David Van de Steen, overlevende van de feiten van de Brabantse moorden, heeft een indringende oproep gelanceerd over de manier waarop ons systeem omgaat met slachtoffers. Zijn persoonlijke verhaal is bij velen bekend, maar vandaag vraagt hij aandacht voor een nieuwe strijd: die tegen een administratief kluwen dat hem zijn ondersteuning dreigt te kosten.
Als negenjarig kind werd Van de Steen neergeschoten tijdens de gewelddadige overvallen die België in de jaren tachtig in hun greep hielden. Hij overleefde de aanslag, maar verloor daarbij zijn ouders en zus. Zijn aangrijpende levensverhaal werd later verfilmd door regisseur Stijn Coninx in de film Niet Schieten. Daarnaast schreef Van de Steen zelf ook de boeken Niet Schieten en Dat is mijn papa, waarin hij zijn herinneringen en de gevolgen van het drama beschrijft.
Maar volgens Van de Steen gaat het vandaag niet over het verleden. “Het gaat over de realiteit van vandaag,” zegt hij.
Na een lange medische lijdensweg — met intussen 44 operaties, een herseninfarct, twee jaar revalidatie en blijvende lichamelijke beperkingen — dreigt hij nu zijn ondersteuning te verliezen door wat hij zelf een “administratief hiaat” noemt bij de FOD Sociale Zekerheid, meer bepaald binnen de dienst invaliditeit.
“Niet omdat mijn invaliditeit verdwenen is. Niet omdat ik genezen ben,” stelt Van de Steen scherp. “Maar door een onnozel hiaat in de wet. Een administratieve leegte — en je valt eruit.”
Volgens hem toont zijn situatie hoe kwetsbaar slachtoffers kunnen zijn binnen een systeem dat sterk op regels en procedures steunt. Hij stelt zich luidop de vraag hoeveel mensen nog tussen de mazen van het net vallen zonder dat er structurele oplossingen komen.
“Hoeveel slachtoffers moeten nog tussen de regels van de wet verdwijnen voor er iets verandert?” vraagt hij zich af.
Met zijn getuigenis wil Van de Steen niet alleen zijn eigen situatie onder de aandacht brengen, maar vooral een breder debat openen over de manier waarop slachtoffers in België worden ondersteund. Volgens hem moet het systeem menselijker worden en meer rekening houden met de realiteit achter de dossiers.
“Gaan we ten onder aan een systeem waar papier meer telt dan mensen?” besluit hij.

