Een lezersbrief van Winnie Meeus zorgt voor een krachtige en emotionele reactie op de recente discussie rond het vrijwilligersbeleid in Wetteren. Meeus, voorzitter van het Regio Gilde Reuzenteam Wetteren, vrijwilliger bij de gemeente sinds 1997, lid van de kerngroep Wetteraad, publieksassistent bij het S.M.A.K., vrijwilliger bij Herita National Trust van Vlaanderen, lid van Belgian Art en actief in internationale expo’s in onder meer New York, Parijs, Barcelona, Portugal en Londen, trekt scherp van leer tegen uitspraken die tijdens de gemeenteraad van 18 juni 2026 werden gedaan.
Volgens Meeus raken de woorden van de fractievoorzitter van Groen&Co een gevoelige snaar bij vele vrijwilligers in Wetteren. De opmerking dat men erop moet letten dat vrijwilligers “niet enkel gepensioneerde witte mensen zijn”, schoot bij haar en vele anderen in het verkeerde keelgat.
“Met stijgende verbazing en diepe teleurstelling heb ik kennisgenomen van deze uitspraken,” schrijft Meeus. “Die waarschuwing slaat een diepe kloof tussen politieke theorie en de dagelijkse realiteit op de werkvloer.”
Voor Meeus gaat het niet louter om een persoonlijke reactie. Ze benadrukt dat ze spreekt namens een grote groep Wetteraars die al jarenlang de ruggengraat vormen van het lokale vrijwilligerswerk. “We hebben het hier over tal van vrijwilligers die niet tien, niet twintig, maar soms al dertig jaar en meer trouwe dienst op de teller hebben staan.”
Volgens haar draaide vrijwilligerswerk altijd om motivatie, solidariteit en belangeloos engagement. De recente politieke framing voelt voor velen echter als een degradatie van hun inzet. “Een stabiele, loyale en ervaren groep burgers wordt plotseling gereduceerd tot een demografisch label en zelfs geframed als een beleidsmatig risico of probleem dat moet worden opgelost.”
Meeus wijst daarbij ook op de demografische realiteit van Wetteren. Volgens officiële cijfers is ruim 21 procent van de inwoners 65 jaar of ouder. Dat gepensioneerden dus een aanzienlijk deel van het vrijwilligerskorps vormen, is volgens haar allesbehalve verrassend.
“Dat de vrijwilligersstatistieken in Wetteren deze leeftijdscategorie weerspiegelen, is geen fout in de inclusie,” stelt ze. “Het is een logisch gevolg van wie de tijd, de goesting en het warme hart heeft om de boel hier recht te houden.”
Daarnaast spaart Meeus de politieke wereld niet en verwijt ze de Wetterse politiek met twee maten en gewichten te werken. Ze verwijst naar eerdere discussies binnen adviesraden zoals de GECORO, waarbij uitspraken van andere politieke fracties wel tot felle reacties leidden.
“Wanneer een fractievoorzitter van Vlaams Belang in een adviesraad simpelweg vraagt om politieke slogans te weren en de neutraliteit te bewaren, reageren meerderheidspartijen hypergevoelig en is het kot te klein. Dan vallen meteen grote woorden zoals deontologie. Maar wanneer een andere fractievoorzitter een complete leeftijdscategorie van eigen Wetteraars wegzet, blijven diezelfde partijen stil.”
Dat stilzwijgen in de raadszaal raakte haar misschien nog het meest. Meeus merkt op dat noch de burgemeester, noch de schepenen, noch de algemeen directeur, noch de raadsleden van de meerderheid zich geroepen voelden om te reageren. “Waar zijn de morele principes en de deontologie als een hele leeftijdscategorie publiekelijk wordt weggezet? Dat is pijnlijk inconsequent.”
Ze benadrukt bovendien dat alle politieke fracties — zowel meerderheid als oppositie — in hun eigen werking sterk steunen op exact dezelfde groep geëngageerde gepensioneerden. “Ik kan u garanderen: de achterban van al die zwijgende partijen staat hier vandaag absoluut niet voor te applaudisseren.”
Meeus plaatst ook grote vraagtekens bij de financiële logica achter het nieuwe vrijwilligersbeleid. Volgens haar schuilt achter het discours over inclusie mogelijk een besparingsoperatie die net duurder dreigt uit te vallen.
Het nieuwe statuut zou 76 Wetterse vrijwilligers treffen die momenteel een bescheiden vergoeding ontvangen. Ze haalt het voorbeeld van de nieuwjaarsreceptie aan, waar vrijwilligers van 13 tot 20 uur — zeven uur lang — helpen voor een symbolische vergoeding van maximaal 30 euro. “Dat komt neer op amper 4,29 euro per uur. Pure goodwill.”
Tijdens de OCMW-raad van 17 juni gebeurde volgens Meeus echter iets opvallends. Na vragen vanuit de oppositie liet de bevoegde schepen zich ontvallen dat ambtenaren deze recepties in de toekomst zelf zouden uitvoeren in ruil voor recuperatie-uren.
Meeus noemt dat een veelzeggende “slip of the tongue” en ziet daarin de ware bedoeling achter de beleidswijziging.“De rekensom slaat totaal los,” schrijft ze. “De trouwe, goedkope vrijwilligersbasis wordt wegbezuinigd om in de plaats vast personeel in te zetten dat recht heeft op wettelijke barema’s en recuperatie-uren.” Volgens haar is dit geen inclusief beleid, maar pure kapitaalvernietiging. “Dit is geen inclusiebeleid, dit is kapitaalvernietiging over de rug van de oudere generatie.”
Toch benadrukt Meeus dat ze niet tegen vernieuwing of verbreding van het vrijwilligersbestand is. Integendeel: nieuwe doelgroepen aantrekken is volgens haar positief en noodzakelijk. Maar dat mag niet ten koste gaan van de bestaande fundamenten. “Echte inclusie betekent dat iedereen welkom is. Niet dat de basis die er al dertig jaar staat, wordt gedevalueerd en misbruikt als bliksemafleider voor een foute besparingsoperatie.”
Nieuwe vrijwilligers aantrekken doe je volgens haar door drempels weg te nemen, mensen warm te maken en participatie toegankelijker te maken — niet door bestaande vrijwilligers publiekelijk te culpabiliseren.
In haar slotwoord richt Meeus zich rechtstreeks tot de huidige generatie politici. Ze wijst erop dat ook zij ooit hun mandaten zullen neerleggen en wellicht zelf meer tijd zullen hebben om zich vrijwillig in te zetten. “De tijd staat voor niemand stil. Ooit zal de huidige generatie politici zelf de raadszaal verlaten en hopelijk de tijd vinden om zich ergens vrijwillig in te zetten.”
Pas dan, zo besluit ze, zal mogelijk het echte inzicht groeien in wat vrijwilligerswerk werkelijk betekent. “Tussen de mensen op de werkvloer zal hopelijk het besef indalen dat een helpende hand geen kleur of leeftijd heeft, maar louter een warm hart voor Wetteren.”
Met haar brief geeft Winnie Meeus een stem aan tal van trouwe Wetterse vrijwilligers die zich gekwetst voelen door de recente politieke discussie. Haar boodschap is duidelijk: waardering voor engagement mag nooit afhangen van leeftijd, afkomst of achtergrond, maar moet vertrekken vanuit respect voor iedereen die zich inzet voor de gemeenschap.

