Vlierzelenaar Luca De Meester (25): “Ik wil gewoon één kans om mij te bewijzen”

Luca solliciteerde naar iedere profteam om alsnog een profcontract te kunnen veroveren.
Facebook
LinkedIn
WhatsApp
X

Hoeveel ongeluk kan een wielrenner in één seizoen verdragen? Luca De Meester (25) uit Vlierzele weet als geen ander wat dat betekent. De zoon van ex-prof Hans De Meester, momenteel actief bij Wagner Bazin WB, kende een wielerjaar dat leest als een opeenstapeling van drama’s, tegenslagen en pijnlijke momenten. Zijn seizoen begon met een horrorcrash in de GP La Marseillaise, waarbij hij letterlijk balanceerde tussen leven en dood. Nadien probeerde hij zich met tomeloze inzet terug te knokken in het peloton, maar de pech bleef hem achtervolgen.

Alsof dat allemaal nog niet genoeg was, kreeg hij recent te horen dat zijn ploeg ermee stopt. De toekomst van de jonge prof is daardoor uiterst onzeker. Toch weigert Luca De Meester de handdoek in de ring te gooien. “Ik wil gewoon één kans, één seizoen, om te tonen wat ik waard ben,” zegt hij strijdvaardig.

Een horrorcrash die zijn seizoen in brand zette.

De Meester begon 2025 met veel ambitie. Na een sterk najaar in 2024 wilde hij zijn stijgende lijn doortrekken, maar in de GP La Marseillaise sloeg het noodlot genadeloos toe. In de afdaling van de Col de l’Espigoulier kwam Luca zwaar ten val. De beelden waren schokkend: de renner bleef roerloos liggen. “Ik heb daar letterlijk tussen leven en dood gehangen,” vertelt hij met ingehouden stem. “Ik had geluk dat de medische hulp zo snel ter plaatse was. Ze zeiden me nadien dat het veel erger had kunnen aflopen.”

Na weken revalidatie en kiné begon hij aan een lang en zwaar herstelproces. Hij vocht zich terug, met de blik op een herstart van het seizoen in België. “Ik wou gewoon weer koers rijden, weer dat gevoel van vrijheid en snelheid voelen. Ik wist dat ik niet direct op mijn beste niveau zou zijn, maar ik wilde tonen dat ik nog leefde, letterlijk en figuurlijk.”

Een tweede val – en opnieuw de pechduivel.

Toen het lichaam eindelijk weer begon te volgen, sloeg de pech opnieuw toe. Tijdens de Omloop van het Houtland kwam De Meester opnieuw ten val, dit keer met een bijzonder pijnlijke blessure tot gevolg.

“Ik zat in een uitgedund peloton,” vertelt hij. “Het was een nerveuze koers met veel wind opzij, de hele dag door. Er waren al talloze valpartijen geweest. Uiteindelijk bleven we met een compact peloton over. Het draaide uit op een massasprint. Ik zat rond de vijftiende positie toen de renner voor mij plots tegen de grond ging. Tegen 70 kilometer per uur heb je geen tijd om na te denken. Ik ging erover en kwam vol op mijn achterwerk terecht. Ik voelde meteen dat het mis was. De pijn was ondraaglijk.”

Luca liep een dubbele breuk op aan het staartbeen. “Het staartbeen was in twee gebroken, en door de trekkracht van de spieren was het ook nog eens wat verplaatst. Het is iets kleins, maar het zorgt voor een immense pijn. Zitten lukt amper, laat staan fietsen. Fysiek was het opnieuw een zware klap, maar mentaal misschien nog zwaarder.”

“Ik had het gevoel dat de vorm eraan kwam, maar telkens gebeurde er iets”

De Meester spreekt met een mengeling van frustratie en verdriet over zijn seizoen. “Ik voelde dat ik mijn vorm aan het terugvinden was. De benen begonnen eindelijk weer te draaien. Na al dat herstelwerk voelde ik dat mijn piek eraan kwam. En dan komt die val, en opnieuw is alles voorbij. Dat is zo frustrerend. Je werkt maanden voor een kans, en één seconde later ligt alles in scherven.”

