De geplande uitbreiding van de fietssnelweg in Burst zorgt voor verdeeldheid binnen de gemeenteraad van Erpe-Mere. Het gemeentebestuur wil 110.000 euro investeren in een perceel aan de Ninovestraat, vlak bij de spoorweg, om de fietsverbinding richting het station verder mogelijk te maken. Hoewel de meerderheid de aankoop noodzakelijk vindt om de toekomstige ontwikkeling van het fietsroutenetwerk veilig te stellen, plaatsen N-VA en STERK! ernstige vraagtekens bij het prijskaartje. Vooral de grote verschillen in de geschatte grondwaarde en de onzekerheid over de bouwmogelijkheden vormden dinsdagavond de aanleiding voor een stevig debat.
Strategische grond voor de uitbreiding van de fietssnelweg
Het perceel bevindt zich op een belangrijke locatie in Burst, op de hoek van de Ninovestraat en de spoorweg. Voor het gemeentebestuur kan de grond een cruciale rol spelen bij het verder uitbouwen van de fietssnelweg, die momenteel ter hoogte van Den Bosch eindigt. De ambitie is om de verbinding door te trekken in de richting van het station en de Stationsstraat, zodat fietsers zich vlotter en veiliger kunnen verplaatsen.
Om die plannen op termijn te realiseren, wil de gemeente de beschikbare grond nu al verwerven. Het bestuur vreest dat uitstel de realisatie van het project in het gedrang kan brengen, bijvoorbeeld wanneer een andere kandidaat-koper zich aandient.
Toch betekent de aankoop niet dat het volledige verdere traject daarmee definitief vastligt. Voor een volgend gedeelte van de fietsverbinding kijkt de gemeente naar een reservatiestrook die deel uitmaakt van een dossier voor een geplande winkelontwikkeling. De verdere uitbouw van de fietssnelweg blijft dus afhankelijk van bijkomende stappen en de concrete uitwerking van het traject. Ondanks die onzekerheid wil de meerderheid niet wachten om het perceel aan de Ninovestraat veilig te stellen.
Van 200.000 naar 110.000 euro
De onderhandelingen met de eigenaar hebben geleid tot een aanzienlijke verlaging van de oorspronkelijke vraagprijs. Volgens schepen Marleen Lambrecht (CD&V) werd het perceel aanvankelijk aangeboden voor 200.000 euro. Later zakte de vraagprijs tot 120.000 euro. Na verdere onderhandelingen deed de gemeente een nieuw voorstel. Uiteindelijk verklaarde de eigenaar zich bereid om de grond voor 110.000 euro te verkopen.
Voor het gemeentebestuur is dat het resultaat van onderhandelingen waarmee een belangrijke schakel voor de toekomstige fietsverbinding kan worden verworven. Voor de oppositie is de overeengekomen prijs echter allerminst vanzelfsprekend. De vraag hoeveel de grond daadwerkelijk waard is, werd dan ook het centrale discussiepunt tijdens de gemeenteraad.
Grote verschillen in de geschatte waarde
De discussie spitste zich toe op de bouwmogelijkheden van het perceel. Hoewel er een verkaveling op rust, roept de ligging vlak naast de spoorweg vragen op over de vraag of er effectief nog gebouwd kan worden. Dat onderscheid heeft belangrijke financiële gevolgen.
Volgens de oppositie maakt het schattingsverslag een duidelijk onderscheid tussen twee mogelijke scenario’s. Wanneer het perceel als bebouwbaar wordt beschouwd, bedraagt de geschatte waarde 158.000 euro. Als bouwen niet mogelijk blijkt, zakt die waardering volgens de aangehaalde cijfers tot slechts 24.000 euro.
Dat verschil is aanzienlijk en vormt voor N-VA en STERK! de belangrijkste reden om de aankoop niet goed te keuren. Beide fracties vinden dat de gemeente onvoldoende zekerheid heeft over de werkelijke waarde van de grond en dat de overeengekomen prijs daarom kritisch moet worden bekeken.
Reinold De Vuyst (N-VA) stelde zich bijzonder scherp op tegenover het bedrag dat de gemeente wil betalen. Hij vindt dat het bestuur rekening moet houden met het scenario waarin het perceel niet bebouwbaar blijkt. “Vier en een half keer de geschatte prijs geven, dat is niet te verantwoorden”, stelde De Vuyst. Hij erkende daarbij dat de grond van strategisch belang kan zijn voor de fietsverbinding, maar benadrukte dat het belang van het project geen vrijgeleide mag vormen om eender welke prijs te betalen.
