Tijdens de gemeenteraad in Herzele trok oppositiepartij LEEF! aan de alarmbel over het personeelsbeleid binnen de gemeente en het OCMW. Gemeenteraadslid Paul Haustraete stelde kritische vragen over niet-vervangingen, ontslagen en lopende procedures bij de arbeidsrechtbank. Volgens LEEF! roept de huidige gang van zaken ernstige vragen op over de sociale werkomgeving binnen het lokaal bestuur.
“LEEF! stelt vast dat er op een jaar tijd negen mensen niet meer vervangen of afgedankt zijn. Zo is het natuurlijk makkelijk om uit de rode cijfers te geraken,” stelde Haustraete scherp. Volgens de oppositie zijn meerdere ontslagen bovendien juridisch betwist. “Sommige ontslagen worden betwist bij de Arbeidsrechtbank, waarvan er alvast één in eerste instantie gelijk kreeg.”
LEEF! verwees daarnaast ook naar een inspectie rond de psychosociale sfeer op de werkvloer. “De gemeente kreeg een inspectie rond de psychologisch-sociale sfeer op het werk, waarbij werd opgelegd om een enquête te organiseren bij het personeel. Dat is tot nu toe niet gebeurd. LEEF! maakt zich daarom zorgen: een sociaal personeelsbeleid is voor ons een primaire vereiste. Wij zullen op dit thema dan ook regelmatig terugkomen.”

Haustraete legde vier concrete vragen voor aan schepen van Personeel Heidi Knop. Hij wilde onder meer weten hoeveel personeelsleden met pensioen gingen zonder vervanging, hoeveel ontslagen er het voorbije jaar vielen, hoeveel dossiers voor de arbeidsrechtbank belandden en of de gemeente in beroep gaat tegen gerechtelijke uitspraken.
Schepen Knop benadrukte in haar antwoord dat het personeelsbeleid steeds vertrekt vanuit respect voor medewerkers, de continuïteit van de dienstverlening en een verantwoord financieel beheer. “Elke werkgever kan geconfronteerd worden met situaties waarin medewerkers de organisatie verlaten, met pensioneringen, maar ook met omstandigheden waarin een arbeidsrelatie niet langer kan worden verdergezet,” stelde Knop. “Dat zijn nooit evidente beslissingen en die worden ook nooit lichtzinnig genomen.”
Netto daling van negen voltijdse equivalenten
Wat de personeelsbeweging betreft, gaf Knop een gedetailleerd overzicht van de periode tussen 1 juni 2025 en 31 mei 2026. Voor gemeente en OCMW samen ging in die periode 25,86 voltijdse equivalenten (VTE) uit dienst, terwijl 6,24 VTE in dienst kwam.
Niet elke pensionering leidde volgens Knop tot een één-op-één-vervanging. Daar waren verschillende redenen voor. Drie gepensioneerde medewerkers waren reeds langdurig afwezig wegens ziekte en waren in de praktijk al vervangen. In andere gevallen koos het bestuur er bewust voor om interne medewerkers tijdelijk hogere functies te laten waarnemen.
“Op die manier kunnen medewerkers zich verder ontwikkelen, bijkomende verantwoordelijkheden opnemen en relevante ervaring opdoen,” aldus Knop.
Daarnaast verlieten ook medewerkers vrijwillig de organisatie. Voor bepaalde functies, onder meer binnen de dienstenchequeonderneming, blijkt het bijzonder moeilijk om geschikte kandidaten te vinden. Ook veranderde het statuut van onthaalouders in werknemersstatuut naar onthaalouder sui generis, goed voor 1,32 VTE.
Momenteel lopen nog selectieprocedures voor drie functies: animator, deskundige boekhouding en polyvalent arbeider binnen de technische dienst. Daarnaast werden vorig jaar nog drie verpleegkundigen en zorgkundigen aangesteld via spontane sollicitaties, omdat het om knelpuntberoepen gaat. De pensioneringen in die zorgfuncties vonden pas dit voorjaar plaats.
