Het maaibeleid van de bermen in Erpe-Mere zorgt voor heel wat beroering. Fractieleider en gemeenteraadslid Kris De Koninck (Vlaams Belang) uit scherpe kritiek op de toestand langs de gemeentelijke wegen en spreekt van een falend beleid dat landbouwers en inwoners dagelijks ondervinden. Volgens hem leiden hoog opschietend gras en slecht onderhouden bermen tot onveilige verkeerssituaties, hinder voor voetgangers en landbouwproblemen. Schepen van Groendienst Marleen Lambrecht (CD&V) weerlegt die kritiek en benadrukt dat de gemeente werkt volgens een zorgvuldig opgesteld bermbeheerplan waarin natuurbeheer en biodiversiteit centraal staan.

Fractieleider Kris De Koninck stelt dat hij de voorbije dagen bijzonder veel opmerkingen ontving van zowel landbouwers als burgers over het bermonderhoud in de gemeente. Volgens hem is die bezorgdheid meer dan terecht. “Wat is er aan de hand met het beleid in Erpe-Mere over het maaien van bermen?”, vraagt hij zich openlijk af.
De discussie kent haar oorsprong in de aanbesteding voor de periode 2025-2028. De oorspronkelijke firma die instond voor de maaibeheerwerken stopte al na ongeveer een jaar met de opdracht. Volgens De Koninck had het bedrijf de omvang van de werken onderschat, wat uiteindelijk leidde tot het vroegtijdig beëindigen van het contract met de gemeente. Het ging nochtans om een aanzienlijk bedrag van 172.788,40 euro inclusief 21 procent btw, gespreid over vier jaar.
Na het afhaken van die aannemer werd eind april 2026 een nieuwe aanbesteding uitgeschreven en werd een nieuwe kandidaat geselecteerd om de werken over te nemen. Toch ziet De Koninck eind juni nog altijd weinig tot geen concrete resultaten op het terrein. “De maand ‘maaimeiniet’ is ondertussen mooi voorbij, maar nog steeds is er geen beweging op het grondgebied van Erpe-Mere voor het maaien van de bermen”, klinkt het.
Volgens de Vlaams Belang-politicus veroorzaakt de huidige toestand grote frustraties bij zowel landbouwers als dorpsbewoners. Op verschillende plaatsen langs de wegen zou het gras inmiddels tot 1,20 meter hoog staan. Dat brengt volgens hem tal van problemen met zich mee. Zo wordt sluikstorten gemakkelijker omdat afval tussen het hoge gras minder snel zichtbaar is. Daarnaast groeien grachten dicht, waardoor regenwater niet meer vlot via buizen en afwateringssystemen kan doorstromen.
Ook voor de landbouwsector zijn er gevolgen. Distels drogen uit en verspreiden hun zaad naar de omliggende akkers, wat voor landbouwers extra werk en ergernis veroorzaakt. Verder stelt De Koninck dat verkeersveiligheid in het gedrang komt. Verkeersborden zouden op sommige plaatsen minder zichtbaar zijn door het hoge gras en fietsers zouden aan bochten en kruispunten vaak een gebrekkig zicht hebben. Ook voetgangers en gezinnen ondervinden hinder. Volgens hem zijn sommige voetpaden nauwelijks nog bruikbaar omdat netels en hoog gras tegen de benen slaan van wie er passeert.
De kritiek gaat verder dan enkel het maaien zelf. De Koninck wijst er ook op dat goten langs straten wel gereinigd werden, maar dat het verwijderde afval vervolgens om de tien meter opnieuw op de berm werd achtergelaten. Volgens hem getuigt dat niet van degelijk werk.
Hij spaart daarbij het gemeentebestuur niet en richt zijn pijlen expliciet op schepen van Openbare Werken en Groendienst Marleen Lambrecht. “Waar zit onze schepen van openbare werken Marleen Lambrecht? En waar zit de firma voor het maaien van de bermen? Is die er wel?”, vraagt hij zich af.