Volgens N-VA moet de gemeente niet alleen kijken naar wat ze met het perceel wil realiseren, maar ook naar de financiële voorwaarden waaronder dat gebeurt. De partij vreest dat de belastingbetaler uiteindelijk te veel betaalt voor grond waarvan de mogelijkheden niet voldoende vaststaan.
STERK! vraagt meer transparantie over de prijsbepaling
Ook Reinout Janssens van STERK! Erpe-Mere uitte tijdens de gemeenteraad bedenkingen bij de aankoop. Zijn kritiek richtte zich niet uitsluitend op het bedrag van 110.000 euro, maar ook op de manier waarop de waarde van het perceel werd onderbouwd.
Volgens Janssens bevat het voorgelegde schattingsverslag onvoldoende concrete informatie om de waardebepaling te kunnen controleren. Hij mist onder meer een inzichtelijke berekening, vergelijkingspunten met andere percelen en een duidelijke motivering van het uiteindelijke bedrag. “Er staat niets van berekening in. Het is gewoon een getal dat erin staat”, verklaarde hij. Daarbij wees hij op de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur om zorgvuldig om te springen met publieke middelen. “We zijn hier bezig met belastinggeld.”
Janssens vroeg om een waardebepaling volgens de criteria van VLABEL, de Vlaamse Belastingdienst, waarbij de gehanteerde methode en de vergelijking met andere gronden duidelijk worden toegelicht. Dat de betrokken landmeter bevoegd is om schattingen uit te voeren, volstaat volgens het raadslid niet om alle twijfels weg te nemen. Voor STERK! moet ook uit het verslag zelf blijken hoe de waarde precies tot stand is gekomen en welke elementen daarbij doorslaggevend waren.
De fractie wil dat de gemeenteraad over voldoende informatie beschikt om de aankoop op een onderbouwde manier te kunnen beoordelen. Zeker wanneer het om een bedrag van deze omvang gaat, vindt Janssens dat de prijszetting transparant en controleerbaar moet zijn.
Onzekerheid over het verdere fietstraject
Naast de waardebepaling kwam ook de toekomst van de volledige fietsverbinding ter sprake. De aankoop van het perceel aan de Ninovestraat biedt op zichzelf immers geen garantie dat de fietssnelweg over het volledige geplande traject kan worden doorgetrokken. Voor het volgende gedeelte rekent het gemeentebestuur op de reservatiestrook binnen een dossier voor een winkelontwikkeling. Maar wat als die plannen uiteindelijk niet worden goedgekeurd of niet tot uitvoering komen?
Die vraag ligt zwaar op de maag van de oppositie. Volgens Janssens is het niet verantwoord om nu al een aanzienlijk bedrag te investeren wanneer er nog onzekerheid bestaat over de manier waarop de rest van het traject zal worden gerealiseerd. “Het is veel te veel geld voor iets waarvan we niet eens zeker zijn op welke manier we het doen”, stelde hij.
De oppositie betwist daarmee niet noodzakelijk het nut van een betere fietsverbinding in Burst. De kritiek gaat vooral over de volgorde waarin de gemeente haar keuzes maakt, de financiële voorwaarden en de garanties dat de investering daadwerkelijk bijdraagt aan het beoogde project.
Schepen Lambrecht: “We willen niet het risico lopen dat we dat perceel kwijtspelen”
Schepen Marleen Lambrecht verdedigde de aankoop namens het gemeentebestuur. Volgens haar is het niet verstandig om de beslissing uit te stellen zolang er geen absolute zekerheid bestaat over de bouwmogelijkheden van het perceel. Ze wees erop dat er een bestaande verkaveling is en verwees ook naar de informatie die bij spoorwegbeheerder Infrabel werd ingewonnen. Voor de schepen is het allerminst bewezen dat de grond onbebouwbaar is. “Wij hebben geen enkele garantie dat de mensen daar niet kunnen bouwen”, verklaarde Lambrecht.
Daarmee reageerde ze rechtstreeks op de redenering van de oppositie, die de lagere schattingswaarde als uitgangspunt neemt. Volgens de schepen kan de gemeente er niet zomaar van uitgaan dat het perceel slechts 24.000 euro waard is. Zolang niet vaststaat dat bouwen onmogelijk is, moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de grond wel degelijk bouwpotentieel heeft.
