De verkeersveiligheid op de Oudenaardsesteenweg (N46) in Erpe-Mere blijft voor discussie zorgen. Vlaams Belang-gemeenteraadslid Kris De Koninck heeft Oost-Vlaams gouverneur Carina Van Cauter gevraagd om dringend een veiligheidsoverleg te organiseren met het gemeentebestuur, het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV), de lokale politie en de Fietsersbond. De gouverneur erkent de verkeersveiligheidsproblemen en noemt een totale hertekening van de omgeving noodzakelijk, maar wijst tegelijk op de lange procedure en de beperkte beschikbare middelen.
Verkeersveiligheid al langer een aandachtspunt
De Oudenaardsesteenweg is al geruime tijd een belangrijk aandachtspunt binnen de gemeenteraad van Erpe-Mere. Volgens Kris De Koninck is de verkeerssituatie op verschillende plaatsen bijzonder complex en zijn bijkomende veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zolang de geplande volledige herinrichting van de N46 op zich laat wachten.
De Koninck kaartte de problematiek naar eigen zeggen al verschillende keren aan. Hij wijst erop dat ook AWV in zijn projectinformatie erkent dat bepaalde delen van de gewestweg niet langer beantwoorden aan de hedendaagse eisen. De verkeersafwikkeling wordt er volgens de informatie over het project als onveilig en onoverzichtelijk omschreven.
In februari vond bovendien een participatiemoment plaats waarop bewoners en ondernemers hun opmerkingen over de geplande herinrichting konden geven. Die herinrichting moet op termijn voor een structurele verbetering van de verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling zorgen. Een concrete uitvoeringsdatum ligt echter nog niet vast.
Voor De Koninck is dat geen reden om intussen af te wachten. “De onzekerheid over de timing en financiering van die herinrichting mag geen excuus zijn om vandaag noodzakelijke en haalbare ingrepen uit te stellen”, stelt hij. “De veiligheid van alle weggebruikers moet vooropstaan.”
Gouverneur erkent bezorgdheid
In een antwoord aan De Koninck laat gouverneur Carina Van Cauter weten dat zij de bezorgdheid begrijpt en deelt. Vooral de situatie ter hoogte van het op- en afrittencomplex van de E40 is volgens haar goed bekend. “De situatie op de N46 ter hoogte van de oprit en afrit is mij zeker bekend”, schrijft Van Cauter. “Ik begrijp en deel uw bezorgdheid voor wat de verkeersafwikkeling betreft op het vlak van verkeersveiligheid.”
Volgens de gouverneur zijn er bovendien niet alleen verkeersveiligheidsproblemen. Ook op het vlak van mobiliteit en economische ontwikkeling kent het gebied belangrijke uitdagingen. Daarom acht zij een grondige aanpak noodzakelijk. “Een totale hertekening van de passage ter hoogte van het op- en afrittencomplex dringt zich aldus op”, aldus Van Cauter.
Daarmee bevestigt de gouverneur dat de problemen op de N46 niet als een louter lokaal knelpunt worden beschouwd, maar dat er nood is aan een bredere en structurele oplossing.
Herinrichting zit nog in studiefase
De plannen voor de herinrichting zijn intussen wel degelijk in voorbereiding. In december 2024 stelde AWV een studiebureau aan om een startnota op te maken voor het traject van de N46 vanaf de Zevekootstraat tot de Akkerstraat. Die startnota moet een conceptuele visie voor het volledige traject bevatten. Vervolgens moet een projectnota worden opgesteld met een concreet voorontwerp voor het gedeelte vanaf de kruising met Steenberg, ter hoogte van Lindekouter, tot aan de Zevekootstraat.
Volgens gouverneur Van Cauter werd de startnota inmiddels verder verfijnd na de opmerkingen die tijdens het participatiemoment in februari werden verzameld. Het is de bedoeling dat die nota binnenkort definitief wordt afgewerkt. Daarna volgt de volgende fase: de opmaak van een projectnota en een ontwerpvoorstel. Maar ook dan is het project nog niet onmiddellijk klaar voor uitvoering.

Ook riolering moet worden onderzocht
Wanneer het voorontwerp klaar is, moet vervolgens een technisch ontwerp worden uitgewerkt. Daarbij gaat het niet alleen over de rijweg en de verkeersinfrastructuur. Ook de riolering moet grondig worden onderzocht. Zo moet worden nagegaan wat de toestand van de bestaande riolen is en of een nieuw rioleringsstelsel noodzakelijk is.
