Stadsmuseum ’t Gasthuys in Aalst staat voor een grote stap in de ontsluiting van zijn rijke erfgoedcollectie. In de aanloop naar een grootschalig digitaliseringsproject werd het museumdepot grondig heringericht. In amper één week tijd zorgden dertig medewerkers en vrijwilligers ervoor dat de verschillende depotruimtes volledig werden gereorganiseerd. Het doel is duidelijk: tegen juni 2026 moeten maar liefst 10.000 items uit het Aalsterse museumarchief online raadpleegbaar zijn.
“De volledige geschiedenis van Aalst ligt hier opgeslagen,” vertelt conservator Luc Geeroms. “Dat gaat van schilderkunst en archeologie tot Aalst carnaval. Alles wat een link heeft met onze stad. Van Romeins aardewerk tot Tupperware-potjes.”
Geeroms is ondertussen al dertig jaar conservator van ’t Gasthuys en zag de collectie doorheen de jaren gestaag groeien. “Ons depot groeit eigenlijk elke dag. Vandaag nog bracht iemand een mooi bordje van brouwerij De Gheest binnen, naar aanleiding van de expo Santé over het brouwverleden van Aalst. Eerder deze week kregen we dan weer een sjaal van Eendracht Aalst aangeboden. Uiteraard kunnen we niet alles aannemen, maar we hanteren wel duidelijke richtlijnen over wat past binnen onze collectie en wat niet.”
Grondige herschikking van het depot.
De voorbije week werden alle depots kritisch onder de loep genomen. “De bestaande ruimtes zijn volledig leeggemaakt en opnieuw ingericht,” legt Geeroms uit. “Daarnaast hebben we op zolder twee nieuwe depots gecreëerd. Objecten die hier niet thuishoorden, zijn verwijderd. Het resultaat is een veel overzichtelijker geheel, waarbij de stukken ook onder betere omstandigheden bewaard worden.”
Die operatie was alleen mogelijk dankzij de gezamenlijke inzet van heel wat mensen. “Op mijn eentje zou dit enorm veel tijd gekost hebben,” geeft de conservator toe. “Maar dankzij de hulp van medewerkers van het museum, Erfgoedcel Denderland en een grote groep gemotiveerde vrijwilligers konden we decennia aan objecten correct ordenen en opslaan.”
Moeilijke keuzes, ook voor carnaval.
Bij de herschikking moesten soms ook lastige beslissingen genomen worden. “Op zolder lagen bijvoorbeeld bijzonder veel carnavalskostuums,” zegt Geeroms. “De belangrijke en historisch waardevolle stukken hebben we uiteraard behouden. Maar er waren ook heel wat banale kostuums zonder echte betekenis. Die hebben we geschonken aan de kringwinkel. Zo krijgen ze in de aanloop naar carnaval een tweede leven.”
Naar een digitale erfgoedbank.
Het uiteindelijke doel van de hele operatie is om het volledige depot digitaal te ontsluiten. “Vandaag zijn al zo’n 3.500 items raadpleegbaar via de provincie Oost-Vlaanderen,” vertelt Geeroms. “Tegen juni 2026 moeten alle 10.000 objecten opgenomen zijn in een centrale Vlaamse databank. Wie daar bijvoorbeeld de naam Valerius De Saedeleer intikt, zal alle werken van die kunstenaar in collecties over heel Vlaanderen terugvinden – en dus ook die uit Aalst.”
Hoewel van de meeste stukken al informatie en foto’s beschikbaar zijn, wacht er nog veel werk. “Sommige objecten moeten nog gefotografeerd worden en bijkomend beschreven,” besluit Geeroms. “Maar het is een grote uitdaging die zeker haalbaar is. En vooral: het Aalsterse erfgoed zal eindelijk voor iedereen toegankelijk zijn.”