Bovendien dreigt volgens Lambrecht een concreet risico wanneer de gemeente de aankoop uitstelt. Als een andere koper het perceel verwerft, kan de gemeente de grond verliezen die ze nodig heeft voor haar plannen met de fietssnelweg. “Dat risico willen wij gewoonweg niet lopen”, benadrukte de schepen.
Ze stelde dat de aankoop geen impulsieve beslissing is, maar het resultaat van overleg, onderzoek en onderhandelingen. “Wij hebben hier heel lang over nagedacht, veel opzoekingswerk verricht en navraag gedaan”, aldus Lambrecht. “Wij weten wat we ermee willen doen. Wij kopen dat niet zomaar.”
Onteigening is volgens het bestuur geen evident alternatief
Tijdens het debat schoof N-VA ook onteigening naar voren als mogelijke oplossing. Op die manier zou de gemeente de grond kunnen verwerven zonder in te stemmen met een aankoopprijs die volgens de oppositie te hoog ligt. Lambrecht ziet daarin voorlopig echter geen haalbaar alternatief. Voor het betrokken gedeelte van de fietsverbinding zijn er nog geen start- en projectnota’s opgesteld. Daardoor ontbreekt volgens haar momenteel een voldoende uitgewerkt kader om een onteigeningsprocedure op te starten.
Daarnaast is het volgens de schepen helemaal niet zeker dat onteigening goedkoper zou uitvallen dan een onderhandelde aankoop. Ook een dergelijke procedure vraagt tijd en kan bijkomende kosten met zich meebrengen.
Het gemeentebestuur kiest er daarom voor om nu een akkoord met de eigenaar na te streven, in plaats van het risico te nemen dat de grond ondertussen aan iemand anders wordt verkocht. Voor de meerderheid weegt het belang van het vrijwaren van de toekomstige fietsverbinding zwaarder dan de onzekerheid die vandaag nog bestaat over de precieze mogelijkheden van het perceel.
Principiële goedkeuring ondanks verdeeldheid
Na het debat werd de principiële aankoop van het perceel voor 110.000 euro ter stemming voorgelegd. De meerderheid schaarde zich achter het voorstel van het gemeentebestuur. N-VA en STERK! stemden tegen. De beslissing maakt duidelijk dat de gemeenteraad het eens is over het strategische belang van een verdere uitbreiding van de fietssnelweg, maar verdeeld blijft over de manier waarop dat doel financieel moet worden nagestreefd.
Voor de meerderheid is de aankoop een noodzakelijke investering om de toekomstige verbinding richting het station van Burst niet in gevaar te brengen. De oppositie vraagt daarentegen meer zekerheid over de waarde van de grond, een beter onderbouwde schatting en duidelijkheid over het volledige fietstraject.
Besluit: investering in fietsveiligheid of te groot financieel risico?
Met de principiële goedkeuring van de aankoop zet Erpe-Mere een stap richting de verdere ontwikkeling van de fietssnelweg in Burst. De grond aan de Ninovestraat kan een belangrijke schakel worden om de verbinding vanaf Den Bosch door te trekken naar het station en de Stationsstraat.
Toch blijft de vraag overeind of de overeengekomen prijs van 110.000 euro voldoende verantwoord is zolang er discussie bestaat over de bouwmogelijkheden en de geschatte waarde van het perceel. Ook de onzekerheid over het vervolgtraject maakt dat de investering niet los kan worden gezien van de verdere plannen voor de fietssnelweg.
De meerderheid wil vermijden dat een strategisch gelegen perceel uit handen van de gemeente valt. N-VA en STERK! vrezen dan weer dat Erpe-Mere te veel belastinggeld betaalt zonder voldoende garanties over de waarde en het uiteindelijke gebruik van de grond.
De komende stappen in het dossier zullen moeten uitwijzen of de aankoop daadwerkelijk de weg vrijmaakt voor een betere fietsverbinding in Burst. Eén zaak staat na de gemeenteraad alvast vast: over het belang van veilige fietsinfrastructuur kan worden gediscussieerd, maar de vraag hoeveel gemeenschapsgeld daarvoor verantwoord kan worden ingezet, blijft een gevoelig punt binnen het gemeentebeleid.