Hij geeft toe dat de mentale strijd minstens even zwaar is als de fysieke. “Je valt letterlijk in een zwart gat. Je kan niets doen. Het is niet zoals bij het einde van een normaal seizoen, waar je even kan bekomen, op reis kan gaan of je hoofd kan leegmaken. Nee, je zit thuis met een breuk en je moet rusten.

Het nieuws dat alles nog zwaarder maakte.

Alsof de tegenslagen nog niet genoeg waren, kreeg Luca te horen dat zijn ploeg Wagner Bazin WB er na dit seizoen mee ophoudt. “Dat kwam aan als een mokerslag,” zegt hij. “Ik dacht: ‘Het zal toch niet waar zijn?’. Eerst die horrorcrash, dan maanden revalideren, nu weer een breuk, en dan dit nieuws erbovenop. Het voelde alsof alles tegelijk tegenzat.”

“Het zou bijzonder zuur zijn als mijn profcarrière op deze manier zou eindigen. Ik ben nog maar twee jaar prof. Ik wil niet stoppen zonder dat ik mijn echte potentieel heb kunnen tonen. Vorig seizoen had ik een sterk najaar. Ik had zin om te tonen wat ik waard ben, maar door die opeenstapeling van miserie kon ik mij dit jaar op geen enkel moment bewijzen. Ik weet dat ik beter ben dan wat de uitslagen tonen. Daarom wil ik gewoon één kans, bij een ploeg die in mij gelooft.”

De strijd om een nieuw contract.

Luca is intussen volop bezig met solliciteren bij teams, op alle mogelijke niveaus. “Ik heb zowat elk profteam gemaild dat er bestaat,” zegt hij met een wrange glimlach. “Van de grootste WorldTour-ploegen tot kleine continentale teams. Ik heb letterlijk alle e-mailadressen opgespoord en een bericht gestuurd. Nu is het afwachten. Dat wachten is misschien nog het moeilijkste. Je wil weten waar je aan toe bent. Zelfs een ‘nee’ geeft duidelijkheid. Maar zolang je niets hoort, blijft het knagen. Elke dag denk je: wat als ik dit jaar niet meer kan rijden? Wat als ik geen ploeg vind? Die gedachten malen constant in je hoofd.”

Hij beseft hoe moeilijk de situatie op de rennersmarkt is. “Er zijn ongeveer 950 renners in de WorldTour en ProTour samen, en daarvan zitten er al zo’n 200 zonder contract. En als er dan nog drie ploegen stoppen, verdubbelt dat aantal bijna. Het is gewoon een overaanbod. Ik heb al berichten gezien van renners die noodgedwongen stoppen. Sommigen met indrukwekkende palmares. Maar ik wil daar nog niet aan denken. Ik wil blijven vechten, tot het allerlaatste moment.”

“Ik loop de muren op”

De blessure laat hem intussen niet toe om op de fiets te kruipen. “Ik mag gelukkig al wandelen,” vertelt hij, “maar fietsen zit er voorlopig niet in. En dat is moeilijk, want als renner wil je bewegen. Je wil trainen, je wil beter worden. Nu moet ik rusten, terwijl ik eigenlijk wil werken aan mijn comeback. Ik loop soms letterlijk de muren op. Maar ik weet ook dat ik moet genezen, anders raak ik nooit terug op niveau.”

Zijn omgeving helpt hem om de moed niet te verliezen, maar de onzekerheid blijft knagen. “Elke vezel in mijn lichaam zegt dat ik nog wil koersen. Natuurlijk komt er ooit een moment dat je moet stoppen, maar dat moment is nu nog niet. Ik ben 25, ik ben nog jong, ik heb nog zoveel te bewijzen. Ik wil niet dat mijn carrière eindigt door pech. Ik wil dat het eindigt omdat ik mijn kans heb gehad en het niet lukte — niet omdat het lot mij tegenwerkte.”