Volgens De Koninck ligt de fout duidelijk bij de gemeente. Hij vindt dat de huidige toestand een bijzonder slecht beeld geeft van Erpe-Mere. “Dit straalt absoluut geen mooi zicht uit voor onze gemeente. Ook naar veiligheid is dit een dikke buis.” Hij voegt eraan toe dat wanneer landbouwers en inwoners geacht worden alle regels strikt na te leven, de gemeente zelf ook het goede voorbeeld moet geven. Hij hoopt dan ook, samen met landbouwers en inwoners, op een snelle reactie van het bestuur. “Niet op papier, maar in het straatbeeld.”

Schepen van Groendienst Marleen Lambrecht (CD&V) reageert intussen uitgebreid op de kritiek en nuanceert de aantijgingen. Zij verwijst eerst naar het Bermbesluit, dat bepaalt dat bermen in principe gemaaid mogen worden vanaf 15 juni en eventueel een tweede keer vanaf 15 september.
In Erpe-Mere geldt echter een afwijkend systeem. In samenwerking met Provincie Oost-Vlaanderen werd een bermbeheerplan opgesteld en kreeg de gemeente een afwijking van het Agentschap Natuur en Bos (ANB). Daardoor mag de eerste maaibeurt al vanaf 15 mei plaatsvinden.
Volgens Lambrecht is die eerste maaibeurt intussen volledig afgewerkt, met uitzondering van de Jeruzalemstraat. Die straat stond oorspronkelijk nog niet op de lijst. De bedoeling was om daar vorige vrijdag te maaien, maar door de extreme hitte werd die beurt uitgesteld tot maandag 29 juni.
De schepen benadrukt dat bermbeheer veel meer omvat dan simpelweg overal het gras kort maaien. Door inventarisatie op het terrein werd bepaald wanneer elke berm het best gemaaid wordt zodat waardevolle plantensoorten en bloemen maximale kansen krijgen om te groeien en zich voort te planten. Het ideale maaimoment verschilt dus van berm tot berm.
Dat betekent volgens haar dat een “volledig afgewerkte eerste maaibeurt” niet inhoudt dat alle bermen al gemaaid zijn. Sommige bermen moeten volgens het beheerplan bewust blijven liggen tot de tweede maaibeurt. Die tweede fase start op 1 juli. Vanaf dan mag één meter van de berm gemaaid worden. In het najaar worden vervolgens alle bermen nog eens gemaaid zodat ze kort de winter ingaan. Op die manier krijgen bloemzaadjes in het vroege voorjaar meer licht om te kiemen.
Lambrecht wijst erop dat buurgemeenten zoals Herzele, Oosterzele en Zwalm volgens een gelijkaardig systeem werken. Andere omliggende gemeenten, zoals Sint-Lievens-Esse, volgen dan weer strikt het klassieke Bermbesluit. Voor specifieke details over welke bermen reeds gemaaid werden en welke vanaf 1 juli aan de beurt zijn, wil de schepen nog de gemeentelijke diensten raadplegen. “Die lijst ken ik niet uit het hoofd”, zegt ze.
Tot slot verwijst Lambrecht ook naar de weersomstandigheden van de voorbije maanden. Het natte voorjaar, gevolgd door meerdere weken warm weer, vormde volgens haar de ideale combinatie voor een sterke groei van het groen. Dat verklaart waarom bermen momenteel op veel plaatsen opvallend weelderig ogen.
Wat de kritiek op slecht zicht betreft, plaatst ze vraagtekens bij bepaalde beweringen. “Dat verkeersborden die op 1,80 meter hoogte staan niet meer leesbaar zouden zijn, trek ik in twijfel”, stelt ze. Wel benadrukt ze dat de gemeente gevaarlijke kruispunten en belangrijke oversteekplaatsen apart behandelt. Indien dergelijke locaties effectief onveilig blijken, worden die om veiligheidsredenen frequenter gemaaid.
Besluit
De discussie over het bermbeheer in Erpe-Mere toont hoe moeilijk het evenwicht blijft tussen verkeersveiligheid, netheid en ecologisch natuurbeheer. Waar Kris De Koninck wijst op de frustraties van landbouwers en inwoners en een gebrek aan zichtbaar onderhoud aanklaagt, benadrukt Marleen Lambrecht dat de gemeente bewust kiest voor een doordacht maaibeleid dat biodiversiteit moet beschermen. De komende weken, met de start van de tweede maaibeurt, zullen uitwijzen of de kritiek op het terrein afneemt en of de gemeente erin slaagt zowel natuur als veiligheid optimaal te verzoenen.