De beslissing van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RVVB) over de omstreden omlegging van de N42 tussen Zottegem en Steenhuize krijgt een kritische reactie van Herzeels gemeenteraadslid Filip De Bodt (LEEF!). De Raad verwierp het beroep van een aantal omwonenden tegen de bouwvergunning voor de aanleg van de nieuwe weg. Volgens de RVVB waren de aangehaalde klachten onvoldoende onderbouwd. Daarmee lijkt de weg vrijgemaakt voor de uitvoering van de plannen, al kunnen de bewoners nog beslissen om naar de Raad van State te stappen.
Voor De Bodt en de vzw Climaxi betekent de uitspraak echter allerminst dat het jarenlange N42-dossier daarmee van de baan is. Zij blijven de Vlaamse Regering oproepen om het dossier opnieuw te bekijken en op zoek te gaan naar een compromis dat zowel de verkeersveiligheid en doorstroming als de belangen van omwonenden en natuur verzoent.
Het dossier rond de N42 sleept intussen al ongeveer veertig jaar aan. In die periode werden verschillende mogelijke tracés naar voren geschoven. Er werd gezocht naar oplossingen links en rechts van de bestaande weg, maar ook naar mogelijkheden waarbij de huidige infrastructuur maximaal zou worden benut. Uiteindelijk koos de Vlaamse overheid voor een omleiding die het verkeer langs een nieuw tracé door onder meer landbouwgebied en natuur moet leiden.
Die keuze bleef evenwel bijzonder omstreden. Zowel in 2020 als in 2023 werden eerdere beslissingen rond het project geschorst. Daarbij werd onder meer gewezen op een gebrekkige motivering en tekortkomingen in het milieurapport. Volgens de tegenstanders werd onvoldoende rekening gehouden met de plannen voor een nieuw tracé op het traject tussen Oosterzele en Wetteren.
Volgens tegenstanders ontbreekt nog altijd een globale visie
Een van de belangrijkste kritiekpunten van Climaxi en de betrokken omwonenden is dat de N42 niet als één geheel wordt bekeken. De weg loopt van Wetteren over Oosterzele en Zottegem richting Geraardsbergen, maar volgens de tegenstanders worden de verschillende deelprojecten te veel afzonderlijk behandeld.
Ook voor het traject Wetteren-Oosterzele werd een Ruimtelijk Uitvoeringsplan eerder geschorst. De kritiek draaide onder meer rond het ontbreken van een voldoende onderbouwde visie op de volledige verkeersas.
“De N42 is geen verzameling van afzonderlijke wegenprojecten”, klinkt het vanuit de tegenstanders. Volgens hen moet eerst worden bepaald welke functie de volledige weg tussen Wetteren en Geraardsbergen in de toekomst moet krijgen en welke oplossingen daarbij het meest aangewezen zijn voor verkeersveiligheid, leefbaarheid, natuur en landbouw.
In 2025 werd in Herzele een nieuwe bouwvergunning aangevraagd voor de omlegging. In die aangepaste aanvraag werd volgens Climaxi wel gedeeltelijk rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van het nieuwe tracé tussen Oosterzele en Wetteren. Toch bleef de kritiek bestaan.
Onder impuls van buurtbewoners en Climaxi werden opnieuw ongeveer duizend bezwaren ingediend. Ook de Herzeelse gemeenteraad sprak zich in een motie uit tegen het project. Dat was opmerkelijk, want volgens De Bodt was het de eerste keer in ongeveer veertig jaar dat de gemeenteraad van Herzele zich officieel als tegenstander van de plannen opstelde.
Ook natuurwaarden zorgen voor discussie
De omwonenden trokken vervolgens opnieuw naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Daarbij werden verschillende argumenten aangehaald. Een van de belangrijkste punten was dat volgens hen nog altijd geen voldoende globale visie op de N42 aanwezig is, in het bijzonder op het gedeelte richting Geraardsbergen.
Daarbij werd ook verwezen naar de verkeerssituatie in Geraardsbergen, waar onder meer de Astridlaan vandaag al met een bijzonder hoge verkeersdruk kampt. Volgens de tegenstanders kan een nieuwe weg pas op een correcte manier worden beoordeeld wanneer ook duidelijk is hoe het verkeer zich verder richting Geraardsbergen zal verplaatsen.
Daarnaast werd gewezen op mogelijke gevolgen voor natuurgebieden en natuurwaarden langs het geplande tracé. Climaxi stelt dat bepaalde natuurwaarden onvoldoende werden onderzocht en dat zelfs bij de inschatting van afstanden fouten zouden zijn gemaakt, onder meer ter hoogte van het Hasseltbos.
