Er zijn dromen die je als kind al koestert en die je, soms jarenlang, ergens diep in je hart blijft meedragen. Voor de nieuwe uitbater Yoni Brantegem (24) van café ’t Kaatsplein is het openen van zijn eigen café dan ook veel meer dan een nieuwe professionele uitdaging. Het is de vervulling van een jongensdroom, een stukje familiegeschiedenis en bovenal een verhaal vol herinneringen, passie en emoties. Als voormalige stamgast kent hij het café door en door. Nu neemt hij zelf plaats achter de toog, met één duidelijke ambitie: de authentieke sfeer van vroeger behouden en ervoor zorgen dat ’t Kaatsplein opnieuw een warme ontmoetingsplek wordt waar iedereen zich thuis voelt.
De fascinatie voor het caféleven zit er al bijzonder lang in. Als kind droomde hij er immers al van om ooit zelf een café uit te baten. Verschillende plekken passeerden daarbij de revue, maar vooral ’t Kaatsplein en eventueel De Oude Mol spraken tot zijn verbeelding. Niet toevallig, want hij groeide op in Impe en kende de omgeving als zijn broekzak.
Ook met zijn mama, die ondertussen tweeënhalf jaar geleden overleed, had hij het vroeger al over die droom. Hij vertelde haar meermaals dat ’t Kaatsplein eigenlijk een plek was die perfect bij hem zou passen. Zijn mama zag het aanvankelijk iets anders. Zij droomde eerder van een bistro waar ze zelf achter het fornuis kon staan en mensen kon laten genieten van haar kookkunsten. Het leven heeft daar helaas anders over beslist.
Toch is de liefde voor de horeca ook op een andere manier in de familie aanwezig. Zijn grootouders langs vaderskant hadden vroeger eveneens een café in Impe. Hoewel hij hen zelf jammer genoeg nooit heeft gekend, heeft die familiale geschiedenis ongetwijfeld ergens een invloed gehad op zijn eigen passie.
“Het zit misschien toch een beetje in het bloed”, vertelt hij. “Ik heb als student ook altijd in de horeca gewerkt en heb daar eigenlijk altijd mijn weg in gevonden. Toen ik hoorde dat Lieve, de vorige uitbaatster, ermee wilde stoppen, heb ik dan ook vrij snel gehandeld. Ik dacht meteen: dit is mijn moment. Het is eindelijk zover. Ik was er klaar voor en had er ontzettend veel zin in.”
Een stamgast die nu zelf achter de toog staat
Dat de keuze uiteindelijk op ’t Kaatsplein viel, hoeft eigenlijk niemand te verbazen. Hij was jarenlang zelf een vaste bezoeker en kent het café dan ook bijzonder goed. Hij weet wie er over de vloer komt, kent de vaste stamgasten en is vertrouwd met de eigenheid en de tradities van de zaak.
Maar er speelde nog iets anders mee. ’t Kaatsplein heeft immers een bijzondere plaats binnen het carnavalsleven. Het café is uitgegroeid tot een echte ontmoetingsplek voor carnavalisten en die geschiedenis wilde hij absoluut niet verloren laten gaan. “Ik had er echt schrik voor dat het café misschien zou verdwijnen of overgenomen zou worden door iemand die niet meer achter het carnaval zou staan. Dat wilde ik absoluut vermijden. ’t Kaatsplein moest ’t Kaatsplein blijven. De sfeer, de geschiedenis en de glorie van vroeger moesten behouden blijven. Ik wil ervoor zorgen dat mensen hier nog altijd dat vertrouwde gevoel terugvinden.”
Het is dan ook duidelijk dat hij niet zomaar een café overneemt. Hij neemt een plek over waaraan voor heel wat mensen herinneringen verbonden zijn. Een café waar vriendschappen zijn ontstaan, waar verhalen werden verteld, waar gelachen werd en waar carnavalisten elkaar vonden. Die identiteit wil hij met veel respect verderzetten.
Carnaval blijft door zijn aderen stromen
Als overtuigd carnavalist wordt het natuurlijk een bijzondere uitdaging om voortaan zelf achter de toog te staan tijdens de carnavalsperiode. Waar hij vroeger als bezoeker volop kon genieten van de festiviteiten, zal hij nu ook de verantwoordelijkheid dragen voor zijn eigen zaak.
Dat vraagt ongetwijfeld wat aanpassing. Toch kijkt hij met enthousiasme naar die nieuwe rol. “Het carnaval is momenteel nog een beetje een ver-van-mijn-bedshow, want er zijn nog enkele maanden te gaan. Maar ik kijk er zeker naar uit. Het zal misschien wat zoeken worden om mijn draai te vinden en te ontdekken hoe ik zelf nog voldoende kan deelnemen aan het carnavalsleven. Ik wil er absoluut nog iets van kunnen meemaken.”
