Sluikstorten blijft een hardnekkig probleem in Erpe-Mere. Dag na dag worden bermen, pleintjes en landelijke wegen ontsierd door achtergelaten afval. Volgens gemeenteraadslid Kris Dekoninck (Vlaams Belang) is de maat meer dan vol. Al jaren kaart hij het probleem aan in de gemeenteraad, maar volgens hem blijft een doortastende aanpak uit. “De meldingen blijven binnenstromen, maar de sancties volgen veel te traag. Dat ondergraaft elke vorm van afschrikking,” klinkt het scherp.
Dagelijks tientallen meldingen.
Volgens Dekoninck ontvangt de gemeente Erpe-Mere dagelijks om en bij de twintig meldingen van sluikstorten. “Dat cijfer alleen al toont aan hoe groot het probleem is,” zegt hij. “Het gaat niet om één afgelegen plek, maar om een structureel probleem verspreid over het hele grondgebied.”
Hoewel burgers hun verantwoordelijkheid nemen door meldingen te maken, loopt het volgens Dekoninck fout bij de afhandeling ervan. “De procedure om GAS-boetes of andere sancties effectief bij de daders te krijgen, sleept maandenlang aan. We spreken hier over zes tot zelfs zeven maanden vooraleer een boete wordt opgelegd. Dat is onaanvaardbaar.”
Boetes missen hun effect.
Voor het Vlaams Belang-gemeenteraadslid is het duidelijk: zolang sancties zo lang op zich laten wachten, verliezen ze hun afschrikkend effect. “Wie sluikstort en pas een half jaar later een boete krijgt, voelt geen onmiddellijke consequentie. Dat moedigt herhaling eerder aan dan dat het afremt.”
Daarnaast pleit Dekoninck voor strengere sancties. “Een GAS-boete van 250 euro volstaat niet meer. Die moet hoger liggen en altijd aangevuld worden met de volledige opruimkosten. De gemeenschap mag niet blijven opdraaien voor het wangedrag van enkelen.”
Gemiste kans met ILvA.
Ook de weigering van Erpe-Mere om in te stappen in een voorstel van afvalintercommunale ILvA vindt Dekoninck bijzonder jammer. “ILvA wil extra inzetten op de bestrijding van sluikstorten met camerabewaking en biedt dat systeem ook aan andere gemeenten aan. Erpe-Mere tekent daar niet op in. Dat vind ik een gemiste kans.”
Volgens hem is de logica nochtans eenvoudig. “Hoe meer middelen je inzet, hoe groter de pakkans. En hoe groter de pakkans, hoe kleiner het probleem wordt. Camera’s zijn geen wondermiddel, maar wel een belangrijke hefboom.”
Werkstraf als signaal.
Dekoninck gaat zelfs nog een stap verder in zijn voorstellen. “Mocht het van mij afhangen, dan zouden veroordeelde sluikstorters verplicht worden om veertien dagen gratis mee te draaien bij de groendienst. Dat zou pas confronterend zijn.”
Die uitspraak komt niet toevallig. “Onze gemeentearbeiders zijn echte helden. Zij staan er elke dag opnieuw om onze straten, pleinen en bermen proper te houden, vaak met beperkte middelen en onder moeilijke omstandigheden. Zij verdienen niet alleen respect, maar ook onze dankbaarheid.”
Conclusie.
Voor Kris Dekoninck is de boodschap duidelijk: Erpe-Mere moet dringend schakelen naar een strengere en snellere aanpak van sluikstorten. Kortere procedures, hogere boetes, meer controle en een maximale pakkans moeten volgens hem de hoekstenen vormen van een nieuw beleid. “Erpe-Mere verdient een propere gemeente te zijn,” besluit hij. “Dat is geen luxe, maar een basisrecht voor elke inwoner.”
