In het GO! CVO-PRO vond donderdagavond een bijzonder moment plaats voor liefhebbers van het Aalsterse dialect. Daar werd namelijk de allereerste examensessie georganiseerd van de cursus Oilsjterse Les, een initiatief dat cursisten onderdompelt in de rijke taal- en cultuurgeschiedenis van de Aalstse volksziel. Onder de deskundige begeleiding van de bekende Jannen, Louies en Moens kregen deelnemers het voorbije jaar een intensieve opleiding in spelling, woordenschat, uitspraak, typische uitdrukkingen, cultuur en geschiedenis van het Aalsters.
De cursus richt zich in de eerste plaats op het traditionele en historische Aalsters, een dialect dat al generaties lang verweven is met het dagelijkse leven in de Ajuinenstad. Toch bleek tijdens deze eerste examensessie dat taal voortdurend in beweging is. Naast de klassieke examenvragen kregen de aanwezigen immers ook een bijzonder eindwerk voorgeschoteld dat een originele blik wierp op de hedendaagse evolutie van het dialect.
Dat eindwerk werd voorgesteld door MaximOilsjt, die zich boog over een intrigerende vraag: hoe klinkt het moderne of zogenaamde ‘nief’ Aalsters vandaag in de straten van Aalst en haar deelgemeenten? Zijn onderzoek bracht niet alleen taalveranderingen aan het licht, maar toonde ook hoe humor, actualiteit en lokale identiteit een belangrijke rol spelen in de manier waarop Aalstenaars met taal omgaan.
Het resultaat was een humoristische top tien van vertalingen uit het Algemeen Nederlands naar het moderne Aalsters. Die lijst zat vol spitsvondige observaties en scherpe knipogen naar het dagelijkse leven in de stad. De vertalingen leverden heel wat gelach én herkenning op bij de aanwezigen.
Enkele voorbeelden sprongen er meteen uit. De zin “Wij investeren volop in de toekomst” kreeg in het ‘nief’ Aalsters de vertaling: “Aal ’t geldj es op.” Een vertaling die niet alleen taalkundig opvalt, maar ook doorspekt is met typisch Aalsterse ironie.
Ook de klassieke uitspraak “Vrijdag frietdag” kreeg een eigentijdse invulling: “Go je goi mé moi nen Dürüm gon eiten?” Daarmee wordt meteen duidelijk hoe invloeden van hedendaagse eetgewoonten hun weg vinden in het dialect.
Daarnaast werd ook de commerciële identiteit van de stad niet gespaard. De slogan “Aalst dé winkelstad” werd vertaald als: “D’n helft van de Meilestroot en de Zaatstroot stoo leig begot.” Een ludieke maar tegelijk kritische verwijzing naar de leegstand in delen van het stadscentrum.
Ook de lokale politiek ontsnapte niet aan de satirische blik. De uitspraak “Het stadsbestuur levert goed werk af” werd omgezet naar: “De scheipenen, die hemmen hier na ne kir niet te zeggen.” Een vertaling die meteen voor een golf van hilariteit zorgde in de examenzaal.
De presentatie van het eindwerk groeide uit tot een van de absolute hoogtepunten van de avond. Wat begon als een academische oefening in dialectstudie, mondde uit in een warme en humoristische ode aan de taal van Aalst. Het bewees nogmaals dat dialect veel meer is dan een verzameling woorden: het is identiteit, erfgoed en een spiegel van de samenleving.
Voor de cursisten blijft het voorlopig nog spannend. Of iedereen uiteindelijk het felbegeerde Attest Aalsters in ontvangst mag nemen, wordt pas eind deze maand duidelijk tijdens de proclamatie. Tot dan blijft het afwachten wie zich officieel meester van het Oilsjters mag noemen.
Eén zaak staat alvast vast: de eerste examensessie van de Oilsjterse Les was een schot in de roos. Met een geslaagde mix van traditie, humor en actuele taalontwikkeling bewees de cursus dat het Aalsters springlevend is — zowel in zijn historische vorm als in zijn moderne, soms heerlijk eigenzinnige gedaante.
Bron: Facebook Gazet Ajoin.

