Na het Belgisch kampioenschap voor de nieuwelingen meisjes was het in Iddergem tijd voor het tweede nationale kampioenschap van de dag. De eerstejaars nieuwelingen jongens kregen 70,4 kilometer voorgeschoteld, verdeeld over acht ronden. Met 114 renners aan de start beloofde het van bij de start een bijzonder strijdlustige wedstrijd te worden. Uiteindelijk werd het een kampioenschap waarin aanvallers lange tijd de toon zetten en waarin pas in de slotronde duidelijk werd wie met de Belgische tricolore huiswaarts mocht keren.
Voor de organiserende vereniging Wielercomité Eregem was het bovendien een wedstrijd met extra lokale belangstelling. Met onder meer Iddergemnaar Mats Becqué en thuisrijder Lars Villers stonden twee streekrenners aan de start. Vooral Becqué zou in de finale een hoofdrol opeisen.
Nuyens en Van Genechten openen de debatten
De eerste aanval van de dag kwam al vrij vroeg. Sting Nuyens en Lars Van Genechten trokken samen op avontuur en vonden elkaar bijzonder goed in de vlucht. De twee werkten uitstekend samen en slaagden erin om een mooie voorsprong uit te bouwen. Hun bonus liep al snel op tot bijna veertig seconden.
In het peloton werd niet meteen voluit gereageerd. Thomas Thissen probeerde eerst in zijn eentje de sprong naar de twee leiders te maken, maar kreeg geen aansluiting. Even later waagde ook Mathéo Vuegen zijn kans. Ook hij slaagde er niet in om het gat met Nuyens en Van Genechten te dichten.
De twee leiders kregen daardoor een tijdje vrijgeleide. Ronde na ronde konden ze hun voorsprong verdedigen, maar het peloton bleef hen binnen schot houden. Toen de wedstrijd de vijfde ronde bereikte, kwam uiteindelijk alles weer samen en begon het kampioenschap aan een nieuwe fase.
Vijf renners trekken meteen opnieuw ten aanval
Lang bleef het peloton echter niet rustig. Nauwelijks waren Nuyens en Van Genechten gegrepen of Louis Meul, Tibo Redant, Sébastien Deprée, Thibe Vandenheede en Jules Mathieux trokken gezamenlijk in de aanval.
De vijf vonden elkaar uitstekend en dat was meteen zichtbaar op de weg. Dankzij een optimale verstandhouding slaagden ze erin om in korte tijd een voorsprong van ongeveer dertig seconden uit te bouwen. Het peloton had opnieuw werk voor de boeg.
De kopgroep kreeg echter een tegenvaller te verwerken toen Thibe Vandenheede door een valpartij uit de vlucht verdween. Gelukkig liep de val zonder veel erg af, maar voor de koers betekende het wel dat de kopgroep werd herleid tot vier renners. Met nog enkele ronden voor de boeg begon het er steeds meer op te lijken dat deze ontsnapping wel eens de beslissende zou kunnen worden.
Becqué, De Cremer en Lambrecht ruiken hun kans
Ook in het peloton werd intussen beseft dat er iets moest gebeuren. Thuisrijder Mats Becqué voelde dat dit het moment was om in actie te komen. De Iddergemnaar kreeg het gezelschap van Maico De Cremer uit Outer en Lex Lambrecht uit Lovendegem.
Het trio zette alles op alles om de vier leiders te bereiken. Voor de drie achtervolgers was het een bijzonder zware opdracht, want vooraan werd stevig doorgereden. Toch bleven Becqué, De Cremer en Lambrecht geloven in hun kansen.
De inspanningen werden beloond. In de laatste ronde slaagden de drie erin om de aansluiting met de vier leiders te maken. Plots kregen we vooraan een groep van zeven renners die mochten strijden voor de Belgische titel. Achter hen moest het peloton de rol lossen. De wedstrijd was beslist: de nieuwe Belgische kampioen zou uit deze zeven renners komen.
Mats Becqué opent vroeg, Maico De Cremer komt erover
In de finale probeerden de zeven elkaar uit te spelen. Niemand wilde te vroeg zijn kaarten op tafel leggen, maar iedereen wist dat een sprint om de Belgische driekleur eraan zat te komen. Mats Becqué besloot niet af te wachten en zette van ver aan. Voor de thuisrijder was het een moedige poging om zijn lokale kampioenschap helemaal compleet te maken. Het publiek langs het parcours zag de Iddergemnaar alles geven.
Maar achter hem kwam Maico De Cremer met een verschroeiende versnelling. De Ninovieter wist Becqué nog te remonteren en reed naar de Belgische titel. Becqué moest genoegen nemen met de tweede plaats, terwijl Lex Lambrecht als derde over de streep kwam en eveneens mee het podium op mocht.
Voor De Cremer was het de bekroning van een bijzonder sterk seizoen. Voor Becqué was het dan weer een tweede plaats met een wrange bijsmaak, al kon de thuisrijder achteraf ook de sportieve prestatie van zijn streekgenoot naar waarde schatten.

Ontgoocheling bij thuisrijder Mats Becqué
Mats Becqué eindigde op de meest ondankbare plaats. De renner van Acrog-Tormans had voor eigen volk uiteraard gehoopt op de Belgische driekleur. Met de steun van honderden supporters langs het parcours voelde hij dat een unieke kans binnen handbereik lag. “Voor we op het podium gingen, was ik zeer teleurgesteld”, gaf Becqué eerlijk toe. “Maico is ook uit de buurt. We kennen elkaar goed en komen goed overeen. Het is zuur om van hem te verliezen.”
