De stad Aalst start samen met vier lokale bedrijven een proefproject dat mensen met een leefloon sneller moet helpen aan een job. De aanleiding is de hervorming van de werkloosheidsuitkering, die vanaf januari in de tijd wordt beperkt. In Aalst dreigen daardoor iets meer dan 1.000 mensen hun werkloosheidsuitkering te verliezen. Naar schatting zal ongeveer een derde van hen aankloppen bij het OCMW voor een leefloon. Met gerichte sollicitatierondes en nauwe samenwerking met bedrijven wil de stad vermijden dat mensen langdurig uit de arbeidsmarkt verdwijnen.
Verwachte toestroom naar het OCMW.
De federale regering besliste in juni om de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd. De eerste gevolgen worden deze week al voelbaar. In Aalst verwacht men dat ruim 1.000 inwoners hun uitkering verliezen, wat een aanzienlijke druk zet op het OCMW. Om die extra hulpvragen op te vangen, werden bij het OCMW al drie extra medewerkers aangeworven.
“We verwachten de grootste piek in maart, april en juli,” zegt schepen voor Sociale Zaken Katrien Beulens (N-VA). “We volgen de situatie nauwgezet op en bekijken of bijkomende versterking nodig zal zijn.”
Wekelijkse sollicitatierondes met bedrijven.
Naast de personeelsuitbreiding zet de stad ook inhoudelijk in op activering. Samen met vier Aalsterse bedrijven wordt een proefproject opgestart waarbij elke week een gerichte sollicitatienamiddag wordt georganiseerd. Telkens is een ander bedrijf aan de beurt.
“Wij sturen mensen op vooraf vastgelegde momenten naar die bedrijven,” legt Beulens uit. “Na afloop krijgen we feedback over hoe de sollicitaties zijn verlopen en waar eventuele drempels liggen. Dat kan gaan over vaardigheden, verwachtingen of andere knelpunten die een succesvolle tewerkstelling in de weg staan.”
Volgens de schepen gaat het om een win-winsituatie. “De bedrijven geven zelf aan dat ze het moeilijk hebben om personeel te vinden. Door deze gerichte samenwerking kunnen zij sneller de profielen ontmoeten die ze vandaag nodig hebben.”
Artikel 60 als opstap naar duurzame tewerkstelling.
De stad hoopt dat de sollicitaties zullen leiden tot effectieve aanwervingen, eventueel via een proefperiode of binnen het statuut van artikel 60. Dat is een sociale tewerkstellingsmaatregel waarbij het OCMW mensen met een leefloon via een arbeidsovereenkomst plaatst bij een gemeente, vzw of intercommunale met een sociaal doel.
“Artikel 60 laat mensen toe om werkervaring op te doen, zich bij te scholen en opnieuw sociale rechten op te bouwen,” zegt Beulens. “Het uiteindelijke doel blijft altijd een duurzame integratie op de reguliere arbeidsmarkt.”
Geen verplichting, wel engagement.
De stad benadrukt dat leefloners niet automatisch verplicht worden om te solliciteren. “Het OCMW is in de eerste plaats een maatschappelijk vangnet,” klinkt het. “Voor sommige mensen is werken op dat moment geen optie en dat respecteren we.”
Voor wie wel arbeidsgeschikt is, wordt echter een engagement verwacht. “Mensen moeten tonen dat ze bereid zijn om te werken. Als dat herhaaldelijk niet lukt zonder geldige reden, kan een schorsing volgen. Dat is een mogelijkheid die we ook effectief kunnen toepassen,” zegt Beulens. “Alles gebeurt wel in overleg. We gaan niemand dwingen naar een sector waar die zich totaal niet thuis voelt, maar als iemand zelf aangeeft dat een bepaalde job hem ligt, verwachten we ook de inspanning om daarvoor te solliciteren.”
Drempels voor werkzoekenden én werkgevers.
De weg naar werk is voor leefloners en langdurig werkzoekenden vaak niet vanzelfsprekend. Taalachterstand, beperkte opleiding of persoonlijke problemen kunnen de zoektocht bemoeilijken. Ook nadat iemand aan de slag gaat, blijven er vaak drempels bestaan.
“Het is belangrijk dat werkgevers beseffen dat deze profielen vaak extra begeleiding nodig hebben op de werkvloer,” benadrukt Beulens. “Die begeleiding maakt expliciet deel uit van het proefproject. Het wegwerken van moeilijkheden vraagt inspanningen van beide kanten, en het bijzondere hier is dat bedrijven nu mee verantwoordelijkheid opnemen.”
Focus op industrie en logistiek.
De vier deelnemende bedrijven zijn actief in de logistieke en industriële sector. Dat is een bewuste keuze, al sluit de stad andere sectoren niet uit in de toekomst. “In de zorgsector hebben we al heel wat leefloners via artikel 60 kunnen tewerkstellen,” besluit Beulens. “In een volgende fase hoop ik ook de handel en horeca te betrekken bij dit proefproject.”
Met het initiatief wil Aalst vermijden dat mensen na het verlies van hun werkloosheidsuitkering langdurig afhankelijk worden van een leefloon. Door vroeg in te grijpen en samen te werken met lokale werkgevers, mikt de stad op een snellere en duurzamere terugkeer naar werk.

