Op initiatief van schepen van Mobiliteit Filip Michiels (Voluit Oosterzele) heeft het gemeentebestuur van Oosterzele (Voluit Oosterzele en pro9860) eerder deze maand formeel laten weten dat het niet akkoord kan gaan met het voorgestelde besparingsplan van De Lijn in het kader van Aanbod 2026 voor de vervoerregio Vlaamse Ardennen.
Dat standpunt werd op 11 februari officieel overgemaakt in een advies aan de bevoegde instanties. Volgens het gemeentebestuur houden de plannen onvoldoende rekening met de realiteit van landelijke gemeenten zoals Oosterzele.
“Mobiliteitsverlies is onaanvaardbaar”
De voorgestelde maatregelen voorzien in het schrappen van verschillende buslijnen, in sommige gevallen zelfs volledig en ook tijdens het weekend. Volgens het bestuur dreigt dit inwoners zonder wagen extra hard te treffen.
Schepen van Mobiliteit Filip Michiels reageert scherp: “Openbaar vervoer is in Oosterzele geen luxe, maar een noodzaak. Besparingen mogen niet leiden tot mobiliteitsverlies voor onze inwoners. Wij vragen een aanpak op maat, met correcte cijfers en respect voor de landelijke context.”
Het gemeentebestuur benadrukt dat openbaar vervoer in dunbevolkte regio’s een essentiële maatschappelijke rol vervult. Waar stedelijke gebieden kunnen terugvallen op alternatieven zoals frequente tram- en busverbindingen, is het aanbod in landelijke gemeenten vaak beperkt tot enkele cruciale lijnen.
Onevenwichtige aanpak voor landelijke regio’s
Volgens het college van burgemeester en schepenen is de gehanteerde methodiek problematisch. De screening van lijnen gebeurt op basis van absolute bezettingscijfers, zonder voldoende rekening te houden met de specifieke context van landelijke gebieden.
In regio’s zoals de Vlaamse Ardennen liggen de reizigersaantallen structureel lager dan in stedelijke centra. Toch betekent dat niet dat het aanbod overbodig is. Integendeel: voor scholieren, ouderen, mensen zonder rijbewijs of gezinnen met één wagen is het openbaar vervoer vaak de enige realistische mobiliteitsoptie.
Het bestuur waarschuwt dat verdere afbouw zal leiden tot:
- Meer autogebruik
- Verminderde bereikbaarheid van dorpskernen
- Een toename van mobiliteitsarmoede
Daarmee dreigt het besparingsplan volgens de gemeente haaks te staan op de bredere duurzaamheidsambities.
Lokale investeringen dreigen ondergraven te worden
Oosterzele wijst er bovendien op dat de gemeente zelf bewust investeert in openbaar vervoer. Zo werden middelen vrijgemaakt voor:
- Toegankelijke bushaltes
- De aanleg en uitbouw van hoppinpunten
- Financiële tussenkomsten voor schoolabonnementen
De voorgestelde besparingen dreigen volgens het bestuur deze lokale inspanningen te ondergraven. “Het is moeilijk uit te leggen aan onze inwoners dat wij investeren in toegankelijkheid en bereikbaarheid, terwijl het aanbod tegelijk wordt afgebouwd,” klinkt het.
Timing en gebruikte data roepen vragen op
Naast inhoudelijke bezwaren stelt het gemeentebestuur zich ook vragen bij de timing en de onderbouwing van het voorstel. Lokale besturen kregen volgens Oosterzele slechts beperkte tijd om advies te formuleren.
Daarnaast zouden de gebruikte bezettingscijfers gebaseerd zijn op periodes met ingrijpende wegenwerken, wat de representativiteit ervan in twijfel trekt. De gemeente pleit voor actuele en representatieve cijfers als basis voor ingrijpende beslissingen.
Bijzonder gevoelig ligt de geplande volledige schrapping van bepaalde lijnen in het weekend, waaronder lijn 45. Oosterzele vraagt om te onderzoeken of een aangepaste frequentie mogelijk is in plaats van een volledige afschaffing.
Onzekerheid over flexvervoer
Een belangrijk deel van het geschrapte reguliere aanbod zou moeten worden opgevangen door flexvervoer. Daarover heerst volgens het gemeentebestuur echter grote onzekerheid.
Er zijn vragen over:
- De capaciteit van het systeem
- De betrouwbaarheid
- De praktische toegankelijkheid voor kwetsbare doelgroepen
Zonder duidelijke garanties vreest Oosterzele een reëel mobiliteitsverlies, vooral voor ouderen en jongeren die afhankelijk zijn van openbaar vervoer.
Impact op modal shift
Tot slot plaatst het bestuur vraagtekens bij de impact van de besparingen op de doelstellingen rond modal shift en het regionaal mobiliteitsplan. Minder openbaar vervoer aanbieden lijkt moeilijk te rijmen met de ambitie om meer mensen uit de wagen te halen en duurzame verplaatsingen te stimuleren.
Schepen Filip Michiels benadrukt: “Wij begrijpen de budgettaire context, maar dit voorstel houdt onvoldoende rekening met de realiteit van landelijke gemeenten zoals Oosterzele. Openbaar vervoer is hier geen luxe, maar een basisvoorziening. Een volledige schrapping van lijnen zonder volwaardig en betrouwbaar alternatief is voor ons onaanvaardbaar. Wij pleiten voor een aanpak op maat, met correcte en representatieve cijfers, en met respect voor onze lokale inspanningen.”
Bereid tot constructief overleg
Ondanks de scherpe kritiek geeft het gemeentebestuur aan bereid te blijven om constructief mee te denken over alternatieven. Voorwaarde is wel dat rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van landelijke regio’s én met de sociale impact van de voorgestelde maatregelen.
Voor Oosterzele staat één principe centraal: bereikbaarheid en duurzame mobiliteit moeten gegarandeerd blijven voor alle inwoners van alle deelgemeenten.