Toch besliste de RVVB om het beroep te verwerpen. Volgens de Raad konden de bezwaren niet op voldoende wijze worden onderbouwd. De uitspraak past volgens De Bodt en Climaxi in een bredere tendens waarbij in milieudossiers een grote verantwoordelijkheid bij de beroepers wordt gelegd om zelf voldoende bewijsmateriaal aan te dragen.
“De tegenstand zal niet zomaar verdwijnen”
De uitspraak betekent volgens Filip De Bodt niet dat de discussie daarmee is afgelopen. De betrokken bewoners bekijken samen met hun advocaten en gespecialiseerde deskundigen welke juridische mogelijkheden nog openstaan.
Een mogelijke volgende stap is een procedure bij de Raad van State. Als de bewoners daarvan afzien, kan het Agentschap Wegen en Verkeer in principe starten met de uitvoering van de werken. Toch zijn er volgens de tegenstanders nog verschillende obstakels.
Zo is de aanleg van de nieuwe weg volgens Climaxi nog niet zomaar vertaald in een concrete budgettaire uitvoering. Bovendien verwacht De Bodt niet dat de maatschappelijke tegenstand tegen het project zal verdwijnen wanneer de juridische procedures zouden worden afgerond.
“De tegenstand zal niet gaan liggen”, stelt hij. Volgens hem blijft er een fundamenteel debat bestaan over de vraag welke toekomst de N42 moet krijgen en hoe verkeersveiligheid kan worden gecombineerd met de bescherming van open ruimte en natuur.
Mogelijk andere aanpak tussen Wetteren en Oosterzele
Opvallend is dat de Vlaamse overheid intussen ook het traject tussen Oosterzele en Wetteren opnieuw onder de loep neemt. Daar wordt volgens Climaxi onderzocht of de weg kan worden gedeclasseerd van een prioritaire weg naar een regionale weg.
Dat zou volgens de organisatie nieuwe mogelijkheden kunnen creëren om naar een alternatief tracé te zoeken. Een dergelijke aanpak zou volgens Climaxi meer ruimte bieden om rekening te houden met de belangen van omwonenden en natuur, zonder de verkeersveiligheid en doorstroming uit het oog te verliezen.
Voor De Bodt biedt dat perspectief volgens hem de kans om het volledige dossier opnieuw vanuit een bredere invalshoek te bekijken. In plaats van jarenlang te blijven procederen over afzonderlijke onderdelen van de N42, pleit hij voor een oplossing die gedragen wordt door de verschillende betrokken partijen.
“Het alternatief is nog jaren procederen, zeker in Oosterzele, en de gemeenschap blijvend in verdeeldheid achterlaten”, klinkt het.
“Waarom blijven inzetten op beton?”
De discussie over de N42 speelt zich volgens De Bodt bovendien af tegen een sterk veranderende maatschappelijke context. Klimaatverandering, toenemende hittegolven, wateroverlast en de nood aan meer ontharding maken volgens hem dat nieuwe grootschalige infrastructuurprojecten niet langer uitsluitend vanuit het perspectief van verkeersdoorstroming mogen worden bekeken.
“Wij kunnen ons niet voorstellen dat men in tijden van hittegolven, klimaatontwrichting en ontharding kiest voor het verder storten van beton”, aldus De Bodt.
Daarmee pleit hij niet voor het negeren van de verkeersproblemen op de N42. De bestaande verkeerssituatie, de veiligheid van fietsers en automobilisten en de leefbaarheid van de doorkruiste dorpskernen blijven volgens hem belangrijke aandachtspunten. De vraag is volgens LEEF! echter of een volledig nieuw tracé door open ruimte daarvoor de beste oplossing is.
De uitspraak van de RVVB kan de juridische toekomst van het huidige project duidelijker maken, maar voor de tegenstanders is daarmee het inhoudelijke debat niet beëindigd. Zij blijven aandringen op overleg tussen de Vlaamse overheid, lokale besturen, bewoners, natuurverenigingen en andere betrokken partijen.
Na veertig jaar discussie over de N42 blijft de vraag dan ook overeind of de komende jaren opnieuw vooral in het teken zullen staan van procedures en nieuwe tracés, dan wel of er eindelijk een breed gedragen oplossing kan worden gevonden voor de volledige verkeersas tussen Wetteren en Geraardsbergen.