De thuisrijder kon zijn teleurstelling echter snel in perspectief plaatsen. Hij benadrukte dat De Cremer de titel absoluut verdiende. “Met zoveel supporters en in mijn thuisdorp had ik graag op het hoogste schavotje gestaan, maar Maico heeft de zege zeker niet gestolen. Toen we de sprong naar voren probeerden te maken, zat ik echt op de limiet.”
Voor Becqué was het bereiken van de kopgroep dan ook al een stevige inspanning geweest. “Ik had een beetje schrik om met zeven man naar de meet te gaan, maar het is toch niet slecht uitgedraaid. Met al die supporters was het leuk om hier te koersen.”
Die laatste woorden onderstrepen hoe bijzonder de wedstrijd voor de Iddergemnaar was. Een Belgische titel voor eigen volk zat er net niet in, maar met een zilveren medaille mocht Becqué toch terugblikken op een bijzonder sterke prestatie.
De Cremer: “Deze trui maakt mijn seizoen af”
Voor Maico De Cremer kon het contrast nauwelijks groter zijn. De renner van Onder Ons Parike mocht zich na een spannende finale Belgisch kampioen noemen.
De Ninovieter moest daarvoor diep in de reserves tasten. “Het was à bloc tot we bij de kop van de wedstrijd aansloten”, blikte De Cremer terug. “We zaten op de limiet, maar ik weet hoe hard Mats kan rijden en ik had er dus vertrouwen in dat ik de juiste medevluchters had om nog voorin de wedstrijd te raken.”
Eenmaal de aansluiting een feit was, kwam er even wat rust in de groep. “Daarna viel het even stil en konden we recuperen voor de sprint.” De Cremer wist dat hij zijn sprint goed moest timen. Becqué koos ervoor om van ver aan te gaan, maar De Cremer bleef geloven in zijn kansen. “Mats ging van ver aan en gelukkig kwam ik er nog over.”
Daarmee was de Belgische titel binnen. Een bekroning die voor De Cremer extra veel betekenis heeft na een al bijzonder sterk seizoen. “Mijn seizoen was al heel goed, maar deze trui maakt het af. Alles wat er nu nog bijkomt, is bonus.” De renner uit Outer kan de komende wedstrijden dan ook met een enorme dosis vertrouwen tegemoet.

Lambrecht verrast zichzelf met bronzen medaille
Ook voor Lex Lambrecht werd het een kampioenschap om niet snel te vergeten. De renner van Avia-Rudyco Cycling Team reed zich naar een knappe derde plaats en mocht zo eveneens op het podium plaatsnemen. “Het ging er stevig aan toe”, vertelde de jongeman uit Lovendegem. “Het was een zeer aanvallende wedstrijd en er was altijd wel iemand of een groepje weg.”
Lambrecht zag de wedstrijd lange tijd alle kanten uitgaan. “Toen die tien vertrokken waren, dacht ik dat we hen niet meer zouden terugzien. Ze werden toch nog gegrepen en onmiddellijk reed er weer een kwintet weg.”
De derdejaars? Nee, eerstejaars nieuweling bleef ondertussen zijn krachten zorgvuldig verdelen en wachtte zijn moment af. Dat moment kwam in de slotfase. “In de voorlaatste ronde wist ik dat het nu of nooit was. Mats en Maico hadden al een gaatje, maar ik kon gelukkig nog aanpikken.”
Dat Lambrecht uiteindelijk voor het podium zou strijden, had hij zelf niet verwacht. “Ik had niet gedacht nog podium te rijden, dus ik ben zeker tevreden.” In de sprint wist hij zijn snelheid optimaal te benutten, al erkent hij dat er ook werkpunten zijn. “Ik ben snel in de sprint, maar heb misschien iets minder spiermassa dan mijn concurrenten. Ik moet in elk geval mijn trainer bedanken, die me heel nuttige tips gaf.”
Thuispubliek krijgt spektakelstuk voorgeschoteld
Het Belgisch kampioenschap voor de eerstejaars nieuwelingen groeide in Iddergem uit tot een wedstrijd waarin aanvalslust centraal stond. Eerst waren er Nuyens en Van Genechten, daarna probeerden verschillende renners solo de oversteek te maken en vervolgens ontstond de beslissende vlucht.
Uiteindelijk waren het zeven renners die in de slotfase mochten strijden voor de Belgische titel. De aanwezigheid van twee lokale renners maakte de finale voor het thuispubliek extra spannend.
Lars Villers kon zich niet mengen in de strijd om de medailles. De andere thuisrijder moest vrede nemen met de pelotonspurt en eindigde daarin als elfde. Voor Villers was dat een ontgoochelend einde van een wedstrijd waarin hij voor eigen volk ongetwijfeld op meer had gehoopt.
Voor Mats Becqué werd het dan weer een zilveren droom met een gouden randje. De thuisrijder greep net naast de Belgische driekleur, maar mocht wel samen met Maico De Cremer en Lex Lambrecht het podium beklimmen.
De grootste winnaar van de dag was echter zonder twijfel De Cremer. De Ninovieter reed een sterke en aanvallende wedstrijd, maakte samen met Becqué en Lambrecht op het juiste moment de sprong naar de kopgroep en beschikte in de beslissende sprint over de snelste benen.
Maico De Cremer is Belgisch kampioen bij de eerstejaars nieuwelingen. En in Iddergem kreeg hij daarvoor niet alleen een tricolore trui, maar ook een finale die de vele supporters langs het parcours nog lang zullen herinneren.
