Na ruim vijf jaar aan het hoofd te hebben gestaan van het bisdom Gent, neemt ex-bisschop Lode Van Hecke dinsdag officieel afscheid van de Arteveldestad. De voormalige trappistenmonnik keert terug naar de abdij van Orval, waar zijn religieuze leven ooit begon. Van Hecke, die in 2019 werd aangesteld als de allereerste Belgische monnik-bisschop, legde eind juni zijn taken neer omwille van gezondheidsproblemen.
“Ik ben heel graag in Gent geweest, iedereen mag dat weten”, vertelt Van Hecke in een afscheidsinterview bij Radio 2 Oost-Vlaanderen. Zijn vertrek komt vroeger dan voorzien, maar gebeurt zonder bitterheid. “Het was een heel fijne ervaring, om tussen de mensen te leven en zoveel ontmoetingen te hebben. Ik blik met dankbaarheid terug.”
Vervroegd afscheid om gezondheidsredenen.
Normaal gezien dienen bisschoppen hun ontslag in rond hun 75ste verjaardag en blijven ze aan tot er een opvolger is benoemd. Voor Van Hecke liep het anders. Twee jaar geleden werd hij getroffen door een zware pancreatitis, waarvan hij nooit volledig herstelde. “Ik ben nooit meer de oude geworden. In overleg met mijn dokter en mijn medewerkers heb ik paus Leo XIV gevraagd of ik meteen mocht stoppen. De paus heeft dat gelukkig goedgekeurd”, aldus Van Hecke.
Op 30 juni legde hij officieel zijn ambt neer. De dagelijkse leiding van het bisdom Gent wordt sindsdien waargenomen door de vicaris-generaal, jarenlang zijn rechterhand. Intussen is de pauselijke nuntius, de ambassadeur van de paus, gestart met de zoektocht naar een nieuwe bisschop. “Ik hoor dat het mogelijk al rond Pasen, of uiterlijk tegen de zomer, tot een benoeming kan komen.”
Een verrassende benoeming in moeilijke tijden.
De aanstelling van Van Hecke in 2019 was op zijn zachtst gezegd verrassend. Hij kwam rechtstreeks uit het trappistenklooster van Orval en had geen klassieke kerkelijke carrière achter de rug. “Ik kwam uit een totaal ander milieu. Ik denk dat ik de slechtst voorbereide bisschop ter wereld was”, zegt hij met een glimlach. Op het moment van zijn benoeming was hij 70 jaar.
De start was bovendien allesbehalve eenvoudig. “Ik heb meteen geprobeerd om het bisdom goed te leren kennen, maar dat was niet evident. En toen brak ook nog eens corona uit.” Ondanks die moeilijke omstandigheden kijkt Van Hecke toch tevreden terug op zijn ambtsperiode. “Het was intens, maar verrijkend.”
Thuis in Gent.
Van Hecke voelde zich snel thuis in Gent, een stad met een uitgesproken identiteit en een kritische geest. “Ik kan hier geen vijanden maken”, lacht hij. “Katholieken zijn blij dat ik een pater ben, ongelovigen dat ik uit een brouwerij kom, en ook vrijdenkers kunnen het goed met me vinden. Gentenaars discussiëren graag, maar met een pintje leggen ze altijd bij.”
Die openheid en relativering typeerden zijn stijl als bisschop en maakten hem populair, ook buiten de kerkmuren.
Terug naar Orval, zonder leegte.
Binnen enkele dagen keert Van Hecke terug naar de abdij van Orval. Tijdens de komende kerstperiode zal hij ongetwijfeld nog even terugdenken aan Gent. “Tijdens de nachtmis zal ik wel denken aan de voorbije jaren, toen ik de mis opdroeg in de Sint-Baafskathedraal”, zegt hij. “Maar ik val niet in een zwart gat. Het is geen typisch pensioen. Het is een ander leven, maar geen gevangenis.”
Een laatste boodschap: kies voor openheid en vrede.
Bij zijn afscheid wil Van Hecke vooral een duidelijke vredesboodschap meegeven. “Ik geloof niet in de clash tussen culturen en godsdiensten. De echte breuklijn loopt tussen open en gesloten mensen. Wie open van hart is, kan samenleven met anderen.”
Hij waarschuwt voor de huidige tendens van terugplooien op zichzelf. “Anderen sluiten zich op en bereiden de oorlog voor. Dat is gevaarlijk. Ik nodig mensen uit om open te zijn, om andersdenkenden te leren kennen. Vriendschap is altijd de brug over de verschilpunten heen.”
Met die woorden sluit Lode Van Hecke een bewogen hoofdstuk af, en keert hij terug naar de stilte van Orval — gedragen door de herinnering aan Gent, en met een blijvende oproep tot dialoog en menselijkheid.