De dorpskermissen in Zottegem dreigen het steeds vaker zonder klassieke kermisattracties te moeten stellen. Dat stelde cd&v-fractievoorzitter Robin De Cubber tijdens de gemeenteraad. Hij vroeg het stadsbestuur om een actievere rol op te nemen in het aantrekken van foorkramers naar de verschillende deelgemeenten.
“Ook bij een dorpskermis horen kermiskramen”, benadrukte De Cubber. Volgens hem zijn kermissen niet alleen een traditie in het stadscentrum, maar vormen ze ook in de dorpen een belangrijk moment van ontmoeting en feest.
“Een kermis is altijd een feest, zowel in het centrum als in de dorpen. Alleen zijn er vandaag op de voorziene data vaak weinig tot geen kermiskramen aanwezig, omdat foorkramers steeds vaker kiezen voor grotere kermissen in centrumsteden”, aldus De Cubber.
Waar dorpspleinen vroeger volgens hem regelmatig werden gevuld met botsauto’s, schietkramen, draaimolens en andere attracties, is dat beeld vandaag minder vanzelfsprekend. Foorkramers maken steeds vaker een economische afweging en kiezen voor locaties waar ze meer bezoekers en dus ook meer inkomsten verwachten.
Toch ziet De Cubber dat de belangstelling voor dorpskermissen zelf allerminst verdwenen is. “Je merkt dat de kermis nog steeds sterk leeft binnen de verschillende dorpsgemeenschappen.” Hij verwijst daarbij onder meer naar initiatieven van OKE Elene, Velzeke Omarmt en de Ertegemse Trekkers. Die verenigingen en inwonersgroepen slagen er volgens hem in om van hun dorpsfeesten opnieuw bruisende ontmoetingsmomenten te maken.
Volgens De Cubber kan ook de stad daarin een rol spelen. Hij pleit ervoor dat het stadsbestuur als tussenpersoon optreedt tussen lokale organisatoren en foorkramers. Op die manier zouden organisatoren van dorpskermissen gemakkelijker in contact kunnen komen met uitbaters die op zoek zijn naar standplaatsen.
“Ook bij een dorpskermis horen kermiskramen. Als we het enthousiasme dat er in de dorpen leeft kunnen verbinden met foorkramers die op zoek zijn naar een standplaats, dan kan de stad daarin een belangrijke rol spelen”, klinkt het.
Schepen Brecht Cassiman (N-VA) begrijpt de bezorgdheid, maar wijst erop dat ook de economische realiteit niet uit het oog mag worden verloren. Foorkramers beslissen volgens hem zelf waar het financieel interessant is om hun attractie op te stellen. “Foorkramers maken zelf de afweging of het financieel interessant is om zich te verplaatsen en op te stellen. Op grotere kermissen zijn ze zekerder van voldoende inkomsten”, aldus Cassiman.
De schepen ziet daarom ook mogelijkheden in de initiatieven die vanuit de dorpen zelf ontstaan. “De creatieve oplossingen die vandaag in onder meer Erwetegem worden uitgewerkt, lijken mij de te volgen weg.” Tegelijk sluit het stadsbestuur een actievere rol niet uit. Cassiman kondigde aan dat de problematiek wordt meegenomen in het overleg met de uitbaters van kermisattracties.
Daarmee blijft de vraag hoe de traditionele kermissfeer ook in de Zottegemse deelgemeenten behouden kan blijven. Terwijl de belangstelling bij inwoners en lokale verenigingen aanwezig blijft, moeten organisatoren tegelijk op zoek naar manieren om het voor foorkramers opnieuw aantrekkelijk te maken om naar de dorpen te trekken.