Bovendien heeft hij één belangrijk voordeel: voor zijn eigen café worden het sowieso drie dagen feest. En dat vooruitzicht doet hem zichtbaar plezier. “Ik denk dat ik daar sowieso van zal kunnen genieten. Vroeger stond ik aan de andere kant van de toog. Nu zal ik bezig zijn, drankjes serveren en de mensen zien genieten in mijn café. Als ik eraan denk dat mensen zich hier zullen amuseren, krijg ik gewoon kippenvel.”
Het is misschien wel de mooiste illustratie van zijn enthousiasme. Hij kijkt niet alleen uit naar het uitbaten van een zaak, maar vooral naar de momenten waarop zijn café opnieuw een plaats wordt waar mensen samenkomen en mooie herinneringen maken.
Terug naar het bruine café van vroeger
Wat mogen bezoekers verwachten van de nieuwe uitbater? Daarover heeft hij een bijzonder duidelijke visie. Geen ingewikkelde concepten, geen overdaad aan franjes en geen grote veranderingen die de eigenheid van de zaak aantasten. Hij wil vooral terug naar de essentie van wat een café moet zijn. “Als je het woord café opzoekt, kom je uit bij een plek waar mensen samenkomen om iets te drinken, een praatje te slaan en even hun zorgen te vergeten. Wel, dat is exact wat ik wil. Terug naar de oude sfeer van een café van vroeger. Je komt binnen, bestelt iets, alles staat koud en je kunt op je gemak zitten en je amuseren.”
Hij droomt van een authentiek bruin café waar iedereen welkom is. Een plek waar je niet moet nadenken over ingewikkelde formules, maar gewoon kunt binnenstappen voor een drankje en een gezellige babbel. Die gedachte verklaart ook waarom hij bewust niet kiest voor een grootse feestelijke opening. “Vroeger ging dat eigenlijk heel eenvoudig. Je deed de deur open, zorgde dat er drank in huis was en de mensen kwamen vanzelf binnen. Zo ging dat ook bij mijn grootouders. Die eenvoud wil ik een beetje terugbrengen. De deuren zwaaien open en iedereen is welkom. Ik heb daar keiveel zin in.”
Hij beseft dat bezoekers misschien een uitgebreide openingsreceptie of een groot feest hadden verwacht, maar voor hem ligt de prioriteit voorlopig ergens anders. Hij wil vooral beginnen, mensen ontvangen en het café opnieuw laten leven. Een officiële feestelijke opening sluit hij voor de toekomst overigens niet uit. Misschien komt die er over enkele maanden of naar aanleiding van een eerste verjaardag. Maar voorlopig wil hij vooral genieten van het moment waarop zijn droom werkelijkheid wordt.

Een vernieuwde drankkaart met persoonlijke keuzes
Hoewel de authentieke cafésfeer centraal staat, betekent dat niet dat er niets vernieuwd wordt. Zo stelde de nieuwe uitbater zelf een mooie en vernieuwde drankkaart samen, met verschillende keuzes waarvan hij overtuigd is. Hij wil zijn bezoekers graag verrassen met een aanbod waarin zowel vertrouwde klassiekers als enkele minder voor de hand liggende mogelijkheden een plaats krijgen. “Alles wat op mijn kaart staat, daar sta ik voor honderd procent achter. Ik heb alles zelf geproefd. Ik ben dus al een paar keer zat geweest”, vertelt hij met een brede glimlach.
Hij kijkt vooral uit naar de reacties van de klanten. Misschien ontdekken bezoekers een drankje dat ze nog niet kennen, of zijn ze aangenaam verrast wanneer ze iets terugvinden dat ze al lang niet meer op een cafékaart hadden gezien. Het zijn precies die kleine momenten die voor hem belangrijk zijn. Een tevreden klant, een onverwachte ontdekking of iemand die spontaan zegt dat het fijn is om opnieuw in een echt café binnen te stappen. Een keuken of uitgebreide hapjesformule komt er voorlopig niet. ’t Kaatsplein blijft in de eerste plaats een café, waar het samenzijn, de gezelligheid en het drankje centraal staan.
Ruime openingsuren en vooral veel gezelligheid
Ook wat de openingsuren betreft, blijft de nieuwe uitbater dicht bij het vertrouwde ritme van zijn voorgangster Lieve. Maandag wordt de vaste sluitingsdag, terwijl de bezoekers op de andere dagen op verschillende momenten terechtkunnen. De voorlopige openingsuren zijn: Maandag: gesloten. Dinsdag en woensdag: van 10u00 tot 22u00. Donderdag van 12u00 tot 22u00. Vrijdag van 10u00 tot 02u00. Zaterdag van 11u30 tot 24u00 en zondag van 10u00 tot 14u00 en van 17u00 tot 23u00.
