Anderhalf jaar na de start van de huidige lokale bestuursperiode hebben al honderden Vlaamse mandatarissen hun functie neergelegd. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Kurt De Loor (Vooruit) opvroeg bij de Vlaamse overheid. Vooral het hoge aantal vrouwelijke politici dat vroegtijdig afhaakt, noemt hij een zorgwekkende evolutie. Volgens De Loor moet de lokale politiek beter combineerbaar worden met werk en gezin, zodat politiek engagement voor iedereen haalbaar blijft.
Tussen december 2024 en maart 2026 legden in Vlaanderen al 235 gemeenteraadsleden hun mandaat neer. Dat komt overeen met 3,14 procent van alle gemeenteraadsleden. Indien die trend zich verderzet, zou tegen het einde van de huidige legislatuur ongeveer één op de zeven gemeenteraadsleden vervangen zijn.
Ook binnen de uitvoerende besturen vonden de voorbije maanden heel wat wissels plaats. Zo stopten 33 schepenen voortijdig met hun mandaat, net als acht burgemeesters die hun ambt neerlegden nog voor het einde van de bestuursperiode.
Gelijkaardig aan vorige legislatuur
Volgens Vlaams Parlementslid Kurt De Loor (Vooruit) ligt het aantal afhakers voorlopig op een gelijkaardig niveau als tijdens de vorige bestuursperiode. Toch vindt hij de cijfers allesbehalve geruststellend.
“Het aandeel lokale politici dat er na vijftien maanden de brui aan geeft, ligt ongeveer op hetzelfde niveau als tijdens de vorige bestuursperiode”, zegt De Loor. “Maar het blijft opvallend dat al bijna 300 mandatarissen zijn gestopt. De huidige inspanningen werpen te weinig vruchten af. We moeten evalueren en bijkomende maatregelen nemen.”
De cijfers tonen volgens hem aan dat het engagement in de lokale politiek steeds moeilijker vol te houden is, ondanks de verschillende initiatieven die de voorbije jaren werden genomen om lokale mandatarissen beter te ondersteunen.
Oost-Vlaanderen op tweede plaats
De provincie Antwerpen telt zowel in absolute cijfers als procentueel het grootste aantal afhakers. Oost-Vlaanderen volgt op de tweede plaats. Daar legden 51 gemeenteraadsleden hun mandaat neer. Van hen waren 20 vrouwen en 31 mannen. Daarnaast stopten in Oost-Vlaanderen ook zeven schepenen en drie burgemeesters voortijdig. Hoewel de redenen voor een ontslag sterk kunnen verschillen, wijst De Loor erop dat de cijfers een duidelijke tendens laten zien.
Meer vrouwelijke politici stoppen
Vooral de uitstroom van vrouwelijke mandatarissen springt volgens De Loor in het oog. In elke Vlaamse provincie stoppen verhoudingsgewijs meer vrouwen dan mannen met hun politiek mandaat. “We weten niet exact waarom mensen afhaken”, zegt hij. “Soms gaat het om ziekte, gezondheidsproblemen of een verhuis. Maar vaak speelt ook de moeilijke combinatie van politiek, werk en gezin mee. Dat kan verklaren waarom vrouwen vaker stoppen, omdat zij vandaag nog altijd een groter aandeel van de zorgtaken opnemen.”
Volgens De Loor mag die evolutie niet onderschat worden. “Aan politiek doen mag geen privilege zijn voor mannen. We moeten ervoor zorgen dat iedereen de kans krijgt om zich politiek te engageren, ongeacht zijn of haar gezinssituatie of professionele loopbaan.”
Meer begeleiding voor beginnende mandatarissen
Om het aantal afhakers terug te dringen, pleit Vooruit voor bijkomende ondersteuning van lokale politici. De partij wil inzetten op extra opleidingen, begeleiding en coaching voor nieuwe gemeenteraadsleden en schepenen. Een goede voorbereiding moet volgens De Loor helpen om mandatarissen sterker in hun rol te laten staan.
“Iedereen is gebaat bij politici die sterk in hun schoenen staan en goed voorbereid zijn. Maar die opleidingen moeten uiteraard betaalbaar blijven.” Volgens hem kan een betere begeleiding ervoor zorgen dat nieuwe mandatarissen zich sneller thuis voelen in hun vaak complexe politieke opdracht.
Eenvoudigere regels rond politiek verlof
Daarnaast vraagt De Loor ook een hervorming van de regelgeving rond politiek verlof. Vandaag verschillen de mogelijkheden om politiek verlof op te nemen sterk naargelang het beroep dat iemand uitoefent. Bovendien ervaren sommige mandatarissen dat werkgevers weinig begrip tonen voor hun politiek engagement.
“Werkgevers staan daar niet altijd positief tegenover, terwijl politiek engagement een democratisch recht is dat voor iedereen toegankelijk moet zijn”, aldus De Loor. Volgens hem moet de Vlaamse overheid bekijken hoe de bestaande regelgeving eenvoudiger en eerlijker kan worden.
Politiek beter combineerbaar maken
Tot slot pleit De Loor voor soepelere vervangingsregels voor gemeenteraadsleden die tijdelijk meer druk ervaren door hun beroepsleven of gezinssituatie. Wie gedurende een bepaalde periode tijdelijk minder actief kan zijn, zou volgens hem gemakkelijker vervangen moeten kunnen worden zonder definitief afstand te moeten doen van het mandaat.
“De druk op lokale mandatarissen is groot en we zien duidelijk dat die harder doorweegt op vrouwen. Lokale politiek moet toegankelijk blijven voor iedereen. Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat onze gemeenteraden een goede afspiegeling blijven van de samenleving.”
Met bijna driehonderd mandatarissen die al vroegtijdig afhaakten, vormt de uitstroom volgens De Loor een duidelijk signaal dat de lokale politiek nood heeft aan bijkomende ondersteuning. Een betere combinatie van politiek, werk en gezin moet ervoor zorgen dat meer mensen – en in het bijzonder vrouwen – hun engagement ook op langere termijn kunnen volhouden.