Dat maakt de volledige herinrichting technisch en financieel aanzienlijk complexer. De uiteindelijke realisatie zal volgens Van Cauter bovendien in belangrijke mate afhangen van de beschikbare middelen binnen het Geïntegreerd Investeringsprogramma (GIP) en daar zit volgens de gouverneur een belangrijk probleem.
Budget vormt belangrijke onzekerheid
Van Cauter wijst erop dat de aanvragen voor projecten binnen het GIP aanzienlijk hoger liggen dan de beschikbare budgetten. Daardoor is het volgens haar te vroeg om concrete uitspraken te doen over de timing van de effectieve uitvoering van de herinrichting. “Ik blijf aldus voorzichtig wat uitspraken op dit vlak betreft”, schrijft de gouverneur.
Tegelijk zegt Van Cauter dat ze het dossier actief wil blijven opvolgen. Ze wil de problematiek samen met andere belangrijke dossiers binnen de provincie onder de aandacht blijven brengen bij AWV en de bevoegde minister. “Ik wil dit dossier samen met een aantal andere belangrijke dossiers binnen onze provincie wel blijven behartigen in mijn contacten met AWV en de minister”, aldus Van Cauter.
Verschillende verkeersstromen komen samen
De bezorgdheid van De Koninck heeft vooral te maken met de grote concentratie van verkeersstromen op de N46. Op een relatief korte afstand bevinden zich onder meer de op- en afritten van de E40, de carpoolparking, verschillende bedrijven- en industriezones en de toegang tot domein Steenberg. Langs de Oudenaardsesteenweg zijn daarnaast ook verschillende handels- en horecazaken gevestigd.
Daardoor moeten automobilisten niet alleen rekening houden met doorgaand verkeer. Ook voertuigen die de steenweg verlaten of oprijden, verkeer van en naar de bedrijvenzones, bezoekers van handelszaken, verkeer richting Steenberg en fietsers en voetgangers maken gebruik van dezelfde omgeving.
Volgens De Koninck leidt die combinatie tot verschillende potentiële conflictpunten. Bijzonder bezorgd is hij over gevaarlijke keerbewegingen. Hij wil dat dergelijke manoeuvres grondig worden onderzocht en waar mogelijk worden verhinderd of op een veiligere manier worden georganiseerd.
Gouverneur ziet grenzen aan kleine ingrepen
De Koninck vraagt daarom om in afwachting van de grote herinrichting ook naar kleinere, snel uitvoerbare maatregelen te kijken. Hij denkt onder meer aan veiligere oversteekplaatsen, betere toegangen, aangepaste signalisatie, snelheidsbeheersing en maatregelen om gevaarlijke keerbewegingen tegen te gaan.
Van Cauter erkent dat die vraag logisch is, maar plaatst er tegelijk een belangrijke kanttekening bij. Volgens de gouverneur ligt het antwoord gedeeltelijk vervat in de vaststelling dat De Koninck zelf maakt: de N46 kent een bijzonder grote concentratie van conflictzones. Daardoor zouden punctuele ingrepen volgens haar niet altijd mogelijk of effectief zijn.
“De bijzondere concentratie van conflictzones maakt punctuele ingrepen niet mogelijk of ineffectief”, schrijft Van Cauter. Volgens haar werd dit eerder al vastgesteld aan de hand van simulaties, onder meer in het kader van de recente vernieuwing van het wegdek. Dat betekent dat het probleem volgens de gouverneur niet eenvoudig kan worden opgelost door op één of twee plaatsen een afzonderlijke maatregel te nemen.
Ongevallengegevens moeten duidelijkheid brengen
De Koninck wil daarnaast dat de lokale politie de recente ongevallengegevens op en rond de N46 verzamelt en analyseert. Volgens het gemeenteraadslid moet daarbij verder worden gekeken dan alleen het totale aantal ongevallen. Ook de exacte locaties, de aard van de incidenten, de betrokken weggebruikers en de omstandigheden waarin de ongevallen plaatsvinden, moeten volgens hem in kaart worden gebracht.
Op die manier moet duidelijk worden waar de grootste risico’s zich precies bevinden en welke maatregelen eventueel op korte termijn het meeste effect kunnen hebben. De analyse zou vervolgens als basis kunnen dienen voor een concreet actieplan, waarbij per maatregel wordt aangegeven wie verantwoordelijk is, wanneer de ingreep kan worden uitgevoerd en hoe de opvolging gebeurt.