“Ik heb meer dan honderd koersen gewonnen, dat zegt genoeg”

De Meester is trots op zijn parcours tot nu toe. “Ik heb meer dan honderd wedstrijden gewonnen in mijn carrière, en een twintigtal titels. Dat is niet zomaar wat koersjes meepikken. Dat toont dat ik het kan, dat ik talent heb. Natuurlijk is het profniveau anders, maar als je iets bewezen hebt, ben je het waard om nog een kans te krijgen.”

“Het mooiste voorbeeld vind ik Tim Merlier. Ik zie hem nog rijden bij de elite zonder contract, in zijn zwarte trui. En kijk wat hij nu geworden is. Maar eerlijk? Vandaag is dat bijna onmogelijk. Alles is duurder, de omkadering is complexer, en de kloof tussen profs en elite zonder contract is groter dan ooit. Daarom zeg ik: geef mij één kans op profniveau, al is het maar voor twee maanden op proef. Laat mij tonen wat ik kan. Als ik dan niet goed genoeg ben, kan ik dat accepteren. Maar nu kreeg ik die kans niet eens.”

En wat als het niet lukt?

De Meester denkt ook na over wat er volgt als die kans er niet komt. “Natuurlijk spookt dat door mijn hoofd. Wat als niemand mij wil? Wat moet ik dan doen? Ik heb mijn hele leven in de koers gestoken. Alles wat ik ben, draait rond fietsen. Maar ik weet ook: er is een leven na de koers. Misschien wil ik iets doen in coaching, mensen begeleiden, schema’s maken, met jonge renners werken. Dat ligt me wel. Maar ik heb zoveel ideeën dat het moeilijk is om nu al te kiezen. Eerst wil ik alles op alles zetten om mijn profcarrière te redden. Daarna zie ik wel wat komt.”

Toch sluit hij niet helemaal uit dat hij eventueel terugkeert bij de elite zonder contract, al lijkt dat scenario onwaarschijnlijk. “Alles zelf bekostigen, zonder omkadering, dat is enorm zwaar. Ik hou alle pistes open, maar het is niet de weg die ik voor ogen heb. Als ik mijn potentieel mag tonen en geen contract krijg, dan kan ik daar vrede mee nemen. Maar ik wil niet stoppen zonder die kans. Ik heb mijn hele leven in deze sport geïnvesteerd. Dat geef je niet zomaar op.”

“Eén kans. Meer vraag ik niet.”

De Meester besluit met de vastberadenheid die hem typeert. “Ik wil gewoon één kans. Eén seizoen, één ploeg die in mij gelooft. Meer vraag ik niet. Ik weet dat ik nog niet op ben. Geef mij een jaar zonder tegenslagen en ik weet zeker dat ik resultaten kan rijden. Dat ik mij kan tonen. En dan zullen ze zien dat ik het waard ben.”

Het verhaal van Luca De Meester is er één van moed, volharding en onwaarschijnlijk veel pech. Een renner die letterlijk en figuurlijk terug opstond na de zwaarste klappen. Of hij volgend jaar nog een profcontract krijgt, weet niemand. Maar wie hem kent, weet dat hij niet opgeeft.

Hij vecht — tegen de pijn, tegen de pech, tegen de twijfel — met één duidelijk doel voor ogen: nog één kans om zich te bewijzen.

Luca hoopt om volgend seizoen zijn carrière op de fiets en liefst als prof te kunnen verder zetten.

 

Op zoek naar een fotograaf in eigen streek? Eline en Kristof van KEST Photo zorgen voor een perfect afgewerkte reportage.

Huwelijk, communie, portret of new born? KEST Photo zorgt voor unieke beelden en een professinoele omkadering.

fout: Inhoud is beschermd.