De gemeente Wetteren krijgt de komende jaren aanzienlijk minder financiële middelen van de Vlaamse overheid dan aanvankelijk was voorzien. In totaal gaat het tijdens deze bestuursperiode om ongeveer 2,6 miljoen euro. De beslissing zet de financiële planning van de gemeente onder druk, zeker omdat het gemeentebestuur eind vorig jaar nog een meerjarenplan opstelde op basis van de toen geldende vooruitzichten.
Wetteren ontving in 2026 ongeveer 11,7 miljoen euro uit het Gemeentefonds, een van de belangrijkste inkomstenbronnen voor Vlaamse steden en gemeenten. Dat fonds zou de komende jaren normaal gezien verder aangroeien, maar de Vlaamse regering besliste om die groei af te remmen. Voor Wetteren vertaalt die beslissing zich in miljoenen euro’s minder inkomsten.
Schepen van Financiën Bram De Winne (Samen voor Wetteren) reageert kritisch op de manier waarop de beslissing tot stand kwam. Volgens hem wordt het gemeentebestuur geconfronteerd met een wijziging van de financiële spelregels nadat het meerjarenplan al was opgesteld.
Gemeentebestuur rekende op eerdere afspraken
De Vlaamse overheid voorzag oorspronkelijk een jaarlijkse groei van de middelen uit het Gemeentefonds met ongeveer 3,5 procent. Dat geld vormt voor veel lokale besturen een cruciale basis om hun werking, dienstverlening en investeringen te financieren. Door de beslissing om het fonds minder snel te laten stijgen, moeten gemeenten hun financiële vooruitzichten opnieuw bekijken.
Voor Wetteren loopt de impact op tot ongeveer 2,6 miljoen euro gedurende deze bestuursperiode. “De regering had deze beslissing beter vorig jaar aangekondigd”, zegt De Winne. “In 2025 zou er ook gemor geweest zijn bij gemeenten, maar we zouden er rekening mee kunnen houden hebben bij de opmaak van ons meerjarenplan. Nu gingen we ervan dat ze zich aan hun belofte zouden houden.”
Dat verschil in timing is volgens de schepen niet onbelangrijk. Lokale besturen zijn immers verplicht om een meerjarenplan op te maken waarin ze hun inkomsten en uitgaven voor meerdere jaren op elkaar afstemmen. Wanneer belangrijke inkomstenbronnen achteraf worden aangepast, kan dat gevolgen hebben voor de financiële ruimte die een gemeente nog heeft.
Impact vergelijkbaar met meerdere personeelsleden
De financiële impact wordt door Wetteren niet als een detail beschouwd. “Voor 2027 stemt het overeen met vier tot vijf voltijdse medewerkers”, stelt De Winne. Dat voorbeeld maakt duidelijk hoe groot het bedrag is voor een lokaal bestuur. Een bedrag van enkele honderdduizenden euro’s per jaar kan immers rechtstreeks gevolgen hebben voor de ruimte die een gemeente heeft voor personeel, dienstverlening of nieuwe initiatieven.
Toch wil de schepen nog geen concrete maatregelen naar voren schuiven. Daarvoor moeten volgens hem eerst alle cijfers naast elkaar worden gelegd. “Ik wil eerst het totaalbeeld vooraleer ik uitspraken doe”, klinkt het. De gemeente is momenteel bovendien nog volop bezig met de begrotingsbesprekingen voor 2027. Pas wanneer die oefening volledig is afgerond, kan duidelijk worden waar de gevolgen precies terechtkomen.

Meerjarenplan onder druk
Het gemeentebestuur stelde eind 2025 zijn meerjarenplan op. Daarbij werd geprobeerd om de beschikbare middelen over verschillende jaren te spreiden en tegelijk ruimte te behouden voor de dagelijkse werking en geplande investeringen. De Winne benadrukt dat hij op zich geen probleem heeft met het principe van een meerjarenplan. Integendeel. “Ik vind het goed dat we een financieel plan voor meerdere jaren moeten maken”, zegt hij. “Hogere overheden moeten dat niet doen en wij zijn nu de dupe van die beslissing.”
Daarmee wijst hij op een verschil in financiële planning tussen de verschillende bestuursniveaus. Gemeenten moeten hun beleid en financiën voor meerdere jaren vastleggen, terwijl beslissingen van hogere overheden een rechtstreekse impact kunnen hebben op die plannen. Volgens De Winne maakt dat het voor lokale besturen bijzonder moeilijk om op langere termijn zekerheid in te bouwen.
Nieuwe besparingen worden moeilijker
De gemeente Wetteren heeft de voorbije periode al verschillende besparingsmaatregelen genomen. Daardoor is de financiële speelruimte volgens de schepen vandaag beperkter dan enkele jaren geleden. “We hebben wel al goed bespaard, waardoor er niet veel vet meer op de soep zit om verder te besparen”, zegt De Winne.
Dat betekent niet dat de gemeente helemaal geen mogelijkheden meer heeft om bij te sturen, maar bijkomende besparingen zullen volgens hem minder eenvoudig zijn. Elke ingreep kan immers een merkbare invloed hebben op de werking van de gemeentelijke diensten of op de dienstverlening aan inwoners. Een uitbreiding van het personeelsbestand lijkt alvast niet aan de orde. “De vraag voor extra personeel is nu alvast zeker uit den boze”, maakt De Winne duidelijk.
Eerst alle financiële puzzelstukken samenleggen
Naast de lagere Vlaamse inkomsten zijn er volgens de schepen nog andere factoren die de komende maanden een rol kunnen spelen. Zo blijft ook de federale begrotingssituatie belangrijk voor lokale besturen. “Als de federale regering de btw verhoogt, dan moeten wij dat ook betalen”, stelt De Winne. Daarmee benadrukt hij dat Wetteren niet alleen rekening moet houden met de beslissing over het Gemeentefonds, maar ook met mogelijke financiële gevolgen van maatregelen op andere bestuursniveaus.
Het gemeentebestuur wil daarom eerst het volledige financiële plaatje voor 2027 bekijken. Pas daarna wordt duidelijk welke gevolgen de lagere Vlaamse dotatie concreet zal hebben voor de gemeente.
De komende begrotingsbesprekingen worden dan ook belangrijk voor Wetteren. De gemeente staat voor de opdracht om een financieel evenwicht te bewaren, terwijl een belangrijke inkomstenbron minder snel groeit dan eerder verwacht. De 2,6 miljoen euro die tijdens deze bestuursperiode wegvalt, betekent alvast dat de financiële marge voor nieuwe initiatieven kleiner wordt.
Voor De Winne ligt daarbij vooral de voorspelbaarheid van de overheidsfinanciën gevoelig. Lokale besturen maken hun plannen voor meerdere jaren, maar zijn voor een belangrijk deel afhankelijk van beslissingen die elders worden genomen. “Wij zijn de dupe van hogere overheden die geen meerjarenplan moeten opmaken”, vat hij de situatie samen.

