Tijdens de jongste gemeenteraad in Erpe-Mere is er commotie ontstaan na opvallende en voor sommigen bijzonder ongebruikelijke uitspraken van N-VA-fractieleider Reinold De Vuyst. De discussie ging over het gebruik van landbouwgrond en de aanwezigheid van paarden en andere dieren in de gemeente, maar ontspoorde volgens tegenstanders in “bizar taalgebruik” en scherpe politieke verwijten.
De Vuyst stelde tijdens het debat dat Erpe-Mere volgens hem kampt met “verpaarding en te veel alpaca’s”. Volgens de N-VA-fractieleider gaat er bovendien “te veel landbouwgrond naar privégebruik voor paardenliefhebbers”, en moet daar volgens hem beleidsmatig worden ingegrepen. “We hebben in Erpe-Mere een verpaarding en te veel alpaca’s. Te veel landbouwgrond gaat naar de privé voor paardenliefhebbers. Daar moeten we iets aan doen,” klonk het in de raadzaal.
Die uitspraak viel niet in goede aarde bij andere raadsleden, en al zeker niet bij oppositiepartij Vlaams Belang. Fractieleider Kris De Koninck reageerde scherp op de opmerkingen en sprak over verbazing en ongeloof.

“Als fractieleider van het Vlaams Belang lag ik bijna van mijn stoel toen ik die uitspraak hoorde,” aldus De Koninck. “Naar mijn weten is Erpe-Mere een landelijke gemeente met uiteraard dieren en een sterke traditie van paardenliefhebbers. We hebben hier paardenommegangen waar veel inwoners aan deelnemen. We zitten hier met een wereldkampioen vierspan, waar trouwens veel te weinig over gezegd wordt. Het lijkt alsof het gemeentebestuur zich daarvoor schaamt.”
De Koninck ging nog verder in zijn kritiek en stelde dat de uitspraken van N-VA een verkeerd beeld schetsen van de lokale paardenwereld. Ook het sociale aspect van de paardenhobby werd volgens hem miskend.
“Wat mij ook verrast, is dat er ook veel paardenvrienden zijn die met hun paard een pintje drinken in Aaigem. Te gek voor woorden dat dit zo wordt voorgesteld,” klonk het. “Dat N-VA tegen paardenliefhebbers zou zijn, is nu wel duidelijk.”
Daarnaast verdedigde hij de rol van paardenhouders in het landbouw- en landschapsbeheer. Volgens hem is het idee dat paardenhouderij schade zou toebrengen aan landbouwgrond niet correct.
“Voor hen maken we landbouwgrond of weides kapot met paardenuitwerpselen, terwijl elke paardenliefhebber er alles aan doet om hun dieren goed en gezond te houden. Een slechte, ongezonde weide heeft net een impact op de dieren zelf,” aldus De Koninck. “Moeten we dan alle landbouwgrond laten overwoekeren? Het is net dankzij paardenliefhebbers dat het landschap proper blijft.”
Ook de economische link met de landbouwsector werd door hem benadrukt. Volgens De Koninck profiteren lokale landbouwers net van de aanwezigheid van paardenhouders, onder meer via de verkoop van hooi en stro.
“En hoe meer paardenliefhebbers, hoe meer de boer kan leveren aan hooi en stro. Zo kunnen onze landbouwers verder bestaan,” stelde hij.
De politicus sluit af met een oproep tot voorzichtigheid in het debat en uitte de hoop dat andere partijen niet zullen meegaan in wat hij “absurde ideeën” noemt. “Ik hoop in elk geval, en dan spreek ik voor elke paardenliefhebber in Erpe-Mere, dat CD&V niet meegaat in dit soort voorstellen.”
De discussie over landbouwgrond, ruimtelijke ordening en de plaats van paardenhouderij in de gemeente lijkt daarmee opnieuw op de politieke agenda te staan in Erpe-Mere, waar het thema duidelijk voor verhitte standpunten zorgt.