Vraag om alle betrokken partijen samen te brengen
De Koninck richtte zijn vraag expliciet aan gouverneur Van Cauter omdat volgens hem verschillende overheden en organisaties bij de problematiek betrokken zijn. Hij wil dat burgemeester Wim Lammens, schepen van Openbare Werken en Mobiliteit Marleen Lambrecht, AWV, de lokale politie en de Fietsersbond Erpe-Mere samen rond de tafel gaan zitten. Daarnaast vraagt hij een gezamenlijk plaatsbezoek.
Volgens het gemeenteraadslid is zo’n terreinbezoek belangrijk omdat iedere betrokken partij vanuit een andere invalshoek naar de verkeerssituatie kijkt. Door samen ter plaatse te gaan, kunnen de verschillende knelpunten volgens hem beter worden geïdentificeerd. Het overleg moet volgens De Koninck bovendien verder gaan dan het uitwisselen van bezorgdheden.
“Geen praatbarak”
De Koninck benadrukt dat hij geen overleg wil dat zonder concrete gevolgen blijft. “Dat overleg mag geen praatbarak worden, maar moet uitmonden in concrete afspraken over onder meer veilige oversteekplaatsen, toegangen, signalisatie, snelheidsbeheersing en het tegengaan van gevaarlijke keerbewegingen”, zegt hij.
Voor hem moet bij iedere maatregel duidelijk zijn welke instantie verantwoordelijk is, tegen wanneer de maatregel wordt uitgevoerd en op welke manier de opvolging gebeurt. Tegelijk blijft de volledige herinrichting volgens De Koninck noodzakelijk. De kleinere ingrepen moeten volgens hem vooral een tijdelijke of aanvullende oplossing bieden zolang de structurele aanpak nog niet gerealiseerd is.
Middelen blijven cruciale factor
Uit het antwoord van gouverneur Van Cauter blijkt dat de betrokken overheden de problemen op de N46 kennen en dat de voorbereiding van een structurele oplossing verdergaat. Tegelijk is duidelijk dat tussen de huidige studiefase en een daadwerkelijke herinrichting nog verschillende stappen moeten worden gezet.
De startnota moet worden afgerond, vervolgens moet een projectnota en ontwerpvoorstel worden uitgewerkt. Daarna volgen het technisch ontwerp, het onderzoek naar de riolering en uiteindelijk de beslissing over de financiering en uitvoering. Vooral dat laatste vormt een belangrijke onzekerheid.
Van Cauter wijst erop dat de middelen binnen het GIP beperkt zijn en dat de vraag naar investeringen groter is dan het beschikbare budget. Daardoor kan zij momenteel geen duidelijke timing voor de uitvoering naar voren schuiven. Wel zegt ze toe het dossier te blijven verdedigen bij AWV en de bevoegde minister.
Structurele oplossing blijft noodzakelijk
De discussie over de Oudenaardsesteenweg maakt daarmee duidelijk dat zowel De Koninck als gouverneur Van Cauter de verkeerssituatie als een belangrijk aandachtspunt beschouwen, maar dat er verschillende visies zijn op wat op korte termijn haalbaar is.
De Koninck vraagt om in afwachting van de volledige herinrichting maximaal in te grijpen waar dat mogelijk is. Van Cauter erkent die behoefte, maar stelt dat de opeenstapeling van conflictzones ervoor zorgt dat losse maatregelen niet noodzakelijk een oplossing bieden.
Voor de gouverneur blijft een volledige hertekening van de omgeving daarom de aangewezen aanpak. Die structurele oplossing bevindt zich momenteel nog in de voorbereidende fase en zal bovendien afhankelijk zijn van de beschikbare investeringsmiddelen.
Besluit
De verkeersveiligheid op de N46 in Erpe-Mere blijft daarmee een dossier waarin korte- en langetermijnmaatregelen elkaar moeten aanvullen. Vlaams Belang-gemeenteraadslid Kris De Koninck vraagt dat de betrokken partijen nu samen de meest dringende problemen bekijken en onderzoeken welke ingrepen niet op de volledige herinrichting hoeven te wachten.
Gouverneur Carina Van Cauter erkent ondertussen dat de situatie ter hoogte van het E40-complex en de Oudenaardsesteenweg belangrijke uitdagingen stelt. Volgens haar zijn de problemen bij AWV bekend en worden er al concrete voorbereidende stappen gezet. Tegelijk maakt ze duidelijk dat een structurele oplossing tijd en middelen vergt.
De komende maanden worden dan ook belangrijk voor het dossier. Eerst moet de startnota worden afgerond en daarna moet het ontwerp verder vorm krijgen. Voor Erpe-Mere blijft intussen vooral de vraag hoe de verkeersveiligheid op de drukke N46 kan worden gegarandeerd zolang de grote herinrichting nog niet op het terrein zichtbaar is.