Alles samen komt het bestuur uit op een netto verschil van min negen VTE. “Voor alle betrokken diensten wordt steeds gezocht naar een werkbare oplossing zodat de continuïteit van de dienstverlening verzekerd blijft,” benadrukte Knop.
Vier ontslagen sinds januari 2025
Over de ontslagen stelde Haustraete vragen naar aantal en motieven. Knop verduidelijkte dat in het voorbije jaar twee medewerkers werden ontslagen, waarvan één wegens dringende reden. Indien men de periode vanaf januari 2025 bekijkt, gaat het om vier medewerkers.
Omwille van privacy wilde de schepen niet ingaan op individuele dossiers of concrete motieven. “Over de motivatie kan ik alleen zeggen dat het niet om economische redenen gaat. Dit gaat over persoonlijke dossiers. Als jullie hierover meer uitleg wensen, stel ik voor dit te verplaatsen naar een geheime zitting.”
Knop benadrukte wel dat het bestuur steeds eerst zoekt naar alternatieven alvorens tot ontslag over te gaan. “Wij bekijken altijd of er andere mogelijkheden zijn om problemen op te lossen en een werkbare situatie te creëren. Wanneer echter de kwaliteit van de dienstverlening, een goede samenwerking of het noodzakelijke wederzijdse vertrouwen niet langer aanwezig zijn, moeten soms moeilijke beslissingen genomen worden.”
Ze gaf ook aan dat er in eerdere jaren al ontslagen om dringende redenen gebeurden wanneer samenwerking onmogelijk werd en grenzen werden overschreden, al vallen die buiten de gevraagde periode.

Arbeidsrechtbank: gedeeltelijke uitspraak in ontslagdossier
Een van de ontslagen wegens dringende reden werd aangevochten bij de arbeidsrechtbank. Volgens Knop stelde de gewezen medewerker drie vorderingen in.
De eerste vordering werd gedeeltelijk toegestaan door de rechtbank. De tweede vordering, die betrekking had op een veel kleiner bedrag, leidde tot een voorwaardelijke uitspraak en wordt verder onderzocht. De derde vordering werd volledig afgewezen.
Dat laatste noemt de schepen belangrijk. “De rechtbank heeft hier uitdrukkelijk erkend dat de gemeente geen misbruik heeft gemaakt bij de uitoefening van haar ontslagrecht.”
Gemeente gaat in beroep
Op de vraag of de gemeente in beroep gaat, antwoordde Knop bevestigend. Volgens haar is dit de eerste keer dat het lokaal bestuur met een dergelijk vonnis geconfronteerd wordt. “De gemeente heeft eigenlijk nog nooit eerder een vonnis van de arbeidsrechtbank gehad waar we tegen in beroep moesten of konden gaan. Dit is nu wel het geval.”
Het bestuur raadpleegde intussen zijn juridisch adviseur. “Onze raadsman adviseert om zeker in beroep te gaan.”
Knop toonde zich bovendien verrast door de link die LEEF! legde met de moeilijke financiële situatie van de gemeente. “De vraag hoe we dit kunnen rijmen met de financiële toestand van onze gemeente begrijpen we niet goed. Het omgekeerde zou meer steek houden: als we niet in beroep zouden gaan tegen een vonnis, terwijl onze advocaat ons uitdrukkelijk aanraadt om dat wél te doen, dan zou dat net moeilijk te rijmen zijn met de financiële toestand van onze gemeente.”
Volgens de schepen draait het beroep niet uitsluitend om de financiële impact, maar ook om een principiële kwestie. “In eerste instantie willen we vooral in beroep gaan omdat we hiermee ook het debat ten gronde willen voeren op een hoger niveau. Dat is ook het signaal dat we uit de personeelsgroep krijgen. De vele medewerkers die correct hun werk doen, vinden het logisch dat we hier in beroep gaan. En de belastingbetalers ongetwijfeld ook.”
Met de tussenkomst van LEEF! lijkt het debat over het personeelsbeleid in Herzele nog niet afgesloten. De oppositie maakte duidelijk het dossier verder nauwgezet te zullen opvolgen, vooral met het oog op de werksfeer en het sociale beleid binnen de gemeentelijke organisatie.