijzonder actieve kermiscomité in het dorp.
Die samenwerking zorgt ervoor dat de Walm niet alleen een symbolisch moment is, maar ook een warm en gezellig volksfeest waar jong en oud samenkomen. Het brandende vuur vormt het middelpunt, maar de echte warmte komt van de mensen die elkaar ontmoeten.
Iedereen weer even Steenhuizenaar
“Iedereen is welkom om een nieuwe lente te verwelkomen, wat bij te praten met vrienden en dorpsgenoten, ook al zijn ze al jaren uitgezwermd naar andere oorden. Met de walm is iedereen weer een beetje Steenhuizenaar,” zegt voorzitter Filip Schotte.
Die woorden vatten perfect samen waar het om draait: verbondenheid. De Walm is meer dan een traditie; het is een jaarlijkse thuiskomst. Oud-inwoners keren speciaal terug naar het dorp, buren slaan een praatje, kinderen kijken gefascineerd naar het oplaaiende vuur en in de feesttent wordt gelachen, gezongen en getoost.
Wanneer de houtstapel langzaam opgaat in vlammen en vonken dansen tegen de winterlucht, wordt duidelijk waarom deze traditie al vijftig jaar standhoudt. Steenhuize bewijst dat oude gebruiken niet hoeven te verdwijnen, zolang er mensen zijn die ze met overtuiging en samenhorigheid blijven koesteren.