Vooral tijdens het weekend wil hij voldoende mogelijkheden bieden om even binnen te springen. Op zondag wordt bijvoorbeeld een middagpauze voorzien, zodat ook hijzelf even op adem kan komen en iets kan eten. Dat betekent niet dat de vermelde sluitingsuren altijd strikt vastliggen. Als de sfeer goed zit en er nog voldoende ambiance is, mag het gerust wat later worden. “Ik heb al gehoord dat ik op vrijdag misschien beter tot twee uur open zou blijven. Maar ik moet natuurlijk ergens een uur opgeven. Kan het drie of vier uur worden? Tuurlijk! Als de ambiance goed zit, gaan we gewoon door.”
Ook sportliefhebbers zullen zich niet snel vervelen. Is er geen voetbal op televisie, dan valt er ongetwijfeld wel iets anders te bekijken. Het belangrijkste blijft dat mensen zich welkom voelen en graag terugkomen.

Een droom die ook een emotioneel verhaal vertelt
Wanneer het gesprek richting de mensen gaat die hij graag wil bedanken, wordt het even stil. De voorbije weken waren bijzonder intens. Er moest veel geregeld worden, er kwamen heel wat praktische zaken bij kijken en de verantwoordelijkheid van een eigen zaak begon steeds dichterbij te komen.
Toch heeft hij in die periode op heel wat mensen kunnen rekenen. In het bijzonder wil hij zijn huisbaas, Jozef Lemmens, bedanken. Die stond de afgelopen weken met raad en daad klaar en was bereid om op heel wat vragen in te gaan. “Ik heb de afgelopen drie weken echt heel veel aan hem te danken. Ik heb hem alles kunnen vragen en hij heeft voor mij gesprongen. Dat betekent enorm veel.”
Ook zijn ouders krijgen een bijzondere plaats in zijn verhaal. Hij is dankbaar voor de kansen die ze hem door de jaren heen hebben gegeven en voor de steun die hij altijd heeft mogen ervaren. Maar er is ook iemand die hij bijzonder hard mist op dit belangrijke moment: zijn mama. Zij was vroeger zelf een stamgast in het café en had ongetwijfeld dolgraag meegemaakt hoe haar zoon zijn langgekoesterde droom waarmaakt. In gedachten zou ze ongetwijfeld op de eerste rij hebben gestaan. “Ik weet honderd procent zeker dat er hierboven iemand is die supertrots is op wat ik ga doen. Mijn mama had hier dit weekend ontzettend graag bij geweest. Op de eerste rij zelfs.”
De emotie wordt hem even te machtig. De tranen die verschijnen, zijn echter geen tranen van twijfel of verdriet alleen. Het zijn vooral tranen van geluk, trots en opluchting. Na jarenlang dromen, nadenken en hopen, is het moment eindelijk aangebroken. Ook zijn vrienden, familie en naaste omgeving wil hij bedanken. Mensen die in hem geloofden, hem aanmoedigden en hem de voorbije periode hebben gesteund.
Een café vol herinneringen, maar vooral klaar voor nieuwe verhalen
Hij beseft als geen ander dat een café veel meer is dan een plaats waar drankjes worden geserveerd. Het is een plek waar mensen elkaar ontmoeten, waar generaties elkaar kruisen en waar sommige bezoekers jarenlang deel uitmaken van het dagelijkse leven. Tegelijkertijd weet hij dat het leven ook in een café voortdurend verandert. Mensen komen en gaan. Dat heeft zijn voorgangster Lieve ongetwijfeld zelf ervaren en ook hij zal daar vroeg of laat mee geconfronteerd worden.
Sommige mensen die vroeger aan de toog zaten, zullen er misschien niet meer terugkeren. Toch blijven hun verhalen, hun lach en hun aanwezigheid op een bepaalde manier verbonden met de plek. Voor hem krijgt dat gegeven nog een extra betekenis, omdat ook zijn mama een bijzondere band had met het café. “Dat zijn mensen die je hier misschien nooit meer zult zien, maar hun geest en hun kracht blijven hier altijd een beetje hangen. Dat voel je gewoon.”
En precies daarin schuilt misschien wel de mooiste gedachte achter zijn nieuwe avontuur. Hij wil het verleden niet uitwissen, maar koesteren. Hij wil de tradities bewaren, de carnavalsfeer levend houden en tegelijk ruimte maken voor nieuwe bezoekers, nieuwe vriendschappen en nieuwe herinneringen.
Zijn verhaal is er dan ook een van dromen die blijven leven, zelfs wanneer het leven soms andere wegen kiest. Van een jongen uit Impe die ooit droomde van een eigen café en nu eindelijk de sleutels in handen heeft. Van een zoon die zijn mama op een bijzonder moment moet missen, maar ervan overtuigd is dat ze van hierboven meekijkt. En van een voormalige stamgast die nu zelf verantwoordelijk wordt voor de gezelligheid achter de toog.
De deuren van ’t Kaatsplein gaan open. Niet met overdreven veel toeters en bellen, maar op de manier waarop een echt café dat hoort te doen: met een warm welkom, een drankje dat klaarstaat en plaats voor iedereen. Want sommige dromen zijn het mooiste wanneer je ze eindelijk kunt delen met anderen.

