De Vlaamse kermiskoersen krijgen voorlopig geen rechtstreekse financiële steun van Vlaams minister van Sport Annick De Ridder (N-VA). Hoewel de minister het belang van deze wedstrijden voor de Vlaamse wielercultuur erkent, vindt ze dat het in de eerste plaats aan lokale besturen, organisatoren en vrijwilligers is om deze traditie levend te houden. Daarmee reageert ze op de groeiende bezorgdheid over het verdwijnen van de kermiskoersen, een fenomeen dat ooit een vaste waarde was in bijna elke Vlaamse gemeente.
De discussie laaide opnieuw op na Gullegem Koerse, een van de elf overblijvende West-Vlaamse kermiskoersen. Waar Vlaanderen in de jaren zeventig nog ongeveer tweehonderd kermiskoersen telde, zijn er vandaag nog slechts negentien. De dalende aantallen illustreren hoe moeilijk het geworden is om dergelijke wedstrijden te organiseren. Stijgende kosten, strengere veiligheidsvereisten, een steeds grotere administratieve last en de zoektocht naar voldoende vrijwilligers zetten de organisatoren onder druk.
Geen Vlaamse middelen voor kermiskoersen
De vraag naar extra ondersteuning kwam recent opnieuw op tafel nadat de Vlaamse regering besliste om de subsidies aan de wielerploeg Flanders-Baloise stop te zetten. Sommige wielerliefhebbers en organisatoren hoopten dat een deel van die vrijgekomen middelen zou kunnen worden ingezet voor de ondersteuning van de traditionele kermiskoersen.
Minister De Ridder maakte echter duidelijk dat die middelen een andere bestemming krijgen. Vanaf volgend jaar wordt 400.000 euro gereserveerd voor de ondersteuning van het baanwielrennen. Daarnaast zal ongeveer anderhalf miljoen euro binnen de werking van Topsport worden verdeeld via de sportfederaties.
“Er zal 400.000 euro worden gereserveerd voor de ondersteuning van het baanwielrennen. De andere anderhalve miljoen zal binnen de werking Topsport door de federaties kunnen worden besteed, dus dat is niet voor het wielrennen”, aldus de minister.
Met die beslissing lijkt een rechtstreekse Vlaamse tussenkomst voor de kermiskoersen voorlopig van de baan.
“Bijzondere plaats in de Vlaamse wielercultuur”
Toch benadrukt De Ridder dat ze het belang van de kermiskoersen zeker niet onderschat. Volgens haar vormen ze een essentieel onderdeel van de Vlaamse wielergeschiedenis en van de lokale sportbeleving.
“Ik vind natuurlijk wel dat kermiskoersen een bijzondere plaats innemen in onze Vlaamse wielertraditie en in onze sportgeschiedenis”, verklaarde de minister.
Die erkenning klinkt als muziek in de oren van de vele organisatoren die zich al jaren inzetten om hun wedstrijd overeind te houden. Kermiskoersen zijn immers veel meer dan een sportevenement alleen. Ze brengen dorpen en wijken samen, trekken supporters naar het parcours en zorgen voor een unieke sfeer die onlosmakelijk verbonden is met de Vlaamse wielercultuur.
Voor veel jonge renners vormen deze wedstrijden bovendien een belangrijke opstap in hun ontwikkeling. Ze bieden kansen aan regionale talenten om zich te tonen en ervaring op te doen in competitieverband.
Vrijwilligers vormen het fundament
Volgens De Ridder ligt de sleutel tot het voortbestaan van de kermiskoersen echter niet uitsluitend bij de overheid. Ze wijst op het cruciale belang van de vele vrijwilligers die elk jaar opnieuw hun schouders onder de organisatie zetten.
“Ik waardeer enorm de inzet van al die vrijwilligers, maar dat is iets wat je kan faciliteren en ondersteunen. Je kan de maatschappij daar niet in kneden of in een bepaalde richting dwingen of duwen.”
De minister benadrukt daarmee dat een levende traditie enkel kan blijven bestaan wanneer ze voldoende draagvlak heeft binnen de lokale gemeenschap. Overheden kunnen ondersteunen, maar kunnen volgens haar niet de volledige verantwoordelijkheid overnemen.
Vraag naar erkenning als immaterieel erfgoed
Recent nog trokken de elf West-Vlaamse organisatoren gezamenlijk aan de alarmbel. Zij pleitten ervoor om de kermiskoersen te laten erkennen als immaterieel erfgoed. Een dergelijke erkenning zou niet alleen symbolische waarde hebben, maar ook extra aandacht kunnen genereren voor het behoud van deze traditie.
De minister wijst er echter op dat een eventuele erkenning als immaterieel erfgoed niet onder haar bevoegdheid valt. Dat dossier behoort tot een ander beleidsdomein binnen de Vlaamse overheid.
Wel staat ze positief tegenover initiatieven die de maatschappelijke en culturele waarde van de kermiskoersen onder de aandacht brengen. “Het is goed dat we er aandacht voor hebben, of het nu vanuit Sport of vanuit Immaterieel Erfgoed is”, klinkt het.
Toekomstplan gevraagd aan Cycling Vlaanderen
De minister erkent tegelijkertijd dat koersorganisatoren zich vandaag in een kwetsbare positie bevinden. Daarom heeft ze aan Cycling Vlaanderen gevraagd om een toekomstplan uit te werken voor de organisatie van wielerwedstrijden in Vlaanderen.
Dat plan moet onderzoeken hoe organisatoren beter ondersteund kunnen worden en hoe de sport toegankelijk en leefbaar kan blijven in een tijd waarin de organisatorische uitdagingen steeds groter worden.
Voor de organisatoren van de kermiskoersen zal zo’n plan wellicht met grote belangstelling worden gevolgd. Zij hopen al langer op maatregelen die de administratieve druk verminderen en de financiële haalbaarheid van wedstrijden verbeteren.
Traditie onder druk
Het debat rond de kermiskoersen raakt aan een bredere maatschappelijke vraag: hoe behoud je lokale tradities in een snel veranderende samenleving? Waar deze wedstrijden vroeger vanzelfsprekend deel uitmaakten van het dorpsleven, wordt het steeds moeilijker om voldoende medewerkers, sponsors en middelen te vinden.
Toch blijven veel organisatoren geloven in de toekomst van hun koers. De massale opkomst van supporters bij wedstrijden als Gullegem Koerse toont aan dat de liefde voor het wielrennen nog altijd diep geworteld zit in Vlaanderen.
Of dat voldoende zal zijn om de resterende negentien kermiskoersen te laten overleven, blijft voorlopig onzeker. Vast staat dat de Vlaamse overheid geen nieuwe financiële reddingsboei uitwerpt. Volgens minister De Ridder zal de toekomst van deze iconische wedstrijden vooral afhangen van het engagement van lokale besturen, vrijwilligers en de gemeenschappen die al generaties lang rond de koers samenkomen.